Cafémadammen I

July 13th, 2008

Ze staan langer in het leven dan het leven zelf. Je ziet ze niet, maar hoort ze wel.
Cafémadammen. Dames die hun ziel in het toogleven hebben gestopt.

Leona is zo iemand. Café Moderne staat er op haar voorgevel te lezen. Groot is het café niet, maar er is wel een toog.
‘Zet u’, zegt ze. Wat wij dan ook maar doen.
‘Een pintje, meneer?’ We hoeven niet te antwoorden, het pintje staat al klaar. Leona kent haar vak. En de mensen.
Ze geeft geen uiterst vriendelijke indruk, maar hé, ze doet daar allemaal niet aan mee, aan die ‘commercie’. ‘t Is zo al hard werken genoeg, hoor ik haar denken, terwijl ze een sigaret opsteekt.
Er hangt aan het glaswerk een vergeelde foto. Ernaast staat een communieprentje. Ziet er stukken jonger uit, dat kaartje.
‘ Zo’n mooi meisje’, zeg ik, ‘en ze gelijkt wat op u.’
De toon is gezet. Als wildvreemden over je kleinkinderen beginnen, op een deftige manier nog wel, kunnen het geen ambetanteriken zijn.
In vier minuten weet ik over dat kind alles. Kimberley. Enig kind (haar ouders wilden maar ééntje). Daardoor hebben ze zich een hond gepakt. Daar gaat Kimberley hele dagen mee op dool, met die hond. ‘t Was zelfs zo erg dat ze hem persé op haar communiekaartje wou. Getrokken door een professionele fotograaf. In Ieper nog wel. Miserie dat ze hadden om die hond deftig op ‘dat portret’ te krijgen.
Maar toch, braaf kind, die Kimberley.

Het verhaal wordt onderbroken als een ongeduldige klant op tafel klopt.

‘Hèla, hèla’ zegt de waardin,’er wordt hier niet geklopt op tafel. Geduld is een schone zaak, en als je er geen hebt, moet je maar elders gaan.’
De klanten kennen hun bazin, maar zij kent hen nog beter.
Braaf bestelt de man een pint, Leona geeft me een knipoog.

Terwijl ze bezig is het leeggoed te ‘ramasseren’ bekijk ik haar. Een dame, getekend door de tijd. Kranig, door de rimpels op haar handen en haar hoofd.

‘Hoe lang houdt je hier al café, madame?’ vraag ik, in een poging het gesprek van daarnet een andere wending te geven.
41 jaar.
‘Ze zullen me hier buiten moeten dragen, mijn kind, ‘k heb het aan mijn dochter gezegd.’

Het lijkt erg dat haar wil hier wet is.

Jan en ik kijken naar elkaar en zien dezelfde gedachte. Aan hem dus.
‘Hoe draag je dan je bakken, madame? En het leeggoed?’ Wij kennen het antwoord al, want dat is hier nog zo op de streek.
‘Ewel, de klanten é, meneere. Ze helpen zij mij een beetje. Voor een pintje.’

Iets verder, aan een tafeltje, zit een doordronken vent. Of hij echt aanwezig was toen wij er zaten, ik weet het niet. Zijn blik leek troebel genoeg om het niet te zijn.
‘De dienen daar, meneer. Helpt mij dikwijls. Als hij het leeggoed ziet staan, springt hij recht.’

Niet alleen de madame en haar klanten verraden de antiek van het interieur, toevallig passanten doen dat ook.
‘Gini? Ik heb alleen limonade, ik. Of coca.’ Alles kost er één euro, bij Leona, maar je moet content zijn met wat je krijgt.

Ik voel hem weer, die kriebel. De tinteling in mijn lijf die me waarschuwt: ‘Als je nu niet vertrekt, zit je hier morgenochtend nog.’ Wijs als wij zijn, hebben wij onze pint leeggedronken, en de weg naar huis aangevat.

Dagboek

July 11th, 2008

‘Uw blog, mama, dat is gelijk een dagboek. Je schrijft daar dingen op die je anders in je boekje zou schrijven. En ik weet waarom je dat doet. Omdat je zo papier spaart. Wat goed is voor de bomen. Oma kan dan ook meelezen, hé mama. Over ons en over Jan.’

‘Amai, jij hebt dat goed gezien.’ (Ik praat zelden over mijn blog met dochters, waar ze die informatie haalt, ik weet het niet)

‘Schrijf je daar dan ook échte geheimen, mama? Zoals de geheimpjes die je mij vertelt op vrijdag? Ik denk het niet, mama, want ja, al die mensen die lezen, die zouden dan die geheimen kennen. En dan zijn het plots geen geheimen meer. Ah ja.’

Zit, denkt na en vervolgt haar redenering.

‘Als je dan heel erg boos op iemand, zoals op die mevrouw in de Delhaize die zo onbeleefd tegen je was, schrijf je dat dan op? Ik denk het niet, mama. Want stel je voor dat die mevrouw gewoon een slechte dag had, en ze leest jouw blog, dan zou ze misschien erg verdrietig zijn. Terwijl jij alleen maar boos was, en haar niet verdrietig wou maken.’

Drinkt wat en praat verder.

‘ Maar aan de andere kant moet je ook eerlijk zijn hé, als jij boos bent, dan ben je boos. Dat mag je toch wel zeggen hé. Zeker als jij die mevrouw niet echt verdrietig wil maken, maar gewoon wil zeggen dat je boos bent. Want je moet eerlijk zijn in je dagboek he, anders denkt oma misschien dat jij nooit boos bent. Ah ja.’

Gaat onverstoorbaar verder.

‘Mama, soms zeg jij iets tegen Jan over een andere baby, die je niet echt kent. Allee, je kent haar wel, want je leest het dagboek van haar mama. Zoals Lienweb, van die mama van wie de affiche hier in straat hangt, die ook een kindje heeft. Over draagdoeken en fietskarren hé. Lief van die mama dat ze dat aan jou wil vertellen hé. Is het ook een lief kindje, van die mevrouw? Is die mevrouw nu al minister van Gent? Of moet ze nog een beetje wachten?’

Lap. Daar gaat mijn diepzinnige uitleg over gemeenteraadsverkiezingen.

‘ Internet, dat is de computer niet hoor. Dat is zoals een zéér grote bibliotheek in onze computer met miljoenen vakjes. In elk vakje zit iets. Een spelletje, een dagboek, een foto, Ketnet, vrt, Sporza. Ik denk dat heel veel mannen naar het vakje van Sporza kijken, want dat gaat over de koers. Ah ja.’

‘ Soms is een vakje een reclame. Omdat je iets zou kopen of doen. Maar naar die vakjes wil ik niet gaan hoor. Alleen als ik echt iets nodig heb.’

‘ Ik denk dat de blog ook een vakje is. Waarschijnlijk komen daar alleen mama’s op bezoek. Want papa’s vinden dat toch maar saai.’

‘ Wat denk jij, mama?’

Ik denk dat zwijgen het wijselijkst was. Ze had het toch allang door, die kleine.
Kritisch leren omgaan met media, het is een doelstelling in het onderwijs.
Ik vind dat zij cum laude geslaagd is. Zeer erg cum laude.

Rode pesto

July 11th, 2008

Het zoveelste pesto-recept. Maar het is zo lekker, onmiddellijk klaar en ik had het trouwens aan iemand beloofd…

* potje zongedroogde tomaten van de Delhaize
* Eén gewone tomaat
* amandelschilfers en pijnboompitten
* look (2 à 3 teentjes) en peper en zout
* goede olijfolie
* Parmesan

Pak uw blender. Zet hem klaar. Rooster de look, de amandelschilfers en de pijnboompitten samen in een pan.
Kieper de zongedroogde tomaten, samen met de tomaat in kleine stukjes in uw blender. Gooi er de pijnboompitten, de amandel en de look erbij. Kruid goed af met peper en zout.
Blenderen, terwijl je langzaam olijfolie bijgiet, tot hij de gewenste consistentie heeft.
Proef en kruid eventueel nog wat bij.

Dien op met pasta, geschaafde parmesan en veel peterselie.

Foodmakers

July 10th, 2008

Alhoewel ik het concept van the Foodmaker fantastisch vind en een warm hart toedraag, pas ik er voortaan voor.
Ten eerste, ‘t is mij te duur. Een keer op een weg, dat gaat nog, maar dan nog vind ik het vrij kostelijk.
Ten tweede, het is zoals met alles, ik word het beu. Ik hou niet meer van de sponsachtige boterhammen en de smaken ken ik ondertussen al.
Toch vind ik het idee fijn: belegde broodjes zijn er in overvloed, een mens kan zowel een keer een slaatje of gewoon boterhammen eten. Bovendien nemen zij een standpunt in wat het milieu betreft, een mens kan dat alleen maar toejuichen.

Ik maak ze zelf, de slaatjes en de stuutjes. Het vereist ( een klein beetje) vindingrijkheid en een klein halfuurtje van je avondtijd, maar bon, als ik de stralende ogen van mijn lief zie, en de bedankingen en lofprijzingen onthoud, dan is een mens dat al gauw weer vergeten. On top of it: het is ideaal om er restjes mee te verwerken: ik denk aan kip, komkommer en een halve tomaat. Aan een restje pasta of wat olijven die nog in de frigo liggen.
Ik slaag er voorlopig in elke dag een andere combinatie te maken, veelal met basisingrediënten.
Zo was er de laatste tijd:
* Gegrilde kip met pasta, tomaten, prinsesseboontjes en een beetje mosterdmayonaise.
* Pasta met rode pesto van zongedroogde tomaten en pijnboompitten en parmesan.
* Couscous met stukjes gegrild spek, olijven en munt.
* Wilde rijst met komkommer, tzaziki en gehaktballetjes.
* …

Vanavond op de menu, voor morgen dan?
Pasta met tonijn, reepjes komkommer, sla en ei.

Festivallen

July 10th, 2008

We waren 15, we sliepen met vijf in een tent en we luisterden naar Radiohead in de gietende gutsende regen. We dronken bier en aten braadworsten die ons hele budget op 0 brachten. We tjoolden van camping naar festivalweide en deden alsof we volleerde festivalgangers waren.

Het was ons eerste festival. Het heette toen nog Torhout-Werchter en wij bezochten het Westvlaamse deel ervan.
Een jaar lang teerde ik op de herinneringen aan die fantastische dagen.

Zo wijs vind ik dat, jonge mensen die naar festivals gaan. Ik weet niet of de muziekkeuze voor ons toen doorslaggevend was, waarschijnlijk waren de gezelligheid, het alleen weg mogen en niet naar huis moeten, de vrienden evenzo belangrijk.
Vijf jaar geleden dacht ik dat het fantastisch zou zijn om als jonge mama samen met mijn dochter te gaan kamperen op de weide van pakweg Dranouter, Pukkelpop of Werchter.
Maar neen hoor, besef ik nu, jonge dochters willen daar uiteraard alleen naar toe. Gelijk hebben ze.
(‘t Is niet dat onze dochter van 8 al ambities koestert hoort, die beweert nu nog altijd dat ze nooit zal uitgaan en eeuwig bij mij zal blijven)

Goedemorgen

July 9th, 2008

Ontwaken is één van de meest bizarre, fantastische ervaringen die ik in mijn leven heb.

Om 5 uur word ik wakker omdat Jan dan opstaat. De gedachte zelf nog niet te moeten opstaan is heerlijk.
Om 6 uur word ik spontaan wakker, of omdat mijn lief nog aan het grabbelen is in de kleerkast, op zoek naar een hemd.
Om 7 uur sta ik op, soms wat later, maar dan heb ik nog een zee van tijd.
Om half 8 ontwaak ik samen met Clarisse voor de vierde keer.
Om 9 uur zie ik al die kindjes bij de onthaalmama, en hun gretige lach, handjesgezwaai en vele ‘tata’s’ als ik vertrek, doen me beseffen dat de morgen nu echt wel begonnen is.

Dicht bij huis werken is een luxe, ik weet het. En ik geniet er elke dag opnieuw van.

Jan, die vaak om zes uur vertrekt, en meestal maar om zes uur ‘s avonds thuiskomt, ik ben er niet jaloers op. Ik vind het moordend, dat ritme. Hopelijk vinden we in de toekomst een oplossing!

Zou dit er misschien één zijn? Blij voor jou, Lien!

Ze zit II.

July 7th, 2008

Ze zit ook aan de zee. En eet daar zand. Kijkt naar meeuwen en duiven alsof ze er zelf één is. Duwt boterhammen in mijn modn, en herhaalt dat net zolang tot ik ‘danku’ zegt. Waarop zij op haar beurt ‘a-u’ zegt.
Ze kraait naar poezen, ook alsof ze er zelf één is. Als ik Mexique roep, dat is de naam van onze poes, dan zegt ze ‘i-i’. Ze streelt over alles, gepaard gaand met de klanken ‘aaa-uuu’ (van aatje).

Straks praat ze nog voor ze kruipt.

Post

July 6th, 2008

Brief vanuit Frankrijk van onze reismadam.

‘Geef de poesjes een aai en zeg dat ik binnen een week en half terugkom (of iets later)’

Ze zit.

July 5th, 2008

O ja, ze zit. En nog niet een klein beetje. Ze zit minutenlang, en kijkt naar poezen. Poezen kunnen haar altijd bekoren. Ze blaast als het ware haar fascinatie weg.

Genocide

July 4th, 2008

Als ik bij Kruimel lees, dan knijpt zij mijn keel dicht. Echt dicht. Zoals moeten wenen en niet mogen.

Zoals het verhaal van Louisa.

Multiculturaliteit bestond met moeite. Er was het DerdeWereldfeest, dat wel. Maar DerdeWereldfeesten lijken zo denigrerend en staan bovendien te chique om echt te zijn. Alsof je Chinees eet in België.

Plots was ze er. Op een ochtend, veel te vroeg. We speelden op de speelplaats en keken naar haar. Ik had nog nooit een echte neger gezien. Laat staan een zwart meisje, dat niet alleen kwam. Ze had een achternicht en zus meegebracht.
Ons gespeel werd gefluister, ons gebabbel verdween.

Juffrouw Maria, geboren in de jaren dertig, vermoed ik, kreeg de taak. De loodzware taak haar in te huldigen.

‘Dit is Louisa’, zei ze plechtig. ‘Ze komt van een ver land in Afrika. In haar land is oorlog, en daarom is ze hier.’
De summiere voorstelling van onze nieuwe klasgenoot prikkelde onze gedachten.
Afrika? Oorlog. Amai.
Ik vermoed dat die drie woorden in mijn hoofd bleven hangen.

Louisa groeide samen met haar achterban op bij de nonnen op school. Ze kreeg tweedehandskleren van grote kinderen. En schoenen kreeg ze van de juf. Ze praatte weinig, maar lachte veel. Alsof de wereld in haar hoofd zat.

We werden vriendinnen, en na een jaar verdween Afrika uit mijn hoofd. Haar mooie, lange vingers vond ik magisch, en we lachten toen ook zij zich verbrandde aan de zon.

Dat ze uit Angola kwam, vernam ik pas later. Dat haar ouders beiden gedood waren door machetes, terwijl zij toekeek in de hoek, ook. Sec vertelde ze het: mama werd verkracht, en papa moest kijken. Ik ook.
Ze lachten de hele tijd, die mannen. Ze zeiden dat ze soldaten waren. Ik was blij, zei ze, want soldaten zijn goed, en oorlog is slecht. Met iemand vrijen doe je uit liefde, niet uit haat.
Na die geruststellende gedachte, die amper een seconde in haar hoofd bleef hangen, hakten de mannen haar beide ouders dood.

Zij bleef achter, alleen. Meer dan moederziel alleen.

Via vluchtelingenhulp kwam ze naar België, waar ze nog steeds woont. Ze heeft zelf kinderen.

Over de diepe groeven op haar rug en de putten op haar arm, heb ik nooit iets gevraagd. Haar blik, die soms mensenloos leek, zei meer dan genoeg.