Omgekeerd evenredig

June 19th, 2008

Ik strijk geen handdoeken.
Ik strijk geen tetradoeken, en dito washandjes.
Ik strijk geen hemdjes voor de kinderen.
Ik strijk kinderrokken plat met mijn handen.
Ik strijk geen kousen (!).
Ik plooi mijn lakens en overtrekken zo op, zonder te strijken.

Hoe komt het dan dat ik het gevoel heb dat ik altijd moet strijken?

Schuldig

June 18th, 2008

* Ik vergeet meermaals de voordeur achter mij dicht te doen, zodat dieven hun vrije gang kunnen gaan.
* Ik moet elke dag, minstens één keer, op zoek naar mijn gsm, sleutels of vaste telefoon.
* Ik weet niet altijd waar mijn trui hangt, laat staan mijn jas of handtas.
* Ik heb kostbare bezittingen, die ik liver aan mijn tante geef, omdat ik weet dat ze daar op hun plaats blijven liggen.
* Ze herinnert me vaak aan mijn slordigheid.

* Anouk brengt vaak 4 brooddozen in één keer mee naar huis. Of koekjesdozen met héél oude koekjes.
* Ze moet elke morgen op zoek naar haar trui, jas, boekentas of schoenen.
* Vaak ligt haar netjes gemaakt huiswerk hier te blinken in de zon, terwijl het eigenlijk op school had moeten zijn.
* Ik maak me vaak boos, omdat ze weeral op zoek is naar iets.

Dochters en zelfherkenning, het is me wat.

Rilatine

June 17th, 2008

Het heeft lang geduurd, en eerlijk gezegd, ik zat er niet zo mee in mijn hoofd. Vorig jaar ook niet, maar het jaar daarvoor wel. Ik heb zelf les gegeven aan mijn dochter, enkele maanden maar, en toch had ik het gevoeld. Haar onverwoestbaar enthousiasme, haar babbelziekte: vaak mist ze stappen in een leerproces. Ze is aanvankelijk razend blij, neemt met gulheid het begin van een nieuw soort oefeningen aan, maar datzelfde contentement zorgt er ook voor dat ze het einde niet haalt. Het einde van het leerproces.
Cijferen is daar een goed voorbeeld voor: voor je begint te rekenen, moet je de opgave netjes overschrijven: eenheden onder elkaar, tientallen onder elkaar enzovoort. Bovendien mag je geen getallen vergeten, want anders zit je gegarandeerd fout. Daarna moet je een aantal bewerkingen maken, een beetje op papier, een beetje in je hoofd. Uiteindelijk bekom je een resultaat. Bij Anouk ligt dat er vaak naast. Niet dat zij de fond niet snapt, ze weet wat cijferen is, ze kent de tussenstappen. Alleen, één tussenstap doet ze min (aftrekken) in plaats van plus (optellen). Voor ze (en wij) het weten, klopt het resultaat niet.
Hoofdrekenen: net hetzelfde.

Deze ochtend de voorzichtige vraag van de leerkracht: ‘Zou het misschien helpen als we haar wat rilatine geven?’

Dat is nu een keer een vraag die je niet stelt aan een ouder, om half negen ‘s morgens. Ik ben dan nog niet zo goed wakker, en ik schrik van dergelijke (voorbarige) conclusies. Ik sluit een medisch-psychologisch onderzoek niet uit, helemaal niet, maar ik wil geen conclusies op voorhand.
De strohalm in het onderwijs, die dikwijls vastgegrepen wordt alvorens er andere apsecten bekeken worden. Hoe ze zich voelt, dat ze de windpokken heeft, dat ze doodmoe is van het lange schooljaar. Dat haar rijpheid soms wat trager komt dan haar enthousiasme. het zijn geen vergoeilijkingen, het zijn feiten. Feiten die opgenomen moeten worden in het totaalbeeld.

Aan de andere kant weet ik dat het vierde leerjaar moeilijk zal zijn. Ik ken het, heb er zelf lesgegeven. Er komt leerinhoudelijk alleen al, zoveel nieuws bij. Daarvoor moet het voorafgaande geankerd zijn. Vastzitten in haar hoofd. Wat eigenlijk meermaals niet het geval is.

Nu, ik heb het voorrecht haar thuis te kunnen helpen. Ik ken de pedagogisch-didactische aanpak, en zal tijdens de vakantie wat drillen op tafels, cijferen en hoofdrekenen. Of het uiteindelijk voldoende zal zijn, daar twijfel ik aan. Maar hoop doet leven, en er zijn ergere dingen in ‘t leven.

Alleen de term ‘rilatine’ jaagt me schrik aan: eens het begrip gevallen is, is het vaak moeilijk om het denk-en redeneringsproces van een leerkracht om te buigen. Daar heb ik meer vrees voor dan voor haar wiskunde-achterstand.

Want tijdens ons gesrpek werd ook gezegd: ‘t is een echt schatje, ze heeft zo’n goed hart. En dat is nu een keer even zo belangrijk als haar cijfertoets. Oef.

Winterkost

June 16th, 2008

Nu we toch niet echt in de stemming zijn om in de tuin te zonnen en te barbecuen, omdat we elk uur weer een regenbui verwachten, trekken we ons dan maar terug in de keuken.
We maken couscous. Met zijn allen.


Kies voor véél groenten. Bij ons vandaag: courgette, wortel, paprika, rode ui, sjalot, look en kikkererwten. De rode ui geeft een zoete smaak aan het gerecht, de courgette, wortel en paprika zorgen voor consistentie. De look en sjalot zijn pure smaakmakers. Snijd de groenten grof en bak ze aan in wat olijfolie. Kruid met peper. Laat een kwartier stoven op een zacht vuur. Roer af en toe.

Kruid de groenten. Ik gebruik hiervoor kurkuma, korianderzaad (doe ik in een theebuiltje, dan hoef je ze er nadien niet uit te plukken), steranijs, kaneel en een lepeltje ras-el-hanout. Ook peper en zout. Overgiet met water en roer goed. Laat de bouillon pruttelen, zodat het een krachtige, smaakvolle bouillon wordt:

 

Koop vlees van goede kwaliteit. Ik heb vandaag kip en lam gekregen van mijn wederhelft. Lamsbout, in sneden, merguez en kippebouten. Bak het vlees aan in olijfolie.

Voeg het vlees toe aan de bouillon, en laat ongeveer een uur op een zacht vuur, pruttelen.

Bereid ondertussen de couscous voor: giet 2 koppen in een (mooie) kom en besprenkel met olijfolie. Kruid met peper en zout en roer goed om met een vork.

5 minuten voor we gaan eten, begiet ik de couscous met de bouillon (2 koppen couscous is 4 koppen bouillon). Roer goed om, zodat hij niet de kans krijgt om kleverig te worden. Gooi wat gesnipperde munt in de couscous. Eventueel geweekte rozijnen.

Serveer samen met de groenten-vleesmengeling. Smakelijk.

 

Columbariumnis

June 15th, 2008

Klik op Joeri! Woensdag moet zijn werk binnen zijn en stop ik met zagen:)

Onze zoon is in september 10 jaar dood.
Daarom moeten we nu het graf ‘hernieuwen’. Hernieuwen betekent: 200 euro betalen zodat hij er voor de komende 10 jaar mag blijven liggen.
Een evidentie, voor mij.

Als ik er afstand van neem, en gevoel op wat minder zet, dan vind ik dat precies zo evident niet. Een beetje absurd ook. Want ik geloof niet in een leven na de dood, en als ik er wel in zou geloven, dan zou ik daarom nog niet aannemen dat een mens er zijn oude lichaam voor nodig heeft. Want noem een ding gelijk het is: puur fysisch rest er na 10 jaar niet veel van een mens die sterft.

Waarom heb je hem dan niet laten cremeren? Ik hoor het u al denken.

Omdat ik dat een gruwelijke gedachte vond, de eerste dagen na zijn sterven. Ik rilde bij de gedachte dat hij verbrand zou worden, ik beefde bij de idee dat er geen kans meer was dat hij weer wakker zou worden. Ik hoopte heel hard dat dat graf een uitweg bood, dat mijn kansen met hem nog niet helemaal verkeken waren. Dat het om een vergissing ging. Dat het nog allemaal rechtgezet zou worden. Een foutje, mevrouw.

Nu zegt het graf me veel minder, om niet te zeggen, verwaarloosbaar veel minder. Ik vind er geen troost, ga er niet graag heen en vind dat allemaal een beetje luguber.
Ik voor mezelf hé, er ligt naast Jelle een meisje van wie de mama bijna dagelijks komt, al meer dan 10 jaar lang. Zij vindt daar sterkte en steun en kracht om haar dagen door te brengen. Ook dat kan ik begrijpen.

De rationele hersenhelft zegt dat dat graf voor niks niemendal nog hoeft.

Tot ik die brief van stad Gent krijg, met een datum erop waarop ze het graf zullen verwijderen als ik mijn akkoord geef. Dan ren ik naar de bank om te betalen. Dan schiet die andere hersenhelft weer in actie, en lijkt het precies verraad.

Tegenover dat klein mannetje dat er al bijna 10 jaar niet meer is.

Emancipatie

June 14th, 2008

Beste mensen: Joeri is er bijna, aan zijn 1000 bezoekers, nog een duwtje!

Vrijdagavond= damesnacht. Bij ons thuis, welteverstaan.

Anouk speelt chique madame. Ze komt eten in het restaurant (=de keuken), betaalt met kaart (nepkaart uit mijn portefeuille), zit de hele tijd te bellen (oude gsm die niet meer werkt) en haalt allerlei gestes boven om haar status te benadrukken.
Ze geeft 20 euro fooi, zegt dat ik de top één ben, en trippelt op mijn hakken naar de living.

‘Nu ga ik naar de cinema.’

Ik, afwassend vanuit de keuken: ‘Amai, waar zijn jouw kinderen en jouw man naartoe?’

‘Ik werk in ‘t stad, mevrouw, en nu ik hier toch ben, profiteer ik ervan. Mijn man zorgt voor de kinderen. Dat vind ik lekker rustig.’

Ik (die morgen werk in ‘t stad, en zij weet dat maar al te goed): ‘Oh, dat zal ik morgen na mijn werk nu ook eens doen, zie. Eens lekker naar de film, zo heel alleen.’

Anouk, verschrikte ogen, smekend gezicht: ‘En wij dan, mama?’

Tot zover reikt haar emancipatorisch gedachtegoed. Tot zover.

Het zijn hoegenaamd mijn zaken niet wat Meneer Boonen in zijn vrije tijd doet, maar dit filmpje lijkt voor hem gemaakt. Zet uw geluid aan mensen, and enjoy!

Je krijgt allemaal een dikke kus van Joeri. En van mij.

Greetings from the cokestore.
(En je moet wel degelijk virtueel snuiven)

Update: Ik krijg hier meldingen dat je op niks kunt klikken. Du-hu. Er ligt daar wel een virtueel lijntje coke hé. Tiens dat je daarop moet klikken.

Ramsvuur

June 12th, 2008

Iemand vraagt mij per sms of mijn beslissing misschien ‘ramsvuur’ was?
Enig idee wat dat betekent, en wat je daarop antwoordt?

Request

June 12th, 2008

Zo terechtkomen in een schoonfamilie, dat is toch altijd een hele opgave, vind ik.
Al is het ondertussen zes jaar geleden, ik herinner mijn eerste keer levendig. Het was hartelijk, heel erg hartelijk. Het was van ‘we hebben al zo veel van jou gehoord’ en ‘jullie lijken geboren voor elkaar’. Het was ook zalig, want ze zeiden: ‘Neem een stoel en zet je bij.’ Ik mocht onmiddellijk mee-eten, en dat is een sensatie bij de mama van Jan, want die kan zo goed koken.
Nu, zes jaar later, schuif ik nog altijd met plezier bij haar aan tafel. Ze vraagt ons steevast: ‘wat willen jullie eten?’ En wat we ook verzinnen, ze maakt het voor ons klaar.

Schoonzus en kinderen waren ook van de partij. 3 grote kinderen, een dochter die al op kot zat in Gent. Allemaal vol vuur en levendigheid.
De ene zoon slaagde er waarlijks in 3(!) keer zijn vijfde middelbaar te doen, iets wat weinigen hem nadoen. Toen ik hem leerde kennen, was hij nog maar aan zijn eerste keer bezig.
Wij hebben dat allemaal van dichtbij meegemaakt: de radeloosheid van zijn mama en papa, het zoeken naar oplossingen. De verlossende zucht als hij -eindelijk- van het middelbaar mocht vertrekken, richting Gent, op kot.
Hij had zijn wilde jaren blijkbaar vroeger dan anderen, de jaren op kot zijn een stuk rustiger. Alhoewel. Verstandiger ook. En nu zit hij op één jaar na aan het einde van zijn studies hoger onderwijs, een stap die hij viert met het ontwikkelen van een project op school, in de vorm van een website. En die leerkrachten, die hebben nu wel gezegd dat hij tegen woensdag 1000 bezoekers op zijn website moet hebben. En dat terwijl die pas vrijdag online gaat.
Dus, beste bezoekers, als u vrijdag, zaterdag of zondag allemaal één keer op zijn site gaat piepen, dan is hij al voor een groot stuk gered. En gelijk ik weet dat jullie allemaal lieve mensen zijn, die met plezier iets over hebben voor een ander, dacht ik: ik ga die jongen wel wat helpen.
‘t Is nen lieven, den Joeri. En een goede student.
Geen twijfel dus. Kijken en klikken vanaf vrijdag (en linken op uw blog, merci beaucoup)!
Wij danken u bij voorbaat.

De site van Joeri.

Eerst dachten we nog dat het een overvloed aan muggenbeten was, maar nee, het zijn de windpokken. Een rug, buik, gezicht, hoofd en armen vol. Vol rode stippen van de ontsmetting. Wonder boven wonder: geen koorts, geen jeuk en ook geen ellende.
Nog een week of twee wachten voor we weten of Clarisse ze ook zal rapen. Een mens zou al een keer durven denken: hoe rapper ervan af, hoe beter. We zien dus wel.
In ieder geval: ga maar naar school, zei de dokter. En de directeur zei: Kom maar af.
Dus ze geniet wel wat van de extra aandacht. Groot gelijk heeft ze.