Achterstand

June 29th, 2008

Een gigantische slaapachterstand opgelopen tijdens het weekend.

Ik leer nooit bij. Ik stoot me duizend keer aan dezelfde steen.

Redenen. Tal van redenen.

* Vrijdagavond een zwaar, diep en emotioneel gesprek gehad met een kennis van long-time-no-see. Elkaar 12 jaar lang niet zien, en dan weer plotseling wel, is vreemd. Vreemder is dat het gisteren leek. Dat het mij deugd heeft gedaan. Joepie.

* Zaterdag werken. Druk, veel volk, veel lief volk vooral. Wederom joepie.

* Zaterdagavond uitgenodigd door onze vrienden voor de beste pizza van Gent. Geen tralala, eerlijk en puur en fantastisch klaargemaakt. Goede adresjes geven we prijs, de beste blijven bij ons. ‘t Was bovendien zo gezellig, zo dames die babbelen. Lieve vrienden hebben wij.
Joepie (2 keer)

* Komt daar tijdens ons etentje geen Wim binnengewandeld (met fles in de hand, ai ai ai) die één van onze beste maten was, daar vlakbij woont en toevallig een feestje gaf? Een feestje om de zomer te vieren, waarop wij notabene uitgenodigd waren, maar mannen en mails doorsturen: het is me wat. (Joepie tot de derde)

* Zien we daar, later op de avond, Isabel terug. Met wie we samengewoond hebben. Weeral damesgekwetter. Buiten, met een groot vuur en wijn. En cis en Jan en Rob en Alexander. En gigantische augustusplannen. Ik zie die steen al liggen.

* Is dat daar niet véél te laat geworden, gewoon omdat het daar altijd veel te laat wordt.

* Was het deze ochtend niet ontieglijk vroeg, want we moesten baby halen bij oma. Eten op de middag en schoon kleren van mijn vent gekregen (braderij) hebben het wat draaglijker gemaakt.

* Kwamen we in de auto niet tot het besef dat we fantastische moeders hebben, die het zo goed doen met elkaar. Hebben die fantastische moeders niet beslist hier in het voorjaar op de kindjes te komen passen terwijl Jan en ik vijf dagen naar het zuiden gaan? (op mijn aandringen weliswaar)

* Voel ik mij nu niet ontzettend moe, na al dat getjool en genot?

Ja zekers, lieve mensen. De was blijft (weeral) liggen, de afwas staan en ik kruip in mijn bed.

Slaapwel.

Alle tijd van de wereld

June 27th, 2008

*hoge sentimentaliteit*

– Hebben we vandaag alle tijd van de wereld, mama? Echt alle tijd, dat je niet moet strijken, post lezen, koken, met clarisje bezig zijn, lezen, was uithangen?

– Yep. Alle tijd van de wereld. Vind je dat fijn, alle tijd van de wereld hebben?

– Natuurlijk! Wie niet?

(met een big smile en een volle valies is ze bijna vertrokken naar het zuiden. Ze zal niet veel aan me denken, want dat doet pijn, zegt ze. Ik ken haar nu al zo goed dat ik weet dat ze dat meent. Ze zag het trouwens zitten als geen ander. Kindjes moeten dat leren, zonder hun mama kunnen. zei ze nog.)

Rapportentijd

June 26th, 2008

Een klassiek maar fijn moment in het jaar. Onze oudste mie en ik gaan morgen een dagje stappen.
*In de voormiddag om het rapport. De andere ouders nog een laatste keer terugzien voor september, afspraken maken voor de vakantie, de grote braadworstenbarbecue regelen (joepie!), punten en zo meer bespreken (het Rilatineverhaal wordt in een kastje gestopt wegens té voorbarig, niet gegrond en weeral zeer evenwichtige resultaten, communicatie vanuit school was ronduit belachelijk, maar bon, wie heeft er al eens geen slechte dag, laat ons het daarop steken)
*Op de middag naar de MacDonalds. Ik weet het, ik weet het. Maar één keer per jaar kan ik er niet onderuit. Beloofd pot kruis en meer van dat. Gezworen op mijn eigen voorhoofd nog wel.
*Na de middag valiezen pakken. Niet voor de rest van het gezin, alleen voor de achtjarige. Want madam heeft zowaar een reisje cadeau gekregen van haar vriendin (en ouders) en ze mag twee weken mee naar het zuiden. Zwembad, zee en ijsjes. Wij maar werken.

* tata doen. Met kleine zus, naar grote zus, die in het diepste van de nacht vertrekt.

Of ik haar zal missen? Tuurlijk. Haar gekwetter en haar knuffels. Maar ik kan haar loslaten, en weet dat ze het daar naar haar zin zal hebben. Meer dan genoeg voor mij. Er is hier nog een kindje hé, dat plotseling, sedert gisteren, op haar poep zit alsof ze dat al jaren doet. Met getater en gezwaai erbij.
Wij gaan ons daar wat mee bezig houden, onderwijl.

Marie meets strangers

June 26th, 2008

Op het terras waren zes tafeltjes. Eén ervan stond in de zon. Met de huidige windstoten zit men beter in de zon. Met een koffie in de zon, aan het broeden op het boekje dat ik in elkaar wil stoppen over mijn grootmoeder (vrije tijd werkt zo inspirerend, mensen)
Ook op het terras, F., een gebronzeerde jongedame, die zo te zien al ettelijke uren aan zonnekloppen gedaan heeft.
Stelt zich het probleem van die éne tafel in de zon, vijf andere net niet.
Ik zie de zucht op heel haar lijf, en nodig haar vriendelijk uit erbij te komen zitten. Ik zit daar toch maar te krabbelen in stilte.
Natuurlijk zit ik daar niet lang stil te wezen, ik kan dat namelijk niet zo goed, in serene stilte baden. Daar heb ik mijn immer rustige wederhelft immers voor.
Zij, F., werkt als Brusselse straathoekwerker met mannen uit de prostitutie. Er zijn minder boeiende beroepen op deze wereld. Saaiere gesprekspartners ook.

Ik kan dat dus niet hé, daar gewoon zitten en een goeiendag zeggen. Om daarna gewoon verder te schrijven en me in stilte bezig te houden.
Soms lastig, ik denk dat Jan blij is als hij het huis voor zich alleen heeft. Maar ik heb nu eenmaal de meest fantastische mensen leren kennen op die manier. Zoals een Engelse professor, Mr. Daniël Webster, met wie ik één van de meest verrijkende gesprekken heb gevoerd aan een Brusselse toog.

‘t Leven is gewoon te kort, jong.

De middenstand

June 25th, 2008

Gorki wordt bij ons dees dagen grijs gedraaid.

En nee, ik kies daar niet voor. Voor tien keer ‘Mia’ na elkaar.

Het is die dame van 8 die daar naar luistert. Keer op keer. Want ze vindt dat mooi, zegt ze. Hij kan zo mooi schrijven, die meneer.
Uiteraard zingt zij luidkeels mee. Met een microfoon in haar handen en een doek om haar middel. Zeer erg mooi allemaal.
‘…de middenstand negeert het land, beter als nooit tevoren…’

Tijd dat ik haar eens uitleg wat de middenstand is, blijkbaar.

Puree, macaroni en fruitpap

June 24th, 2008

Snappen jullie dat een kind van 9 niet weet wat puree is?
Dat hij nog nooit macaroni met kaassaus gegeten heeft?
Dat hij meestal frietjes en andere gefrituurde dinges eet?

Net zoals een baby die alleen maar Olvarit-potjes eet.
Ik begin, zoals gewoonlijk, rond drie uur aan de fruitpap. Een appel, banaan en appelsien. Met wat koekjesmeel (maar dat hoeft eigenlijk helemaal niet)
Meisje, 9 jaar, staat naast me en kijkt.
‘Wat ga jij doen?’
‘Ik ga fruitpap maken, voor Clarisse, als ze wakker wordt.’
‘Hoe doe je dat, fruitpap maken?’
(ik leg haar uit hoe je fruitpap maakt)
‘Hé, dat is hetzelfde als wat er in het potje van mijn zusje zit. Kijk Kijk.’
(Wijst naar de afbeeldingen van het fruit op een Olvaritpotje) 

Reden voor het altijd-geven-van-potjes-en-nooit-zelf-fruitpap-maken: oudste dochter wil teveel aandacht.

Du-hu. Oudste dochter kan appel schillen, appel raspen, appelsien persen, banaan prakken, koekjes zo tegen elkaar raspen zodat het kruimels worden.
Dan krijgt de oudste veel aandacht. Ze leert er bovendien iets bij, wat zij ongelooflijk tof vond:
‘Oh, zo leuk, fruitpap maken, ik zal dat als verrassing doen als mijn zusje één jaar wordt.’ Oftewel: quality-time.

Het is geen veroordeling naar potjes. Ik geef ze zelf niet, omdat ik tijd heb om zelf eten te maken, wat ik heel lekker vind. Potjes zijn voor mij dus gewoon niet nodig.
Het is zeker geen veroordeling naar ouders: ik weet dat sommige mensen dat organisatorisch niet kunnen, willen en durven. Zo eens samen met je kindjes koken. Toch vinden zij dat vaak véél aangenamer dan naar Plopsaland, Bellewaerde of indoor-speeltuin gaan.

Het is wel een vaststelling. Een zeer erg jammere vaststelling. Wij leven in een land waar alles te koop is, waar de Delhaize, Aldi of Colruyt op zich educatief materiaal vormen. Fruitpapa maken, macaroni koken, dat kost amper geld, enkel wat tijd. En een beetje kennis.

Hoe komt het dan dat zoveel mensen er de weg niet naar vinden?

Naar de knoppen

June 23rd, 2008

De man woont vlakbij de school van onze dochter.
Hij is zowat een jaar of zestig, draagt altijd klompen. Daarboven een extreem korte broek en een vrij dik bovenlijf. Ook al lijkt hij niet dik.
Elke morgen, rond half negen, wandelt hij op zijn gemak richting benzinestation annex mini-supermakrt, waar hij zijn inkopen doet. Hij koopt er dit: 3 blikjes vodka met cola, 2 flessen rode wijn en vervolgens een fles gin, vodka of ander sterk spul. Nog voor hij de winkel verlaat, is het eerste lege blikje een feit. Op de hoek van de straat begint hij steevast aan het tweede.
Hij ziet er geen dronkaard uit, maar is dat wel. Althans, zo profileert hij zichzelf en zijn gedrag kan dat bevestigen.
Ik kon het na maanden toch niet laten hem te vragen hoe het met hem ging.
‘Goed’, zei hij, ‘zeer goed.’
Ik had geen pasklaar antwoord, want zijn ‘goed’ leek mij toch wat te positief.
‘Nu ja’, vervolgde hij, ‘ik eet nochtans nooit. Al zeven jaar niet meer. Zuipen, dat doe ik. Elke dag de hele inhoud van mijn boodschappentas.’
Wat zegt een mens daarop?
Niets, natuurlijk.
‘Verder drink ik ‘s avonds nog een Duvel of drie. Anders kan ik niet slapen.’
Nu schoot mijn idealisme pijlsnel de lucht in, ik zou hem redden.
‘Maar meneer, zoveel zuipen, dat kan toch niet goed zijn voor een mens. Hoe komt het eigenlijk?’
Ik bespaar u verdere details, want een echte reden was er niet. Het was gewoon zo begonnen. Hij had ‘s morgens vroeg een vodka gedronken, en je, dat had hem gesmaakt. Van het één kwam het ander.
Hij doet er niet gepassioneerd over, over dat drinken, misschien enkel wat obsessief.

‘Ik ga drinken tot ik doodga, denk ik,’ zei hij rustig,’want mijn maag is te klein geworden om te eten.’

Zijn er zo nog, van die individuen die zich, geheel bereidwillig, naar de knoppen helpen? En hoe houden zij zich recht? Moest ik voor de VTM werken, ik zou zowaar een tweede Jambers kunnen zijn.

Met één verhaal dan wel, dat van de man die zich dood aan het drinken is.

Ex ex

June 22nd, 2008

We werkten allebei voor dezelfde baas. Alleen niet op hetzelfde moment.
Toch leek het gisteren alsof we elkaar langer kenden, alsof we samen gewerkt hadden.
Meermaals, tijdens ons gesprek, dacht ik het (en zij ook): ‘Waren wij daar een team geweest, ho ho ho.’ Helemaal positief bedoeld. Tegenover onszelf hé, niet tegenover de meneer die pretendeerde onze baas te zijn. Hij kon dat namelijk niet zo goed, baas zijn.

Opgemerkt vandaag

June 20th, 2008

* Antwerpen is een schone stad. Toch heb ik geen nood er veel naartoe te gaan. Ik vind er mijn weg niet, en voor de Meir pas ik. Ik kan zowel in de Veldstraat flaneren. Zelfs dat is niet mijn favoriete bezigheid.

* Ik hou van blauw. Blauwe uniformen kunnen zo mooi zijn. Tijdloos ook. Tien jaar geleden heb ik het nochtans afgezworen, dat blauw. Wegens 6 jaar uniform, blauw en wit. Tien jaar geleden, en zeker in een gemeente als Poperinge, was het duur om mooie blauwe kledij te kopen. Wie in Gent woont, kan al eens gaan neuzen in goedkopere winkels, waar je vaak voor een prikje degelijk én mooi materiaal kunt vinden. Weinig geld hebben voor kleren is niet erg, het maakt je creatief en dwingt je een eigen stijl te ontwikkelen. Vaak zie ik jonge mensen, een jaar of zestien, die een goede smaak hebben. En die ook in de HM gaan winkelen.

* Ik ben natuurlijk geen 18 jaar meer, kan al eens in duurdere winkels binnen. Zoals vandaag. Een zeer stijlvolle jurk gekocht van Vandenvos, samen met een zijden kleedje van Essentiel. In een zeer elegante outlet store in Antwerpen. Voor een prikje, dames en heren! Ik volg de mode toch niet van seizoen op seizoen, en tijdloze stukken hou ik (bijna) eeuwig bij.

* Probeer nooit de trein naar Gent op het laatste nippertje te halen. Je haalt het toch niet. Daar zijn die 48 roltrappen in Antwerpen Centraal net teveel aan.

Clarisse

June 19th, 2008

Ze bestond al lang voor ze er was. In ons hoofd dan toch. We kenden elkaar amper, en instinctief wisten we dat zij er ooit zou zijn. Niet in de vorm van het gezellige babymeisje dat er nu is, maar wel abstracter, als een soort combinatie van ons beiden.

“‘t Is een rare.” Ik zeg het soms. Mensen kijken dan verschrikt alsof er een onheilspellend verhaal of een bizarre anekdote volgt. Nee hoor, het is gewoon een vreemde baby. Zoals in ‘knijp je ogen dicht en voel dat dat je eigen vlees en bloed is. Toch voel je het niet.’ Soms voel ik het niet, dat ze uit mij kwam. Op een rustige zondagnamiddag, zo rond den drieën.

Ze volgt erg haar eigen gangetje, en is altijd vrolijk. Al.Tijd. Zij kent dat niet, een dipje. Zij kent immer vrolijkheid. Lachen is haar hoofdberoep. Lachen, samen met pap drinken, kilo’s aardappelen naar binnen schrokken, tonnen bananen en appels à volonté.

Ze zit nog niet recht, kruipen doet ze al evenmin. Op haar voetjes staan vindt ze maar niks.
Maar dansen, mensen, dat doet ze graag. En boterhammen eten. Stuutjes, gelijk wij zeggen.
Allemaal zaken die niet in curves te vatten zijn. Waar geen gemiddelden van bestaan. Toch zijn ze belangrijk, die dingen. En ze maken mijn dag weer meer dan goed.