De zoektocht naar het mooiste park van Gent verliep stroef. Hels. Net zoals mijn dag vandaag. Tot een uur of vijf in de namiddag ongeveer. Toen klaarde het op in mijn hoofd, en het kwam nog allemaal heel erg goed.

Maar het mooiste park dus. Ik heb de parken die ik ken overlopen. Ik ben er zelfs doorgewandeld, door een paar van mijn favorieten, deze week. Haalden de shortlist: het Muinkpark, omdat ik er mijn oudste dochter zag opgroeien, omdat het klein is en omwille van het dierentuin-verhaal. Het Keizerspark, doordat het een deel van mijn leven is, op wandelafstand en een hoop verschillende mensen verzamelt op zo’n kleine plek in het midden van de drukte van een stad.

Maar het allermooiste park werd me vanavond zomaar in mijn schoot geworpen. En ik had het niet eens door.

Het FransTochpark. Met het bouwvallige kasteel van de stedelijke muziekschool als monument.

Ik moest er wachten op Anouk, die er wekelijks accordeon speelt. En ik had net aan de deur staan luistervinken toen ze haar examenliedjes voor de juf speelde. ‘Goed zo, Anouk!’, hoorde ik nog, toen ik de trappen naar beneden liep.

Het is er vergane glorie, met het vervallen orkestplatform in het water, de oude bruggen en de immense vogelkooi. Een vogelkooi in een park, ik snap het nog altijd niet heel goed. Maar het is er zo schoon, daar. Er is water, en er zijn grasvelden, het is er erg onoverzichtelijk en kronkeldewonkel. Het park herbergt de Gentbrugse Hengelaars en er shotten daar jonge gasten, zo rond een uur of 8. Je hebt er ook een speelplein, waar we het klein grut mee kunnen sussen, net als met de hordes eenden die er koning zijn. En pakken pluimen van veel te veel duiven.

Daar, in dat park, werd mijn dochter verliefd op haar accordeon, leerde ze dat notenleer ook fijn kan zijn, en kregen er de fantastische meester Kristof zomaar bij.

Het blijft altijd een beetje ons park daar, van de liefste dochter van de hele wereld en van mij.

In de reeks ‘Gent zoals u het nog nooit zag’ presenteer ik u de beste garçon* van Gent.

David en ik werkten ooit een tijd samen. Hij ervaren, ik niet. We deelden de toog in een golfdinges, en ik moet u geen tekening maken van het volk dat naar golfdinges gaat. U komt daar wellicht niet, en als u daar al komt, dan bent u uiteraard van de betere soort. Om maar te zeggen: als je snobisme en arrogantie wil spotten: golfdinges was the place to be. Gelukkig hadden wij wijze vaste klanten, die er een erezaak van maakten mij naar huis te voeren. In een chique Mercedes, met lederen zetels, maar altijd met een oprechtheid om U tegen te zeggen. In een golfdinges heb je niet alleen maar arrogantie, dat spreekt. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: wij hadden daar goede tijden, wij. Een voortreffelijke baas, een ruime toog, en mekaar om mekaar te helpen. We konden gniffelen achter de bakken, en lachen met de absurde verzoeken van de dames die er hun vrije tijd spendeerden. Hij hielp altijd met bakken sleuren en vaten verversen en als er een berg afwas stond, was die zoveel korter als we met twee waren. Ah, de gouden tijden met de kameraad in de golf.

Wij zouden mekaar wellicht niet weer zien, als we er stopten met werken, omdat onze levens te veel verschilden en omdat we gewoon maar collega’s waren. Tot ik hem enkele jaren geleden op een keer spotte in café den Turk. Waar hij is blijven plakken.

Je moet er op een wekedag gaan, want dan werkt David, het liefst iets voor de middag, als het café wakker wordt, en de bourgeoisie er zijn aperitiefpint komt pakken. Je zult er Gents met een Frans accent horen, en veel nette oude meneren, en voor je het weet zit je verwikkeld in een gesprek over de verbouwingen op de Vrijdagsmarkt.

Als je gaat, stoef dan met hem en zeg dat hij er zo gespierd uitziet. Doe hem ook de groeten, en zeg hem dat ik wou dat ik erbij was geweest.

De volgende keer: de zotste garçon* van Gent.

Mijn voorliefde voor cafés zul je erbij moeten nemen, bij het lijstje. Maar het is écht geen alleen-maar-cafés-lijstje geworden. Op één en twee en nog enkele nummers na. Oh, u weet toch wat een garçon is, niet?

 

Ik ben nog elke dag van heel mijn leven blij dat ik in Gent woon. Elke elke dag.

Aan sommige plekken kleeft de geur van het verleden, soms kom ik ergens waar ik nog nooit ben geweest. Na al die jaren. Onverwachts, maar altijd blij dat die schone madam zomaar een bil blootgeeft.

Bepaalde plekken moet u gezien hebben. Of u moet er minstens eens gepasseerd zijn, vanzijnleven. Al was het maar om er de lelijkheid schoon te vinden.

Ik zal ze delen met u, die plekken. Die intieme plaatsen waar een mens al eens durft over kijken, voorbijraast of gewoon geen zin in heeft.

Ik heb een lijstje in mijn hoofd, en ik zal dat mondjesmaat met u delen, mijn lezers. Alleen al omdat gij zo fantastisch zijt.

Ik zal ze nummeren ook, en taggen, zodat je ze kunt terugvinden, en ik bijgevolg ook, want ik heb vrij veel internetarme vrienden die daar dan misschien ook iets aan hebben, zo. Je moet wel doen wat ik zeg hé, en ook in de volgorde dat ik u het zeg. Anders mis je de helft. Afgesproken?

Daar gaan we. Nummer 1. Voor de toerist die de musea en de kerken beu is. Voor de hippe dames onder u. Voor de anciens. Zelfs voor diegenen die al zeven keer met werk een rondleiding van VIZIT hebben gekregen, ja, zelfs voor die arme sukkelaars.

De vrouwentoiletten in het Damberd op de Korenmarkt.

Zoek een zwoele avond uit. Neem een babysit en pak de arm van uw lief. Ga naar café Damberd. Zet u aan de toog en bestelt iets. De keuze van de drank laten we in het midden, dat zou erover zijn. Nip van uw drank en wees blij dat je even geen kinderen hebt die op uw arm willen zitten. Wees ook blij dat diegene die naast u zit, die is met wie je het liefst een avond weg wil zijn, dat scheelt als je samen aan een toog zit.

Ga vervolgens, onder het gekende mom, naar de toiletten. Kies het rechtertoilet uit, zet u neer en wacht een paar seconden. Bekijk op je gemak de muren. Besef dat op de muren van een toilet het diepste van een mens naar boven komt: liefde, frustratie, liefde, verdriet, liefde, grappigheid, liefde en een beetje stoutmoedigheid. Lees dat allemaal een keer, snap de logica, of net niet, en besef dat daar geschiedenis wordt geschreven. Laag over laag, dat wel, want anders zou het niet meer leesbaar zijn.

Maar toch, de vrouwentoiletten van het Damberd. Daar moet je zijn.

Een opwarmertje, dees.

 

 

Gent

December 14th, 2007

Gent deed deugd voor ons hart vandaag.
Want Jan had vandaag zijn tweede dag verlof van heel het jaar, en we hebben het er ons van gepakt.
Het was een beetje wandelen, een beetje mijmeren, een beetje eten en een beetje drinken.

En vooral heel veel babbelen en genieten van de mooiste stad van het land.
We krijgen er maar niet genoeg van, ook niet na tien jaar.

Gebakken pompoen

December 6th, 2007

Wij hebben het ongelooflijk geluk dat we in Ledeberg wonen. Want Ledeberg is de max.
We hebben alles vlakbij, en in tijden zonder auto kon dat (dubbel zoveel) tellen. Noem het op, en wij beschikken erover.

Maar het heerlijkst is de zondagse markt. Vooral mijnen bioboer, de held van de zondag. Hij heeft de beste groenten, en als je het lief vraagt, krijg je soms wat receptjes mee uit zijn map.
Ik heb nu al zin in pompoen, gewoon gebakken, met veel olijfolie, in de oven.

Maar ik wil echt een keer de caviar d’aubergine van Kerygma proberen, want gelijk zij dat beschrijft, heb ik er op voorhand zin in.

Hij zal mij zien komen, zondag, Yvan van de Patisson.