Kerstboomdepressie

December 13th, 2012

Ach, denk ik al enkele jaren, volgend jaar zijn de verbouwingen achter de rug en dan zetten we een echte kerstboom.

Vol met kitscherige slingers, blinkerballen en – nu de dochters soms eens meekruipen achter mijn naaimachine – prullen uit de hoop stof die ik recupureer.

Maar nu nog niet. Of toch niet echt. Passeerden al de revue: een houten kerstboom met lichtjes, een grote kerstboom op de koer, vlak aan ons venster, een kleien (lelijk) ding, dat de kindertjes in elkaar hebben gestoken, en dit jaar: niks.

En toen gingen we compleet overstag. Niet voor een kerstboom (ik heb echtig bijna geen plaats meer), maar oh, u zult het niet geloven: voor een lichtjesrestaurantje, kijk maar :

In het huisje woont een dametje, Mevrouwtje Suikerpot, die de heerlijkste pannekoeken bakt, die op een dag verdwijnen en een maand lang voor open mondjes en gibberende kindertjes zorgen. Het huisje staat in een dorp, waar 15 mensen en een hoop ondeugende maar grootmoedige kinderen wonen.

‘Ik vind het huisje leuker dan een kerstboom’, zei de dochter deze avond, toen ze haar resem knuffels in bed had goedgelegd, ‘allee, toch bijna. Zeker als jij elke avond een verhaaltje uit je hoofd erbij haalt.’

‘Ik niet’, zei ik, ‘maar als we nu nog een kerstboom in ons huisje moeten proppen, dan moet iemand op de koer gaan wonen. Maar ik beloof je: volgend jaar, oh volgend jaar, dan hebben wij de allermooiste kerstboom van Gent, zèlfs mooier dan die van Stien.’

En kijk: dit is waar wij wonen nu. Met vijf.

Met vijf. We hebben nog een badkamertje, een keukentje en net genoeg plaats voor alle bedden (én voor één logé, als die heel smal is)

We hebben ook nog echte kerstmiskitsch, die laat ik u na het weekend ook eens zien.

 

**

Geen kerstboom dus dit jaar, al nam ik met veel graagte voor de eerste keer een stokje aan. Ik werp het dan ook door, naar Bregje (die de wonderschoonste dingen maakt) en naar Vink (die al even schone dingen maakt) – tijd om de Flickrdames te stalken, dus.

Novemberliefde

November 21st, 2012

November is mijn lief.

Mijn weekend van het jaar.

De date waar ik 11 maanden lang naar uitkijk.

De maand waarin de dagen ons bedriegen en ik op zoek ga naar sjaals, mutsen en winterjassen. De ochtenden die gemiddeld 10 minuten langer duren, door het geworstel met laagjeskledij. De dagen waarop ik met verward haar op het werk aankom, en mijn nette collega een beetje meewarig lacht met de verkeerd gestrikte trui.

De zomerzon die nog in mijn kop genesteld zit, waardoor ik de regen relativeer. ‘Als je je ogen bijna dichtknijpt, en het regent, dan lijkt het net een lichtjesfeest.’ De maand waarin ik veel lees, in bed blijf liggen en uitspraken van mijn dochters opschrijf.

November kan mij krijgen. Altijd weer opnieuw.

 

 

Lucien

August 17th, 2010

Dit haalde nooit een publicatie, en staat al veel te lang bij de Drafts.

Ik wil het hier toch zetten, omdat mijn schoonpapa niet meer naar Spanje gaat, en geen mierzoete aperitiefwijn meer meebrengt. Maar ik mis zijn kaartjes en zijn verhalen, en omdat we hem te weinig zien, denk ik schrijvend dan maar aan hem.

 Mijn schoonvader met zijn roloog. Wegens een ontsteking die hardnekkiger blijkt dat aanvankelijk gedacht. ‘t Is toch de kanker niet, meneer de doktoor?’, had hij gevraagd. En dat bleek het gelukkig – godzijdank – niet te zijn.

Ge moet dus lezen alsof we 2 jaar geleden waren, eigenlijk.

Mijn schoonvader en ik, wij kennen elkaar. Ik ga daar op bezoek, hij komt hier. Wij vieren soms eens feest samen, en dat is altijd leuk.
Hij noemt mij ‘Marietje’ en ik hem ‘pépé’. We weten veel van hem, maar horen hem niet dagelijks.

Fijn om zo’n schoonvader te hebben.

Eén vreemd trekje heeft hij wel. Soms lijkt het of hij ons niet kent.

Zoals bij de geboorte van Clarisse. Ze was een dag of vier oud toen we hem – eindelijk- konden bereiken.
” t Is hier met Jan.”
” Jan wie?”
” Je zoon, natuurlijk, wie anders.”
” Aah!”
” Je hebt een kleindochter, pa.”
” Aah, had je niet liever een zoon gehad?”

Hij bedoelt dat niet zo, Clarisse is zijn schatje, hij kan daar blijkbaar niets aan doen.

Deze week viel er een kaartje in de bus. Getiteld ‘Costa Brava’. Daar gaat die lieve man elk jaar naartoe, dat weten we. Elk jaar krijgen we hetzelfde kaartje, met de kustlijn van Spanje, en een stylopijltje blauw aangeduid waar hij vertoeft. Elk jaar hetzelfde, wij weten dat.
Om de ommezijde geen verrassingen. ‘Groeten’ en de temperatuur.
Of toch.
Eén verrassing. Nu blijkt dat hij bij de persoon ‘Jan’ moet nadenken wie dat is, vermoedt hij wellicht van ons hetzelfde.
Getekend: Lucien.
Pépé toch. Pépé.Pépé.Pépé.

Dat had ik nog niet verteld

August 9th, 2010

Of wel, ik weet het niet meer zo goed.

Af en toe duik ik eens achter mijn naaimachine.

Om feestkleedjes te maken voor feestvarkens.

Ik heb eerst een plooirokje a la Mme Zsazsa gemaakt, en daar dan een bovenstukje aangestikt. En dat lukte bijzonder goed.

Maar dat kun je allemaal vinden op mijn FlickrAccount. Ik had dat eigenlijk graag eens een beetje geïntegreerd met elkaar, maar ik kreeg mijn blognaam niet goed, en ik wil af van dat melige Kleine en Co. Ik wil dat mijn blog Vertellementen.be wordt, maar niemand kan mij helpen. Dus leven mijn 2 werelden op het net dan maar netjes gescheiden van elkaar. Tot ik een oplossing vind.

Bijna terug

August 7th, 2010

De lach van de oudste.
De knuffel van de waterpokkenmie.
De gil van de kleinste,
of de zoen van mijn lief.

Ik weet niet waarnaar ik het meest verlang.

Maar ik zal blij zijn als ik de bel hoor.

Ah ja.

August 6th, 2010

Het is niet omdat mijn lief en mijn kinders in Ieper en omstreken zijn, dat ik niet moet eten hé.

Koop een pizzadeeg in de Delhaize. Als je een goed recept hebt voor een luchtig pizzadeeg, geef het mij dan aub.
Rol hem wat uit, en bestrijk hem met een restje zelfgemaakte tomatensaus uit de diepvries. Een bokaaltje saus kan natuurlijk ook.
Leg er hompen mozzarella op, kerstrostomaatjes en strooi er peper over.
Schuif in de oven voor een kwartier, op 200°.

Haal hem uit en versier met vers geraspte parmesan, rucola en – eventueel – grof zout.

Je kunt er scampi’s, zeevruchten, hesp, salami ansjovissen of artisjokken op leggen, uiteraard.

Ik moet mij haasten nu, want jong, als een mens alleen thuis is, vliegen de uren voorbij.
Nog net een keer een glimp op de kroon voor Clarisse. Die de windpokken heeft, moest het u interesseren.

Cake van mijn buurvrouw

August 5th, 2010

En toen zochten wij een huis.
Dat was ongeveer 2 jaar geleden.
Ik hield zoveel van Ledeberg, dat ik er niet weg wou.
We keken eerst overal in Gent, maar ik zei altijd categoriek ‘neen’.

En mijn lief luistert naar mij.

Tot we ons huis vonden en in de zijstraat van onze vorige straat belandden.
En ik ben nog altijd blij, erg erg blij.
Want Ledeberg, dat is mijn thuis.
Met al zijn auto’s en daken en beton en Bulgaren en vrouwen op straat en auto’s waar ik op foeter omdat ze op de stoep geparkeerd staan.
Maar ook met zijn speelstraten en kindjes en wijze buren en bbq op het dakterras van onze nieuwe buren en al die hartelijkheden en onze koer en onze druivelaar op de koer die het zo goed doet. En familie om de ene hoek en familie vlakbij aan het water.

Maar ik heb altijd goede buren, ik denk een beetje dat je die zelf maakt als je keihard je best doet. En een beetje geluk hebt. Want ons buren, die kunnen roepen en tieren op hun kroost, amai nog niet. Ik was daar een beetje kwaad om en klopte op de muur en al. Tot Anouk dat ook begon te doen en ik dacht ‘ons kent ons’ want zo zeggen ze dat in de Westhoek. Nu zijn ze lief en vriendelijk en ze roepen wel nog, maar één keer in de maand, en als vrouw begrijp ik dat een beetje. Bovendien, mijn achterban moet leren wat verdraagzaam zijn. Als we met zoveel mensen op zo’n kleine oppervalkte leven als in Ledeberg, dan moet een mens zijn best een beetje doen, niet waar?

Maar eigenlijk wou ik het daar niet over hebben, ik was van plan te schrijven over mijn buurvrouw van vroeger. Die aan de overkant een beetje naar links woonde. Met haar tof lief en een leuken kleinen. Maar dat zal voor een andere keer zijn, vrees ik. Ik ben alleen thuis en ik heb geen inspiratie als ik alleen ben. Maar bakken dat kan ik wel. Zie maar. Rabarbercake. Recept van Valerie. Die voor altijd een beetje mijn buurvrouw zal blijven.

Ik foeter op mijn moeder als ze bakt, want ze luistert nooit goed. Ze denkt dat dat ook gaat ‘goed komt het uit’, maar met bakken is dat niet zo. Gistingsprocessen en zo spelen een rol. Voor één keer was ik echter te lui om mijn weegschaal uit de kelder te halen, dus het was op het gevoel.

Maar dit is het koosjere recept.

3 eieren
50 gr boter
125 gr suiker
125 gr zelfrijzende bloem
2 à 3 soeplepels melk
3 stronken rabarber

2 eierdooiers en 1 volledig ei mengen met de suiker, bloem, de melk en de boter.
In een beboterde vorm gieten. (dat doe ik niet, ik gebruik de Tupperwarevorm van mijn mama)
Rabarber in kleine stukjes boven op het deeg leggen en in de oven schuiven op 190°.

Af en toe kijken en met een stokje controleren wanneer hij klaar is.
Bij haar in een half uur, bij mij duurt het bijna een uur.

Zij doet daar nog ingewikkelde dingen mee, ze klopt 2 eiwitten (van de dooiers) op en legt die op het laatst op het deeg, als het niet meer vloeibaar is. Maar daar heb ik geen geduld voor. Het is natuurlijk verfijnder en lekkerder, maar dan eet ik dat wel als ik bij haar op bezoek ga.

Meet mijn koertje, oh zo klein, maar we zien het zo graag.

In onzen hof

August 3rd, 2010

Ik kon het niet laten.

Mijn lief, gespot door mijn broer en schoonzus, in het Keizerspark.
Hij heeft verlof voor de kinders terwijl ik werk.
Ik moet u niet zeggen hoe moe hij ‘s avonds is, zeker?

‘Hij heeft stress, denk ik, mama’, fluisterde Anouk ik in mijn oor toen ik hen eventjes vervoegde tijdens mijn middagpauze.

Karjonkeltje deed het weer

August 1st, 2010

Tja, het was weer in het allerholste holst van de nacht.
Het was een nacht tussen barbecuefeesten, het einde van het verlof en veel lawaai.
Het was een vreemde kamer, een vreemd bed en er waren vreemde geuren.

Jij hebt het dan niet zo op slapen, denk ik.

Jij ligt liever met wakkere ogen naar mij te kijken en bellen te blazen met je dunne dunne lipjes.

Of het door jouw schitterende, klare, heldere ogen kwam, door je zweetgeur of je klamme handjes, ik weet het niet.
Het kan evengoed de verwoestende moeheid van amper één uur slaap die nacht zijn geweest.

Ik kreeg weer tranen in mijn ogen, in mijn hart en op mijn vel.

Voor u, Karjonkeltje.

Omdat je na zeven maanden, met twee volle weken verlof aan de staart het beste van het beste blijft.

Voor altijd, daar ben ik ondertussen zeker van.

't lang leven

July 31st, 2010

Terwijl de man de kost verdiende, zaten wij met ons vier in Poperinge.
Ik sliep met de twee oudste dochters in één groot bed, en we giechelden tot het bijna middernacht was. We bouwden pannekoeken door op elkaar te liggen, zaten de hele dag aan tafel en leefden van maaltijd naar maaltijd. We aten goed en dronken lekker. We kregen vanuit onze logeerplaats veel familie over de vloer, die allemaal bleven eten. Er werden paardenkampen gebouwd en Anouk was een menner. Tenten rond het wasrek en emmers vol met water. Heerlijke kaastaart met ananas en zelfgemaakte pudding.
We naaiden verder aan de kroon, want de dochters sliepen de namiddag weg, en probeerden te lezen in het ene boek dat ik bij had. Wat mislukte wegens te zalig om niets te moeten doen.

Nu nog barbecuen bij de schoonfamilie en dan is er een werk dat op mij wacht.

Maar daar denk ik dan pas maandagochtend aan.

Hoe gaat het in uw verlof, eigenlijk?