Wensen

December 21st, 2014

Mijn wijze vriend zei het vrijdagavond nog eens. ‘Marietje, ‘t is waar hé, op een bepaald moment heb je geen nood meer aan bullshit in je leven.’

Zoals steeds als hij zulke wijze dingen zegt, plak ik ze vast in mijn hoofd, kader ik ze later in en denk er nog veel aan, aan die grote waarheden. Ze lijken misschien klein, en een ander kan ze in één twee drie van tafel vegen, maar voor mij zijn ze van levensbelang. Kleine warme waarheden, die soms eens op gefrons of ooggedraai worden onthaald: bij mij komen ze thuis. Net als die keer dat we het allerbeste Orloffgebraad ooit aten, samen met onze vrienden, en we tot de conclusie kwamen dat het leven vooral om voldoende eten, warmte en een goede gezondheid draait. Er werd toen ook een beetje gelachen, ik weet dat nog, maar ik lachte niet. Ik zette de deur naar die plakkamer in mijn kop open, en was alweer bezig met het vasttimmeren van een nieuw kadertje.

Mijn lief zegt vaak niet veel, maar als hij iets zegt, dan luister ik meestal goed. Het duurt soms een beetje langer dan bij andere mensen, maar het is zo vaak echt de moeite om geduldig te zijn. Zoals toen we samen van Ieper kwamen, met de auto, en wij twee na het parkeren nog even bleven zitten. Gewoon om nog een beetje te babbelen. Over de firewall die mensen moeten passeren als het over zijn drie dochters gaat, en over hoe goed wij overeen komen met elkaar. Over echt belangrijke dingen in het leven, en alle ballast die het lastig maakt. Over nadenken, je hoofd laten werken en over hoe trots we zijn dat onze oudste dochter zo sterk in haar leven staat, en hoe goed ze het allemaal wel niet doet.

Ik wens jullie zulke waarheden.
Ik wens jullie zulke mensen.
Mensen rondom je die slimme dingen zeggen en weten waar het leven echt om gaat. Weinig complexen, geen tralala maar gewoon een beetje proberen om er het beste van te maken. Geen torenhoge verwachtingen en zware principes (die je later toch maar overboord kiepert) maar blij zijn dat je gezondheid het niet af laat weten.

Het is als het leven op zijn simpelst is, dat het het schoonst kan zijn.
Dat je dat nooit mag vergeten.

Dieptes en hoogtes

December 7th, 2014

We hebben een zeer bijzondere, heel erg dichte vriend verloren woensdag. We hebben dinsdag een bloemetje van een kindje verwelkomd, van heel erg dichte vrienden.

We hebben gedanst dit weekend. Gebleit, gejankt, gevloekt, gelachen, gevrijd, gedronken en samen met onze kinderen op de grond in de living gegeten. We hebben foto’s gekeken, mails gelezen, teksten geschreven en af en toe eens gepiept naar de foto van het kleine meisje naar wie we zo uitkeken allemaal. We hebben geklonken, te weinig geslapen en teveel in elkaars armen gezegd dat het leven suckt. Ook dat het mooi is, het leven, zelfs als je verdrietig bent. We hebben getjoold, tranen gedroogd, mooie liedjes geluisterd, oh ja, veel mooie liedjes geluisterd. Ook naar het Zesde Metaal, omdat Wannes in onze taal zo schoon kan verwoorden waar het leven over gaat. We hebben samen, mijn lief en ik (en mijn fantastische buurvrouw) een tipi gemaakt voor de Sint, en de dames waren euforisch. We hebben onze dappere zwemmer gefilmd toen ze van de hoge glijbaan in de Rooigem durfde, en we hebben in ons klein keukentje, dicht bij de mensen die we graag zien, gezegd dat het goed was om bij elkaar te zijn. Mijn lief heeft gedanst op het verlies van zijn maat, en (veel en lang) geklonken op de geboorte van de dochter van zijn andere maat. Allemaal mensen die dicht bij hem kunnen zijn als hij door de hel van verdriet en gemis moet. We hebben naar Gorki geluisterd en aan de oudste dochter uitgelegd dat ook collectief verdriet bestaat, en dat dat goed is, ook als ze dat zelf niet voelt. Dat dat troostend kan werken, en dat het goed is als mensen gelijke gevoelens hebben, omdat dat verbindt.

Samen verdrieten is bijzonder. Janken als een klein kind, samen met je dochter van zeven, en daarna beginnen lachen omdat wij twee de bleitkousen van ons huis zijn. ‘Ik zal hem zo missen, mama’, prevelde ze, en ik heb verteld over verdriet, en vreugde en gemis en kwaadheid en angst en hulpeloosheid, allemaal gevoelens die door je lijf razen als je afscheid neemt. Een minuut later zat ze tekeningen te maken voor het nieuwe babytje, en kon ze niet meer wachten om haar in het echt te gaan bewonderen.

Dat is louterend, zo samen rouwen, vind ik.

Ik wou dat ik, als ik mijn zoon verloor, ook een omgeving had waar ik dat kon: zo diep gaan en rechtklauteren als ik uitgeraasd was.
Want meer dan iemand missen is afscheid nemen soms een strijd leveren met jezelf om opnieuw rechter te leren leven, met een gat in je hart en een zeurende toon in je hoofd.

Voorleesweekliefde

November 27th, 2014

Ze is net zeven.

Ze houdt wel van knuffels, maar niet van zoenen. Ze houdt minstens even veel van dieren als van mensen. Ze speelt het liefst alleen, dan kan ze een beetje nadenken over het boek dat ze de avond voordien las, en kan ze in haar hoofd een spel spelen, zonder dat ze iemand uitleg moet geven die niet luistert. Ze fronst als juf zegt dat dat gek is, alleen spelen, want ze weet toch zelf wel wat ze het liefst doet. Haar babyvet smolt weg en in de plek zijn lange smalle benen gekomen, een jeansbroek en een paar witte Nike-basketten die we van mijn vriendin kregen. ‘Er zijn kindjes die lachen omdat ik de schoenen van Marietje aandoe, maar ik ben net blij, mama. Raar voor iemand is niet altijd raar voor iemand anders hé, jij zegt dat ook, mama.’

Het kleutertje in mijn groot wijs kind is al lang compleet verdwenen en terwijl ik haar plat zou willen knuffelen, is zij van de voorzichtige aard, die weinig aanraking het fijnst vind, op een stevige hand na. Ze kust helemaal niet graag, en hoe hard ik haar zoenen ook mis, ik respecteer haar wensen zoveel mogelijk.

Maar als ik voorlees, ontdooit ze.

Ze luistert eerst van op afstand, komt dan naast me in de zetel zitten om te eindigen op mijn schoot, met haar hoofd in mijn nek en haar armen verstrengeld rond de mijne. Minutenlang zit ze bijna roerloos gelijk, op een nog stevigere omhelzing na.
Nog nooit hadden zij en ik zoveel lichamelijk contact de laatste jaren als daar in de zetel met een boek op mijn schoot terwijl ik aan het voorlezen ben.

Stel je voor dat ik dat niet zou doen, voorlezen. Dat ik geen tijd, geen zin, geen inspiratie en geen boeken zou hebben. Dat ze nooit zo harmonieus op mijn schoot zou genesteld liggen als wanneer ik een boek voorlees. Stel je voor dat ze niet op gaat in een andere wereld, die van betweterige prinsessen en vreselijke juffrouwen Bulstronk. Wat als ze niet naar adem kan happen als Mathilda glazen doet zweven en kritisch mee kan lezen als ik een woord verander omdat het te Nederlands is.

Als je een opvoeding herleidt naar de essentie, dan staat voorlezen bij mij in de toptien.

Of in de topvijf.

Freddy – Kracht III

November 22nd, 2014

Toen ik thuiskwam enkele weken geleden, kirden mijn drie dochters in de gang.

‘We hebben een dier, een duif en ze is nog jong en anders zou ze sterven.’

In de te kleine gang van ons te kleine huis stond een grote kartonnen doos, met daarin een duivejong met gele pluimen op zijn kop. Weinig dieren zijn zo lelijk als ze klein zijn, vind ik, hun buitenproportionaliteit werkt helemaal niet schattig.

Ik belde naar mijn lief, dat een beetje lachend en een beetje zuchtend zei: ‘ik kijk er deze avond wel eens naar.’
Ik belde ook naar mijn nonkel, die duivenmelker is, om te vragen wat wij begod met zo’n vogeljong moesten doen.
De buurman, wiens hersteld dak het jong herbergde, lachte en zei: ‘dat is lekker in de pot’ en toen draaide hij zich om en deed alsof het dier zijn zaak niet meer was.
De moeder van het duifje cirkelde wanhopig rond de daken en al mijn hormonen sloegen op hol, ik kon de pijn in haar hart waarlijks voelen, nu ze zomaar haar jong kwijt was.

Omdat, volgens mijn nonkel, de moeder pas terug zou keren als het rustig was, bond mijn lief de doos vast op de vensterbank, in de hoop dat de moeder haar jong zou komen voeden. We zetten water en muesli bij de duif en hoopten op het beste.

Toen werd het nat en de moeder kwam niet terug.

De duif werd binnengehaald en mocht nog even verder suffen op de nieuwe kamer waar we momenteel eindelijk bijna klaar zijn (op de vloer en het schilderwerk na). Af en toe vonden we ze naast de doos terug, en je wilt niet weten hoe de vloer eruitzag na enkele dagen. Op zaterdag trippelde ze tussen de tafel en de ladder door, blij dat Jan haar in zijn werkerskleren vervoegde, en blij dat ze muziek hoorde en niet alleen was.

Vorige week woensdag moest ik er schilderen en ik ben bang van fladderaars, dus de ladies plantten haar voor enkele uren op de vensterbank.

Even later tikte ze tegen het venster, draaide zich om en vloog weg.

Ik ga elke avond eens kijken, of ze toevallig niet nog eens langskomt, en Anouk zei ‘Oh Freddy toch’, toen ze hoorde dat hij er niet meer was. De kleintjes juichten dat hij niet was gestorven en voor Jan zullen de werkzaterdagen weer stiller zijn.

Freddy toch, Freddy Freddy Freddy.

Kracht II

October 15th, 2014

Een van onze dochters heeft een zeer zware hondenliefde in haar lijfje.

Ze houdt van élke hond, of die nu venijnig, klein, oud, lelijk, mooi, lief, vals, kwijlend of aanhankelijk is.

Van elke hond.

Honden die mij schrik aanjagen (Rottweilers die kwijlend jankend piepen als we voorbij zijn huis passeren, valse bijters die toeslaan als je het niet verwacht) verdedigt zij. ‘Je moet hen gewoon gerust laten, mama. Zij kunnen daar zelf weinig aan doen, sommige honden hebben een slechte baas of een rotkarakter, maar dat wil niet zeggen dat je die hond niet graag kunt zien.’

Wij hebben geen plaats en geen tijd voor een hond.

Ze betreurt dat, en weent af en toe een beetje, ‘omdat ze zo erg graag een hond wil hebben voor altijd.’

‘Als we nu eens aan de buurvrouw met de honden, van twee huizen verder, vragen of ze af en toe eens mee mag met haar dagelijkse wandeling, wat denk je?’ vroeg mijn slim lief een half jaar geleden.

Ik kwam haar tegen, vroeg wat ze ervan vond, en tot onze grote vreugde zei ze ja.

Sindsdien belt ze regelmatig aan, met haar twee kleine hondjes, en in het lijstje van dingen-waar-ze-altijd-euforisch-op-reageert en zaken-die-nooit-vervelen staan deze uitstapjes met stip op één. Met veel stip. Net als bezoekjes aan haar huis, waar alles mooier, fijner en gezelliger is dan hier, want er is ook nog een grote hond, Mégane, waarover zij honderduit vertellen als ze thuiskomen. Over hoe ze een beetje jaloers is van de cavia, en hoe grappig zij dat vinden.

Ondertussen zijn de hondjes met de dametjes vertrouwd, en zijn ook Karlijn en ik aan elkaar gewend.
Heerlijke babbels aan onze tafel, onverwachte gesprekken aan de voordeur, afspraken om samen eens te gaan zwemmen.

Met sommige mensen gaat het van de eerste keer naar de fond van het leven, en tussen ons is dat elke keer zo.

Oh wat ben ik blij dat zij er is.

Kracht I

October 8th, 2014

In mijn straat woont een gezin: vader, moeder, dochter in de twintig. Hun huis lijkt altijd gesloten. Er is weinig beweging, en ik denk dat ik tot voor kort nog nooit de deur zag open staan.

Bij de verkiezingen leerden de dochter en ik elkaar kennen. We moesten beiden ‘zitten’, en toen zij haar adres zei, bleek dat we buren waren. We wandelden samen naar huis, ons gesprek was kort maar oh zo hartelijk.

‘Hoe gek’, bedacht ik,’dat er zo’n vriendelijke vrouw woont, krak aan de overkant van de straat, en dat ik haar nog nooit eerder zag.

Sinds de verkiezingen komen we elkaar soms eens tegen. We stoppen en we praten en het lijkt een beetje alsof we elkaar goed kennen. Het gaat weinig over koetjes en kalfjes, maar de korte gesprekken zijn altijd boeiend.

Een paar weken terug kocht mijn lief couscous, en het bleek iets fijners te zijn, een soort meel dat me geschikter leek om te bakken. Ik belde aan bij de overbuurvrouw, de andere (van wie de zoon af en toe eens Frans en rekenen kwam oefenen wat jaren geleden) en ze stuurde me door naar het huis van mijn verse kennis.
‘Die moeder weet alles van couscous, vraag haar maar’.

Ik belde aan bij het huis van de dochter die ik dus een beetje kende van de verkiezingen.

De oudere zus, die op bezoek was bij haar moeder, was een werkelijke spraakwaterval toen ze de deur opendeed. Ik legde uit van de verkiezingen, dat ik haar zus toen leerde kennen, en ze werd met de minuut hartelijker. De moeder kwam vanuit de keuken, en ik kreeg een pak couscous in ruil voor het meel dat ik in mijn handen had. En passant kreeg ik een recept: eerst bouillon maken, veel tijd nemen, en met je handen rollen, zeker met je handen rollen. Tussen de instructies door, die de oudste dochter in het Nederlands vertaalde van de vriendelijke moeder, kreeg ik te horen waar ze woonde, werkte en hoeveel kinderen ze had.

Sindsdien zwaait de oudste zus naar mij, praat ik langer met de jongste zus en vroeg de moeder wat ik vond van de couscous.

Zondag en maandag aten wij ervan. Hij was fijn, zoals ik hem graag had, en van de lekkerste soort die ik ooit at. Tijdens het eten dacht ik aan de buurvrouwen: de jongste zus, de moeder en de oudste zus.

Verbondenheid zit niet in opgelegde verdraagzaamheid maar in oprechte interesse.

(Deze week elke dag een stukje over hoe ik hier in Ledeberg zonder bril heb leren kijken, en hoeveel godsgeschenken ik daardoor in de plaats kreeg. In mijn eigen buurt, in mijn eigen straat, bij mijn kindertjes die bijna geboren zijn zonder bril op hun hoofd)

Onverwacht

October 8th, 2014

Ik zou de eerste thuis zijn ‘s avonds.

Boodschappen doen en alvast koken zodat we vroeg konden eten en zo verder, je kent dat wel.

Sleutel vergeten.

Gelukkig, oh gelukkig had ik een boek in mijn handtas.

25 minuten heb ik gelezen, op mijn gat op de zulle.

Een mens zou zijn sleutel meer moeten vergeten.

de Factoren

October 4th, 2014

Mensen worden ziek.

Soms erg, soms banaal, soms van voorbijgaande aard en soms voor altijd.

Ik ben zelf een beetje ziek aan mijn buik en het is chronisch, maar het is onder controle, godzijdank na al dat gesukkel.
Toen ik op de tafel bij de specialist lag, en hij zo een beetje tokkelde op mijn buik, had hij het over factoren.

‘Factoren?’, vroeg ik, half in zwijm want het deed nog steeds een beetje pijn, dat tokkelen, en bovendien heb ik een schone specialist. Een mens mag chance hebben als hij ziek is vind ik. Het feit dat hij, bij mijn darmonderzoek en passant de naam van de neef van mijn moeder vermeldde als vriend, was minder. Een mens ligt niet voor zijn plezier met zijn gat omhoog bij de vriend van iemand uit de familie. Maar ook die schaamte overwint een mens.

‘Ja, factoren’, zei hij met zijn rustige, aardige stem, die mij altijd geruststelt als ik wat paniekerig ben.
‘Factoren die je niet kunt kiezen, en factoren waar je wel de baas over bent. Jouw kinderen zijn er, en die kun je niet kiezen. Net zoals je huis, de verbouwingen en andere zaken waar een mens moeilijk onderuit kan. Werk, vrije tijd en uw sociaal leven, daar ben je wel de baas over.’

Het was een beetje kort door de bocht, hé, dat je over werk de baas bent, maar ik snapte wat hij bedoelde. Het gaat minder over keuzes dan over prioriteiten, dacht ik. Mensen bij wie ik het liefste ben.

Mijn vrije tijd, daar ben ik de meeste baas over.
Dacht ik een jaar geleden echt wel.
Tot ik op een avond doodmoe op bed viel en zei dat ik geen zin meer had om weg te gaan, verplichte nummertjes te spelen en afspraken te maken voor de goede vrede.

‘Je kunt niet alles willen’, zei mijn lief, die alles altijd veel meer onder controle heeft dan ikzelf, en hij viel sebiet in slaap. Ik niet, ik lag wakker en alhoewel ik geen serieuze piekeraar ben denk ik, piekerde ik de ganse nacht.

Ik denk dat ik sindsdien wél een beetje de baas ben over mijn vrije tijd, of toch, mijn vrije tijd geeft mij althans die indruk.
Vrije weekends, lang ontbijten en kranten lezen, avonden vol rust en tielijk in bed. Geen of toch weinig feestjes en meer dan eens zeggen ‘ik heb geen zin, ik ga niet mee’.

Ik kreeg er fenomenaal veel tijd, rust en anders voor terug. Gaan zwemmen, veel lezen en vooral: heel erg veel niks doen. Tijd om alles op het gemak te doen en ow hell, ‘s morgens tijd om eerst op mijn gemak wakker te worden voor mijn kroost naar beneden komt. Mijn onrustig trippelend hoofd, dat weinig rust kent, houdt het meest van mij als ik zo leef. Het doet zijn hoed af voor mij, zegt het, en ik hou ervan als mijn hoofd zulke dingen tegen mij zegt.

Ik denk daar vaak aan, aan de wijsheden van mijn integere professor, die naast dokter ook vader is. Hij neemt zijn telefoon dan op als ik aan zijn bureau zit, lacht met de vragen van zijn dochter en zegt ‘dat was mijn dochter die mij dringend nodig had’ en dan lacht hij zoals alleen een vader kan lachen als zijn dochter belt.

Jij hebt factoren, denk ik dan, jij ook.

De Kiem

October 2nd, 2014

Er is niks dat ze boeiender vinden dan praten over de wereld.

Een beetje over bergen, water, honger, oorlog, Afrikaanse pracht en luchtvervuiling. Alles door elkaar, niet te dreigend en vooral zorgen dat het boeiend blijft. Fietsend of stappend analyseren ze de wereld. Vanavond zuchtte Clarisse, toen we de sliert automobilisten zagen in de verte: ‘fietsen dat is vrijheid’.

Nadenken over hoe het anders kan vinden ze het fijnst.

Ze denken hardop na over hoe we minder plastiek in onze vuilnisbak krijgen en waarom we beter groenten kopen op de markt dan in de supermarkt. Hoe we in de restwarmte van de oven onze puree nog lekker kunnen opwarmen. Samen met mij kijken ze naar filmpjes op Mij pak je niet in en hun verwondering bij al dat slims is wonderbaarlijk. Met hun vingertjes in de lucht hertekenen ze de stad, duwen ze auto’s weg en leggen lange lange parken aan, dwars doorheen Gent. Ze bedenken slimme manieren op een zwembad proper te houden en sakkeren op papier en plastiek op straat, dat ze dapper zelf in vuilnisbakken duwen. Ze organiseren dokterspraktijken dicht bij de bibliotheek, zodat je een boekje kunt lezen terwijl je wacht. De kleinste verzint een koffiekan op het bureau van de dokter, en een vaas voor alle bloemen die artsen verdienen. Ze stelt haar grote zus aan als bakker en als kok, dicht bij de kerk, de school en het rusthuis, zodat iedereen op tijd lekker eten krijgt. In hun hoofdjes picknicken ze elke middag op het Sint-Pietersplein en ze vragen zich verwonderd af waarom juf geen les kan geven op de bus, terwijl ze ergens gezellig naartoe gaan. De speelplaats verbouwen ze in het weekend tot gigantische tuin (zoveel lege plaats, élk weekend, mama) en van hun turnzaal maken ze een gratis cinema voor alle kinderen die van filmen houden. Ze kiezen Ronja Roversdochter als première en toveren popcorn uit hun mouw, recht vanop het maïsveld. Ze kamperen in het Zuidpark, laten alle asielhonden vrij en vinden dat de beiaard altijd grappige liedjes spelen moet.

Als ze dan uitgeteld liggen te ronken tussen een bende knuffels, nadat ze -weeral- ark van Noach speelden op bed, dan denk ik: ‘de kiem van verandering en het toonbeeld van hoop ligt daar’.

En dan hoop ik altijd stiekem een beetje dat het onderwijs de kracht heeft om dat verder te ondersteunen, om dat toe te juichen en om schouderklopjes te geven van jewelste.

Lijst met lekkers zonder vlees

October 1st, 2014

Ik eet niet zoveel vlees, en ook niet meer zo graag als vroeger.

Favoriete vegetarische kost die hier op tafel komt, in een lijstje.

* eitjes met vanalles. het allerliefst met geroosterde pastinaak, puree en veel verse kruiden. zoals deze middag, scoren bij de kindertjes ook, zeker als je een blik bonen in tomatensaus als extra op tafel zet.
* kruimeldeeg met vanalles. traag gebakken ui, kaas en geroosterde bloemkool. of met gebakken prei en geitenkaas. ik ben de enige in huis die graag quiche eet, dus ik deel dat met mijn nichtje (die ook als enige thuis graag quiche eet) en vervolgens sleur ik een paar dagen na elkaar wat quiche mee als middageten naar het werk: wat sla, wat nootjes, wat komkommer en paprika, samen met een stukje quiche. Aan de kant, vuile belegde broodjes!
* pasta met vanalles. vorige week orzo met geroosterde tomaten, venkel en courgette. Een recept van mevrouw Jonge Sla, uit het Moestuinboek van Mme Zsazsa. Volgens de bibliotheekmadame van Ledeberg Mme Zaza, vandaar dat het boek in de onlinecatalogus niet te vinden is, maar ik het wel zag liggen. Ik eet de pasta zo, zonder meer, maar met wat mozzarella is die ook erg lekker, zeker als je die wat laat smelten, njam.
Ook graag met verse gemixte tomatensaus, pijnboompitten en mozzarella. Ik doe stiekem altijd wat room in die saus terwijl ik denk: ‘ach, een mens moet wat vet eten ook’.
* rijst. Rijst met cashewnoten, smeuïge ajuin en veel kruiden die ik toevallig staan heb. Ik bak daar wat tofu bij, maar daar moet je natuurlijk aan zijn.
* soep, soep, soep. Mantra: minstens 3 potten in mijn diepvries, samen met wat kaas, gebakken oud brood en van die ranzige soepballetjes uit de supermarkt. Minestrone met pesto als volledige maaltijd, ideaal om restjes weg te werken, pasta bij te gooien en te doen alsof je keilang bezig was met koken. Als je grote porties maakt, vries je die in en dat zijn godsgeschenkjes voor winteravonden waarop je het liefst gewoon in je pyama kruipt met een tas soep op je koude billen.
* slaatjes met vijgen, zeker nu. ik pak een potje, vul dat met sla en verse vijgen. op de middag meng ik dat met wat nootjes en dressing en hup, weeral geen broodje gekocht.
* risotto. oh risotto. wat witte wijn (en dan heb ik een excuus om wijn te drinken, het is immers altijd na 4 uur als ik risotto klaarmaak), boter, kaas en zelfgemaakte bouillon (al wat lekker ruikt, goed smaakt en toch maar in de frigo of ernaast ligt te liggen: peterseliesteeltjes, ajuin, wortel, selder, wat prei,…), samen met veel kruiden en nog wat vers geraspte parmesan. Met gebakken paddestoelen, geroosterde pompoen of rode bieten. in een diep bord, met een glas witte wijn ernaast. hemel op aarde, dat.

er ligt zoveel kracht verborgen in groensels, een mens zou er bijna emotioneel van worden, verdorie.