over de vluchtelingen

April 27th, 2016

Ik was vorige week mijn huissleutel vergeten, dacht ik.
Ik stond zeker al tien minuten te trappelen aan mijn voordeur, toen ik ontdekte dat mijn sleutel toch boven in mijn rugzak zat.
Wat een gelukzalig gevoel toen ik toch binnen kon. Ik keek een keer rond en zag plots niet meer hoeveel werk ons huis nog vraagt, maar vooral hoe graag ik hier ben. Ik keek naar onze plantjes, en de tweedehands zetel, de boeken en de grote tafel waaraan iedereen welkom is. Het is niet veel, maar genoeg om ontzettend blij te zijn met wat ik heb.

Mijn lief stond hier in onze kleine living en zei: ‘Ik ben blij om thuis te komen, echt, ik ben graag thuis.’

Een van onze dochters kust soms de voordeur als ze thuiskomt, en een andere dochter vertrouwde me toe: ‘ik lig graag in mijn bedje, met mijn knuffels en mijn deken en mijn lampje.’

Hier, op die paar vierkante meters waar wij met vijf leven, liggen de fundamenten van onze opvoeding, van wie we zijn, van hoe we naar de wereld kijken. Hier wordt gepraat, nagedacht, muziek geluisterd, samen gegeten, gediscussieerd, gedanst, gedronken, gekust, gekept en getroost.

Maar werkelijk, hoe moet het zijn om alles wat je hebt achter te laten, soms zelfs een deel van je gezin. Hoe moet het voelen om enkel je gebroed mee te nemen, op een eeuwige vlucht, niet wetend waar je terechtkomt en hoe het daar zal zijn?
We praten erover, met onze achterban, hier aan tafel. Niet altijd en niet in horrortermen, maar wel vanuit het besef dat wij zoveel luxe hebben, en zo weinig zorgen. Geen koude, geen honger en geen ziekte. Hoe sterk je ook wordt als je je eigen plek hebt, een fort om tot jezelf te komen.

Caritas International.be is op zoek naar huizen voor vluchtelingen. Vluchtelingen die erkend worden als vluchteling moeten binnen de 2 maand de opvangstructuren (die als tijdelijke structuur dienen) verlaten.

Zonder een huis en een adres ben je niks in ons land. Niks en niemand. Nabil en Fadia vluchtten uit Homs in 2012, en hebben nu een huis in Beauraing, een kleine stad in Namen. Je kunt via de link hun verhaal lezen.

Lang leve mensen die hun huizen willen verhuren aan vluchtelingen. Een huis huren is namelijk niet evident: vorig jaar hielp ik iemand die tijdelijk op zoek was naar een huis, voor haar en voor haar twee kinderen: je wilt niet weten welke criteria eigenaars toepassen voor ze een huis verhuren. Je wilt het echt niet weten: de vrouw waar ik het over heb spreekt Nederlands, werkt en kan loonfiches voorleggen, en toch werd zij niet gekozen als huurder. Of het verhaal van een kennis, die een woning zocht voor een Franstalige artiest, maar als antwoord kreeg dat ze liever Nederlandstalige huurders had.

Wat dan als je de taal niet machtig bent, geen inkomen hebt, uit oorlog komt en niemand rond je heen hebt die kan helpen?
Ik hoorde deze week op de radio hoe hulporganisaties pleiten voor een structurele aanpak van sociale huisvesting. Niet alleen voor vluchtelingen, maar voor alle mensen die om één of andere reden geen plek krijgen op de reguliere huizenmarkt.
Hoe kunnen wij vluchtelingen erkennen als vluchteling, en ze nadien gewoon laten dolen in ons land, zonder structurele houvast?

Caritas is op zoek naar huiseigenaren die wél een huis willen verhuren aan mensen die het zo hard nodig hebben. Mensen die misschien leegstand betalen omdat er toch niemand in hun huurhuis woont. Mensen die een huis hebben dat leegstaat en niet onmiddellijk van plan zijn het voor iemand anders te gebruiken. Mensen die wél aan eerlijke prijzen willen verhuren en geen torenhoge waarborgen vragen. Mensen die waarborg die eventueel via het OCMW wordt geregeld, niet erg vinden.
Ze leggen dit heel duidelijk uit op hun website. Caritas International.be helpt: zij zoeken naar een match tussen de woning en de gezinnen, en blijft ook later een contact- en informatiepunt.

Ik deel met zoveel plezier hun dringende vraag naar huizen, vanuit het diepst van mijn hart.

Omdat ik zelf getjoold heb vroeger, omdat ik een moeder van drie kinderen ben, omdat mensen uit oorlog komen en onderweg al zoveel meemaakten dat ze nood hebben aan rust, aan een thuis, aan een plek om te bekomen. Aan een adres zodat de kindjes naar school kunnen en zij onze taal kunnen leren, zodat ze barrières kunnen overwinnen en opnieuw thuis kunnen komen.

Als één iemand van jullie zich geroepen voelt, twijfel dan niet deze keer.
Op hun website vind je alle informatie, die zeer helder wordt geformuleerd.

Als we via deze weg ook maar één woning vinden, dan is een deel van hun missie geslaagd.
Maar ze hebben heel veel huizen nodig, heel veel plekken voor mensen om thuis te kunnen komen.

Ganzerik

March 9th, 2016

Het is een buurt die me vreemd is, de Rooigem en al wat erachter ligt. Ik kom er enkel om mijn dochters te leren zwemmen.

Op een zaterdagmiddag had ik om 12u afgesproken in de Ganzerik, en mijn dochter en ik wandelden van het zwembad met onze ogen toe naar daar. We waren te vroeg want de lieve meneer die alles in orde aan het brengen was binnen, zei dat het nog 12 minuten duurde voor ze opengingen. Ideaal voor een kleine wandeling in de buurt en het besef dat alles dicht bij elkaar ligt, in mijn lievelingsstad, en dat ik op zaterdag meer met mijn kinders naar de Bourgoyen moet.

Om 12 uur riep hij ons binnen ‘kom maar hoor’ en we waren de eerste klanten, dus we konden volop tafeltje kiezen en kijken naar hoe mooi het er is.
Binnen de minuut wist ik wat er op de kaart stond (weinig keuze, heerlijk heerlijk) en kreeg mijn dochter spontaan twee kleur- en tekenboeken. Tekenboeken en mijn kleinste dochter zijn een geweldige combinatie, de max om op die manier mijn zaterdagmiddagen door te brengen.
Mijn zus kwam binnen, we bestelden quiche en toast champignon. Simonne kreeg roze limonade: zo lekker zeg, wat zurig prikkelend. Een verademing in vergelijking met de flauwe vlierbloesemdrankjes die voor veel geld worden verkocht. We werden verwend met vers brood, reuzel (ah, dagen zonder vlees, we hebben gezondigd) en een heel attente meneer die zoveel oprechtheid uitstraalde dat mijn hart ervan piekte. Mor lekker zeg, zowel de toast als de quiche.

Het eten was heerlijk en ontzettend betaalbaar (ik dacht dat ik het misbegrepen had, € 10,00 per bord), en naast ons zat een geweldig oud koppel met wie we na het eten een lange gezellige babbel hadden. Ze woonden aan de overkant, en konden niet zwijgen over hoe heerlijk het was met een cafe als dit aan de overkant van de straat. ‘Madammeke, we herleven’.

Elke buurt zou zo’n plek moeten hebben. Zo’n café, restaurant voor iedereen, zeker voor de mensen uit de buurt, en oh, zeker ook voor kinderen. ‘Zo zalig, mama,’ zei mijn dochter toen we naar de bus stapten, nadien, ‘zo’n heerlijk café.’ Ik kon haar volgen, want ze was welkom geweest en as je ergens echt welkom bent, dan voel je dat, ook als je 6 bent.

Het is gemakkelijk om een concept te bedenken, schone lampen te kopen en een logo te laten ontwerpen waar iedereen nieuwsgierig naar is. Goede bieren, speciale koffies, ik ken veel plekken die een arsenaal in huis hebben. Maar soms is het moeilijk om in dat concept een ziel te steken, die echt is en oprecht en niet alleen uitvijzers aantrekt. Marmer is schoon he, maar veel warmte komt er niet uit.

Gent heeft er een warme plek bij. Mét pannekoeken, en open op zondag.

Ganzerik
Druifstraat 29
9000 Gent
(open van woensdag t.e.m. vrijdag van 17 u. tot 1 u, op zaterdag en zondag van 11 u. tot 1 u)

Evidenties

February 27th, 2016

Met nieuwjaar moest ze brieven schrijven. Nieuwjaarsbrieven.
Het aantal mocht ze zelf kiezen, maar ze gaat gauw in overdrive: voor jou en papa! voor oma! voor moedertje! voor tante! en hup ze is vertrokken.
Eén is ook goed hoor, zeg ik steeds, omdat ik weet dat bestemmelingen kiezen leuker is dan kramp in je vingers en inkt op je hand.
Ze doet het vol overgave, en in een meesterlijk net handschrift, nu al het derde jaar op een rij.

‘We mogen kiezen tussen 2 brieven’, zegt ze op een dag in de Kerstvakantie serieus, ‘maar eigenlijk vind ik dat gek, want in die brieven staan altijd dingen die ik niet meen, zoals ‘ik wil je zoenen’, en jullie weten dat ik niet van zoenen hou. Of wensen die ik geef die niet bij jullie passen omdat ik jullie ken en de juf niet. Raar dat ik niet zelf mag kiezen wat ik schrijf.’

Ze doet uiteindelijk altijd braaf wat van haar verwacht wordt, maar in haar hoofd klopt het niet helemaal.

Volgende week vertrekt ze op sportklas. Ze zullen een brief schrijven. Ze piekert een beetje, ‘want ja, als ik vragen stel en ik stuur die brief op, dan hebben jullie toch geen tijd om te antwoorden, dus hoe moet ik dat dan doen?’ Het zijn vragen die vaak verdampen in de drukte van het leven, de dingen de kinderen bezig houden. Ik heb tijd, omdat wij stappen naar school, en dat is hét moment waarop ze zulke dingen vraagt. We spreken af dat ze niet hoeft te schrijven, als ze dat niet wil, of dat ze gewoon maar dingen moet vertellen en niks moet vragen. Ze is gesust en zegt dat ze het zal proberen.

Zij gaat ervanuit dat, als mensen vragen stellen, er een antwoord volgt. Niet meer, niet minder, maar wel altijd.
Zij snapt niet dat je brieven schrijft waarin dingen staan die je niet meent, of niet eens wenst.

Ik kan duizend dingen opschrijven die zij niet snapt. Geen grote drama’s hoor, hier, maar wel af en toe hartverscheurend verdriet omdat ze dingen helemaal niet begrijpt, meestal dingen die ook helemaal niet te begrijpen zijn, maar die wij allemaal doen, gewoon omdat het al lang zo in elkaar zit op de wereld.

Ik heb nog zo’n exemplaar hier, diegene die naast me ligt als ik wakker word en op dit eigenste moment hierboven aan het verbouwen is. Hij die in crisissituaties altijd de slimste en de meest wijze is, en al mijn vragen kan beantwoorden, maar tegelijkertijd dagen kan zoeken naar het juiste profiel voor de hoek van de gordijnenbak. Ik ken zijn rimpels vanbuiten, de rimpels die ik zie als het teveel ineens is, of helemaal niet volgens de logica van hun beider hoofden. Voor mij is het meestal charmant, voor hen vaak heel erg onbegrijpelijk.

Maar wat leren ze mij veel.

veerkracht

February 22nd, 2016

‘Stel je voor dat we alles zouden hebben wat we willen, maar echt alles.’

Vaak leidt één zin tot heel veel gedachten, hier, en komen mijn ladies dagen later nog eens terug op iets wat we vroeger dachten, of zeiden.

‘Stel je dat eens voor zeg.’

We kwamen niet ver, want er waren weinig dingen die we wilden en niet hadden. We zochten verder. We zagen wel dingen die we voor andere mensen wensten, en af en toe iets kleins voor onszelf. Een kleine tuin, een wat groter huis, een zus zonder allergie en dus een hond. Maar die tuin hoeft dan plots weer niet persé, en dat huis ook niet (ik maak hier wel een nestje, keppe, zegt mijn lief dan) en de honden hebben de buurman en de buurvrouw en die nemen de ladies mee op wandeltochten.

‘Wij hebben eigenlijk alles wat we willen he, mama.’

Wat minder oorlog, en dieren die graag worden gezien, dat wensten we de wereld toe, en ook mensen die stoppen met kippen te behandelen alsof ze stom eten zijn en niks anders. We wensten alle kippen een leven zoals dat van de kippen van mijn nonkel, die honderd kippen heeft en geen enkel hok (of zoiets). Flanellendekens, zei de koukleun, en toen herpakte ze zich want ze had net flanellen dekens gekregen van mijn nicht.

‘Stel je voor dat we iets kwijt zouden zijn, dat we heel graag zien’, was de andere zin.

‘Een mens of een ding’, vroegen ze zich af, want dat was natuurlijk een verschil.
‘Bij een mens zouden we verdriet hebben, bij een ding ook, maar ander minder erg verdriet.’

‘Wat als je een koffer zou moeten vullen, zo groot als de tafel?’

Ze kwamen tot niet veel, en legden zich plat op tafel op te zien of ze er op pasten, zo samen, om mijn koffer te vullen.
Fiew. Ze pasten samen in mijn koffer, en met wat gepuzzel kon hun vader en grote zus er ook nog bij. Eerst vroegen ze nog wat boeken, maar écht belangrijk leken die niet meer, want verhalen in hoofden nemen geen plaats in en zijn ook heel goed. Eten gingen ze onderweg vinden en drinken aan de bronnen van rivieren.

Geen verdriet voor een auto (wat zou je willen), geen afhankelijkheid van een scherm (toch niet als je maar heel weinig mag hebben, dan hadden ze liever een koek), aan kleren dachten ze pas later (toen het in het echt ook kouder werd) en alle andere spullen kwamen ook niet aan de orde.

Wat een ongelooflijke veerkracht heeft een kind toch, dacht ik nadien, om zomaar het leven in gedachten te kunnen herleiden tot noodzaak, zonder tralala. Zelfs de kracht om niet afhankelijk te zijn van een auto, waarschijnlijk een van de sterkste krachten die een mens kan hebben. begrijp me niet verkeerd en voor de anoniemen hier weer nood hebben om kritisch te zijn: mijn ladies en ik zitten soms eens in een auto, maar oh boy wij gaan nooit denken dat een auto écht belangrijk is. nooit nooit nooit.

‘Bananen’ brulden ze, blij dat ze iets werkelijks hadden gevonden dat nog net in de holtes van hun oksels paste, toen ze op tafel lagen.
‘Dan hebben we tenminste eten als we honger hebben.’

Het was wrang, het besef dat pas later kwam, dat deze denkoefening, luxe van de bovenste plank, werkelijkheid is voor mensen zoals zij en ik.

dagen zonder vlees

February 14th, 2016

Ik denk niet zoveel na over de zin of de onzin van een actie als Dagen zonder vlees. Er staan mensen genoeg in rijen aan te schuiven om linken te delen, pro en contra’s te spuien en wellesnietes-spelletjes te spelen. Laat ze maar doen.

Het is wel zo dat mijn dochters kritisch zijn, en dat een van hen zelfs tv kijken aan de kant deze week, ‘om nog even gewoon te kunnen babbelen’. Echt gewoon was het niet, want onze tiener had vragen over ‘hoe stom je kunt zijn om IS te geloven’, en voor ik het wist waren we weg voor een half uur. Over hoe moeilijk het soms is, in het leven, en over hoe mensen niet altijd de keuzes hebben die wij voorgeschoteld krijgen op een plateau. Over hoe kinderen langs alle kanten worden gebrainwasht, en hoe zat het ook al weer met de wapens in Amerika. Over genadeloosheid van terreur en zinloosheid van geweld. De kracht van geld en macht en de kramp van hypocrisie. Ach, ze luisteren en fulmineerden en dachten na en na een tijd beseften we dat de wereld vreselijk gruwelijk is, en dat we af en toe eens mogen stilstaan bij alle evidenties die ons overspoelen.

‘Maar mama, zei mijn denker een dag later, hoe zit het eigenlijk met al dat vlees dat wij eten, en al die dieren die sterven daarvoor?’

Het is dat al die vragen vanuit het diepste van hun hoofd komen, en ik kan en ik wil daar niet omheen gaan. Ik weet ook dat mijn waarheden vaak die van hen worden, en dat is toch een balans die ik soms moeilijk vind, als ouder, die spiegel die je je kinderen voorhoudt. Ik hoor dan hoe de oudste dochter van leeftijdsgenoten giftige verhalen over vluchtelingen hoort, en hoe sommige jonge mensen korte bochten nemen in hun gedachten. De bril waar ik door kijk is misschien niet de enige, met alle respect, maar een kind krijgt toch het meest de bril van zijn ouders opgezet, niet?

Daarom doen twee dochters en ik echt veel mee met Dagen zonder vlees. De rest van mijn menage doet ook mee, maar zachter, en minder frequent dan de hummel, de puber en ik.

Ik zou willen dat ik dat dan half kan doen, en wat kan teren op veggieburgers met gekookte patatten en groensels, maar ik kan dat niet. Ik vervloek mezelf een beetje, want de tijd die ik nodig heb om wat orde te brengen in mijn huishouden verdampt helegans als ik droom over echt lekker vleesloos eten. En in plaats van in een opgeruimd huis een koffietje te drinken de zondagachternoen, sta ik vullingen te maken voor uien, kook ik bouillon waarin ik de uienrokken kan garen en later nog pompoensoep mee in elkaar kan flansen. Ik stoof ajuinen omdat ajuinen altijd lekker zijn en ik droom van weekavonden met geroosterde groenten, preikoekjes van Ottolenghi (wat een werk maar wat een heerlijkheid ook) en rijst met erwten en veel kruiden erdoor. We hadden al paneer met spinazie (helemaal zelf gemaakt, helemaal) en curry en Indische rijst en we doen misschien ook nog van falafel (oh! dan wil ik zelf groenten pickelen en fermenteren en paprika’s marineren en och daar gaat mijn huishouden) met hummus (die ik dan ook op de stuutjes kan smeren met wat groenten en een gekookt eitje erbij) en van de hummus kom ik bij de linzen en dan zie ik linzenpaté voor me, die ik ooit eens at en sedertdien niet meer wil eten op een ander omdat dat de lekkerste was en ik het recept kwijt ben.

Oh wat is de wereld spannend zonder vlees. Oh oh oh. Misschien wat rommeliger en met wat hemden met kreuken erin, maar oh wat zijn de vleesloze dagen spannend in mijn hoofd en in mijn keuken.

Ik hoop dat ik dit jaar mijn lief kan overtuigen om een ganse werkweek eens vleesloos te leven en als dat lukt en hij is niet gestorven dan gaan we dansen in de living.

Als jullie nog dingen weten die ik echt eens moet uitproberen, geef ze graag in de commentaren.
Mijn huishouden zal misschien eens vloeken, maar ik ben er content mee.

over poting

February 5th, 2016

Als onze kast nog wat oud brood verstopt, dan maak ik poting.

Het simpelste wonderbaarlijkste recupgerecht dat ik ken. Eitjes, melk, wat suiker en af en toe een overrijpe banaan of een verrimpelde appel. Soms met chocolade of met nootjes erin en een enkele keer met appelsienensap en rozijnen en zonder suiker. Bovenaan strooi ik altijd wat rietsuiker, vermengd met havervlokken en ik maak ook al eens crumble als bovenkantje.

Oh wat is iedereen hier thuis blij met een stukje poting. Het liefst eten ze die lauw, maar omdat ik die vaak maar ‘s avonds laat maak, lukt dat niet veel. Enkele weken geleden hadden we geen boterhammen meer en mochten ze poting eten als ontbijt, wat een heerljkheid was dat. Mijn lief houdt er ook van, want hij ontbijt niet en dan smaakt een stukje gebakken brood in de voormiddag zo goed dat hij zelfs ogen flikt als ik hem wat poting toestop voor hij vertrekt.

Sommige dingen liggen bijna voor het rapen en een mens zou er in de rapte van het leven aan voorbijrazen.

Poting toch. Jij heerlijke held van verloren brood.

café

January 13th, 2016

De Kerselaar

Zo aan de toog aanschuiven, een pintje bestellen en wat voor je uit zitten kijken. Er komt iemand anders binnen, die je kent, en je geraakt aan de klap. Met een schotelvod veegt de doorwinterde bazin de toog af en toe eens proper, en daarbij heft ze elk glas precies op. Er wordt teveel gedronken, de madam vloekt al eens en er worden stilzwijgend burenruzies bijgelegd. Er staat een beeldje van horen zien zwijgen en de beste cafémadammen handelen daar ook naar. Veel zien, veel zwijgen, het kan bijna niet anders. Het wc is meestal op de koer, en de deur heeft een hartje en het toilet geen sjas. De asbak staat aan de achterdeur en roken aan de voordeur is een schande. De tabaksreclame is zorgvuldig afgeplakt, want dat mag niet meer, en de radio kost vierentwintig duizend Belgische franken Sabam en billijke vergoeding.

Ze verdwijnen, de doorwinterde bazinnen, die hun hele leven achter de toog hebben geleefd.

Ik treur steeds een beetje, als ik naar hen luister, en een pink zou geven voor de levenswijsheden die ze aan hun toog hebben verzameld. Mijn allergrootste favoriete cafémadam Paula, die ondertussen gestorven is, prevelde me het toe, doodziek, in haar zetel in de living naast haar café: het is allemaal des mensen, wat je aan de toog ziet. Het is de kunst het voor jezelf te houden.

Zullen we het redden, vraag ik me nadien af, zonder échte cafés? Zal er geen ziel verloren gaan, geen plaats waar mensen gewoon bij elkaar kunnen zitten, babbelen en eenzaamheid en verdriet wat lichter zien worden, of een beetje zwaarder? Gewoon een beetje lachen en luisteren naar elkaar.

Ik weet het niet. Ik hoop het.

De Kerselaar 2

2016

January 3rd, 2016

Ik liep met mijn kleinste dochter rond in de stad, en ze had gevraagd of ze haar Spaans prinsessekleed mocht aantrekken. ‘Och, dacht ik, wij tooien ons dezer dagen helemaal op, met blinkers en strikken en schmink en juwelen, een Spaans prinsessenkleed is er niks tegen, doe maar aan.’
Het was een klein beetje grappig, met haar blauwe winterschoenen eronder, en roze K3kousen, maar ach, zei ze zelf sussend ‘niemand kijkt naar je kousen als je zo’n mooi kleed aanhebt’.

Er liepen twee mevrouwen voor ons, die steeds achter hen uit keken, en toen zo een beetje giechelend tegen elkaar begonnen te praten. Het was misschien ook geen zicht, mijn prinsessendochter met ongekamd haar en ik was ook maar eens vlug vlug de straat opgetrokken en vond het niet zo erg om mijn trainingsbroek aan te laten, het feest begon toch maar ‘s avonds.

Wij stapten sneller dan de kraaknette giechelende dames, en toen we hen passeerden zei de ene luid genoeg tegen de andere: ‘Sommige moeders weten niet wat ze hun kinderen aandoen door hen in verkleedkleren op straat te laten lopen’. Ik draaide mij om en kon nog net subtiel genoeg mijn middelvinger uitsteken, een reactie heb ik niet meer afgewacht.

‘s Avonds vierden we Oudjaar, dicht bij lievelingsmensen uit mijn leven, rond een warm vuur met muziek en eten en drank en cadeautjes. Mijn lief en ik knepen in elkaars hand toen het middernacht was en mijn dochters gaven zoenen en knuffels.

Ik wens je veel in 2016, maar vooral dat je het hoofd niet verliest als iemand op straat anders is gekleed dan jijzelf. Dat je niet roloogt als iemand op een andere manier eet, anders gelooft of drie cognacs drinkt op oudjaar. Dat je zelf niet zo’n kraaknette dame mag zijn, of heer, die in het leven bitter weinig diepte ervaart omdat ze constant moet kijken naar hoe anderen eruit zien.

En als er toch een tegen komt, dan wens ik je een middelvinger, in het echt of in je hoofd, zodat je irrelevante oppervlakkigheid gewoon weg kunt wensen.

Ik wens je voor de rest een goede gezondheid, een lief dat zo machtig is als dat van mij en veel plek in de zetel om te lezen en bij de mensen die je graag ziet te zitten.

(ik heb een cadeautje, maar het is nog niet af! het komt eraan, en ik probeer er veel te maken dat ik veel mensen er een kan geven. ik heb ook nog lijstjes, maar die horen meer bij dit jaar dan bij 2015, dus ze komen eraan!)

thuis

December 23rd, 2015

Ze hielp me met het opruimen van de tafel, die altijd vol ligt. We hebben maar één tafel en die moeten we delen en daarom ligt hij altijd vol.
Kruimels, tekengerief, glazen, opladers, portefeuilles, speelgoed, popjes, scharen en telefoons.

Help.
Eén van de dingen die ik wens voor het nieuwe jaar is dat mijn tafel altijd proper ligt, zonder gedoe. Zo’n nette lege tafel.
‘Kom mama’, zei ze, ‘we maken hem samen leeg.’

‘Mama,’ zei ze, en ze werd ineens een klein meisje en geen grote tienerdochter die aan mijn sleppen hangt als ik thuis ben, ‘ik snap niet dat je niet graag thuis kunt zijn, echt, ik ben zo graag thuis.’

We deden samen verder, ik zei dat ik blij was en zij was al vlug over Kerstavond bezig, en haar stage die eraan komt.

Ik dacht erover na, de voorbije dagen. Ik was ooit niet graag in mijn huis, toen ik net in Gent kwam wonen, en het is een gevoel dat onder je vel kruipt om daar zo lang te blijven liggen dat het te pas en te onpas goeiendag komt zeggen. Bizar dat zulke gevoelens soms in den treure blijven doen alsof ze nog steeds van belang zijn.

‘Eat this, fuckers van oude gevoelens’, dacht ik (en ik moet echt dringend eens leren om minder onbeleefde woorden te gebruiken, maar ik vind die zo mooi), toen ik de kaarsjes aanstak op mijn rommelige tafel, en mijn dochters vol goesting de living binnenkwamen. Mijn lief passeerde en hij wreef over mijn rug en flikte een oog en zijn flikogen maken me week tot in het oneindige.

2015 was niet het beste jaar als het over mijn gezondheid gaat, zo’n gesukkel zeg, en zoveel pijn, maar het leven is altijd een beetje geven en nemen en mijn rommelige tafel in mijn klein huis is de plek waar mijn hart op tafel ligt en waar ik het allerliefste ben.

over de liefde

December 20th, 2015

‘Can you swimming?’ vroeg ze aan haar nieuwe klasgenoot, die vanuit Afrika naar Spanje tot in haar klas is beland.

Hij leek op de euforie van een onbekend pralientje.

‘Er komt een nieuwe jongen in mijn klas, mama, hij spreekt Spaans en Engels en ik moet samen met hem van dienst zijn. Het zal lukken denk ik, maar wel moeilijk, als je dezelfde taal niet spreekt. Ik zal gebaren doen, en trekken aan zijn arm als hij mee moet komen. Oh, mama, joepie.’
Ze kan – bij uitzondering – razend gelukkig zijn, net zoals ze vlammend boos kan zijn, ons kind.

Van mijn vriendin kreeg ze een woordenboek Nederlands-Engels uit de Slegte en dat ligt nu in de klas, zodat ze woorden kunnen opzoeken die hij niet begrijpt.

‘Ik vind hem fijn, mama, ook al zegt hij yesnoidon’tknow als ik iets vraag, oh ik vind hem fijn.

Dat is liefde, dacht ik, en het schoonste dat er is op de wereld, liefde tot in het kwadraat. Het gemak aan haar liefde is dat die zonder vooroordelen is, compromisloos en intens overheersend. Die liefde huist in haar lijf, haar hart haar hoofd, en ze is voorbestemd voor alle dieren van de wereld, voor ons, voor sommige vriendinnen van mij en voor alle andere mensen die haar pad kruisen. Ze is acht en heeft de gave om mensen helemaal te laten zijn wie ze zijn, en in die mensen te speuren naar het mooiste dat er in zit, zonder dat ze het zelf beseft.

Moest ik kunnen, ik spon wat van haar pure liefde op een spinnenwiel. In kleine pakketjes, met een strikje errond. Ik zou ze onder kerstbomen leggen, in de huizen waar ze nodig is, en bij de mensen die ze vandoen hebben voor het moment.

Het is een onmogelijke wens, liefde van een mens spinnen voor een ander, absurd ook, want net zo schoon aan de liefde is dat ze overal anders is.

Maar toch, ik wens ze je. Ik wens je ze in de vorm van een mens of een dier dicht bij je, die je hart helegans warm kan maken enkel en alleen om wie hij of zij is.

Fijne feesten alvast, maar ik kom nog terug vandejaar, want ik heb een cadeautje gemaakt en ik wil nog een lijstje geven en zeggen dat ik 2016 graag zie komen.