verbinding

September 21st, 2017

‘Of we niet mee wilden aan tafel schuiven op de camping?’, vroeg de eigenaar.

Om acht uur ‘s avonds (oh wat eten ze laat in het zuidelijke deel van Frankrijk) schoven we aan tafel.
We kregen een wit plastieken bordje met wat sla, een tomaat uit de tuin, een toastje met everzwijnpaté en een toastje met abrikozenconfituur die ze zelf hadden gemaakt.

Er kwam wijn op tafel van de bevriende wijnboer, en we maakten kennis met twee mensen die op de Mont Blanc wonen. Naast ons zat een fijn Duits koppel en het was heerlijk om onze eigen taal te verlaten en een beetje van de wereld te zijn. Mijn lief praat ontzettend goed Engels en ik hou meer van Frans, maar zo fijn zeg, zo eens onder de mensen zijn.

Na het slaatje kregen we een echt bord. Op dat bord lag stoverij van everzwijn, met grove stukken wortel en wat simpel gekookte pasta. De kok, een vriend van de meneer van de camping, had twee oorringen aan en een bloemenschort. Hij was ontroerend schoon, die mens, hoe hij zich uitsloofde voor de gasten. Na de eerste ronde werden de kommen doorgegeven: wie wou nog wat stoverij, wie nog wat pasta?

We kregen nadien een bord vol dessert. Maar echt: een bord vol zoetigheid. Met tassen gevuld met koffie als je dat wou.

Het was verrukkelijk.
Mijn lief zei, net voor hij in slaap viel: ‘oh wat heb ik een fijne avond gehad’, en ik kon alleen maar hevig knikken.

Het is die simpelheid waar ik zoveel van hou.
Het is het kleine potje vijgenconfituur van de madam van de camping, die ontzettend heerlijk smaakte bij wat goede kaas.
Het is de crappy hotelkamer (toen we te moe waren om een camping te zoeken) met dunne muren maar verrukkelijke Saint-Marcellin bij het ontbijt (van 3 verschillende kaasmakers dan nog wel).
Het is de forel die mijn liefje op de camping klaarmaakte, gewoon met citroen en een beetje olie. Toen het al bijna helemaal donker was en hij mij voederde omdat ik daar zo van hou, dat hij mijn voedert.

Echte rijkdom ligt daar, mijmer ik vaak, daar waar je geen honger hebt en mensen met een ziel hebben gekookt.

(Oh ik moet zoveel vertellen, want hij en ik tjoolden tien dagen met ons twee en het was, nou het was, verrukkelijk.)

de H is van havik

September 9th, 2017

‘Ik wil een keer een havik zien’, piepte ik maanden geleden tegen mijn lief.

‘Ja, moksje’, zegt hij dan het vaakst als ik zulke dingen piep. Ik heb al veel gewild, soms wil ik een meer zien, of wil ik naar een berg, of wil ik in een heide gaan wandelen.
Hij gaat dan altijd mee met mij.

De tijd verstreek, die zat voor hem vol met zaken die weinig met haviken te maken hebben, maar met klinieken en foto’s en chemo en bestralingen en rust. Er was niet veel tijd om te tjoolen, laat staan om naar vogels te gaan turen.

Toen werd alles wat rustiger, ook de storm in mijn hoofd (oh wat een vreselijke radicale storm).
We vertrokken voor twee weken weg van huis. Eerst een week naar Friesland, dan een week naar de Westhoek.

Onderweg kruisten we het IJsselmeer, en ik was weer zo erg onder de indruk, dat we afreden en besloten daar ergens in de buurt te eten. Wij hebben een traditie van keigoed eten mee te nemen voor de eerste onderwegmiddag, dan ben ik altijd opgelucht dat we geen voze half opgewarmde worstenbroodjes moeten eten langs de weg.

Hier picknickten we.
Geen mens te zien.
Alleen maar bomen en water te horen.

In tegenstelling tot de betonnen plekken waar we soms strandden in het verleden, was dit een paradijsje.

Na een half uur vertrokken we en toen we allemaal in de auto zaten, en Jan de moto startte, keek ik links naar de struiken.

Er zat een havik.

Er zat een echte havik op de grond. Een gigantisch herkenbare prachtvogel, daar, op een meter of twee van onze auto.
‘Ik heb een havik gezien,’ piepte ik.

Ik denk dat het geen enkele vakantie in mijn leven zo schoon is gestart.

.
.
.
.
.
.
.
Leestip
De H is van havik
Auteur: Helen Macdonald
Uitgever: De Bezige Bij
Nederlandstalig 336 pagina’s 9789023492412 september 2015

wat lang

September 7th, 2017

Hèhè.

Dat is lang geleden.

Eerst kwam dat omdat wij vakantievierden, en ik wel honderd keer dacht ‘oh daar schrijf ik over’, en toen liet Dorien me weten dat er iets raars was met mijn blog, en toen, ja toen, toen kwam mijn internetsuperheldin eraan, die zelf schoon verwoordde hoeveel miserie het was. Kort gezegd: ik heb hier weer een plekje.

Ondanks de zorgen die zo’n gigantische sluimer boven ons hoofd hielden, was het fijn.
Het was heel erg anders dan anders, omdat het snerpend was, maar het was ook heel vaak heel erg hetzelfde: hoe wij het liefst leven hier: dicht bij elkaar en in de zomer het liefst met veel groen.

Eind augustus moest Jan voor het eerst naar de arts terug, en die zeiden dat het resultaat momenteel zo goed mogelijk is.
Dat is heel wat, en het leek alsof een sluis opende, van opgehouden gevoelens en angst en wachten en opluchting en zoveel intens besef dat het leven soms kronkelt dat het zeer doet.

Het is de zomer geweest van veel met mijn ogen rollen, omwille van alle overbodig gezever dat een mens zijn pad kruist.
Ach, dacht ik soms, ach ach ach.

Het was ook de zomer van heel veel intensiteit, van met mijn mond open kijken naar het magische spel van onze dametjes, en hoe ze in de natuur tjoolden alsof ze het altijd al hebben gedaan. Van kijken naar water, van het leren kennen van kwelders, van de havik die ik zag, zomaar, als geschenk op mijn eerste echte dag verlof.

Oh ik moet nog veel vertellen, denk ik zo.
Welkom terug, ik ben ook blij dat ik er weer ben.

over echt

July 1st, 2017

Vorige week, toen het nog warmer en zonniger was, gingen we na het avondeten petanquen hier in de buurt.
We kochten een eind geleden een setje op de rommelmarkt, en het stond nog ongebruikt in de kelder.

Ik stopte wat ijsjes in mijn fietstas (het is dichtbij dus ik hoopte dat ze niet gingen smelten), en we koersten tot aan de heerlijkste petanqueplek van Gent.

We speelden al bij al een half uur.
Ik stond op voorsprong, het kleintje bleef achter en toen mijn lief op het laatst opzettelijk zijn bal misgooide, zodat ze ook één punt scoorde, krakte mijn hart.
Omdat het zo fijn was en omdat vaders zulke dingen doen voor hun dochters.

Ze vonden het verrukkelijk, en wij ook.
Clarisse las een strip (ons lees- en schermkind is zo moeilijk te verleiden tot buitenshuis), en wij scoorden om het meest.

Dat is echte tijd, he.
Dat is niet rushen doorheen het leven, dat is echt leven, vind ik.

Dat staat op dezelfde lijn als écht luisteren naar kinderen, als ze iets willen vertellen.
Ik doe het vaak niet, maar ik probeer het soms echt te doen. Stil zitten en luisteren naar hen. Stilstaan en kijken naar wat ze willen tonen.
Echt nadenken over wat ze zeggen. Met hen praten en niet tegen hen.

Onze dagelijkse wandelingen naar school zijn ideale momenten, maar ze zijn wat verwaterd doordat mijn lief ze vaker naar school brengt, en we met het mooie weer soms fietsen in de plaats van stappen.

‘Ik wil naar school stappen, samen met jou’, piepte het middelste kind, en ik zag haar herleven toen ze een half uur aan een stuk gedetailleerd kon vertellen over dieren, vriendinnen en de boeken die ze leest.
Ik zie de blinkers in de ogen van onze tiener, als ze met ons praat over gedragswetenschappen en over hoe boeiend ze dat vindt.
Mijn kleintje herleeft als ze naast ons kan tjooln, heelder dagen zou ze niets anders willen doen.

Ik denk dat het nodig is, als ouder, dat we dat doen. Veel meer nodig dan de kleren waarmee wij hen kleden om onze eigen stijl uit te drukken (ik ga daar iets over schrijven binnenkort!), en veel meer nodig dan materialisme van gelijk welke soort.
Ik denk dat we oprechte en weerbare mensen maken, die later ook echt zullen luisteren, en stil zullen staan bij wat andere mensen denken en doen.

Ik ga veel luisteren naar hen, deze zomer.
Naar hen en naar mijn lief.
Mooiste voornemen van de zomer, alvast.

Fijne vakantie, mensen, één met zon en veel tijd en goei eten en een lijf dat mee wilt.
x

(over)leven

April 13th, 2017

de titel klinkt ernstiger dan bedoeld.

toen we gisteren de verzekeraar een mail moesten sturen, vroeg ik grappend aan mijn lief of ik als begroeting mocht schrijven ‘groeten van uw kankerpatiëntje’. in zijn naam dan.

we hebben allebei geproest. mijn lief heeft immers een relativeringsvermogen van jewelste, één van de gronden van al mijn liefde voor hem.

soms kruip ik door mijn eigen ziel, schreeuwend en roepend en ontzettend kwaad, om alle dingen die ik voel en niet wil voelen.
soms sus ik mezelf, sssssstttt, terwijl ik gauw hap naar adem en mijn dag voortzet. Uitgelopen schmink is in tijden van pollen gemakkelijk te verklaren. Goeie collega’s ook. Gouden collega’s.

ik kijk naar hem, terwijl hij slaapt, en ik wil hem bijna elke keer wakker kussen. ‘keppe, ik wil je voelen,’ zou ik dan prevelen. maar hij is moe en hij moet slapen, want hij moet genezen, en naast het fantastisch team in de kliniek is er rust en lekker eten nodig. dat en zoenen, veel zoenen, die zijn er ook nodig, in tijden van serieuze ziekte.

In het leven bijten Marietje. Recht in de nekke.
Het waren woorden die ik nodig had. Net als de stoel die mijn lief dicht tegen de zijne trok, toen hij een teken gaf dat ik daar moest gaan zitten.

Het leven geeft je in tijden van ernst ook vaak de gouden liefde die je nodig hebt. Alsof het leven wist dat het zou komen. En het een beetje helpt bufferen, dan. Zoals een maat die niet veel zegt, maar wel een duwtje geeft als het niet meer lukt. Of zoals de heerlijkste Whatsappgroep met mijn 2 beste vriendinnen, toeverlaat voor alle tijden.

Het doet heel veel zeer, het leven nu, veel meer zeer dan ik ooit had gevreesd. ik zou moeten kunnen, ik schopte het een blauw scheenbeen.
Maar dat zou alleen maar zeer doen, en het doet nu al zoveel zeer.

recht in de nekke. in het leven bijten.

merci aan mijn vrienden, echt. ik wil in een holletje kruipen, bij momenten, maar nooit zonder hen.
vooral nooit zonder hem. de machtigste mens uit mijn leven.

in het leven bijten, zeggen ze. ze hebben gelijk. ze hebben zoveel gelijk.

koffie

March 27th, 2017

‘Ik weet niet of je eerst moet drukken op de koffie die je wilt, of eerst je tas onder het kraantje moet zetten.’
Haar hand beefde een beetje, en toen ik naar haar gezicht keek, zag ik zoveel mooie rimpels dat het deugd deed.
Ze was waarschijnlijk ver in de zeventig, en haar man, wat aangeslagen ook, stond naast haar.

‘Mijn excuses dat ik wat verward ben, madamtje’, prevelde ze, ‘maar we kregen net geen goed nieuws.’

‘Geen, echt geen goed nieuws’, prevelde ze nog keer.

Ik hielp met de koffie, zei dat wij ook geen goed nieuws kregen eerder deze maand, en ze kneep in mijn hand.

‘Het is iets, hé, het leven’, vervolgde ze, ‘voor je het weet kan het keren.’
‘Je zou het op voorhand moeten weten’, voegde ze er ook aan toe, ‘een mens zou wat weten.’

‘Ik weet niet of je het hoegenaamd wel op voorhand wilt weten’, kwam haar man tussenbeide, ‘want je zou geen moment meer op je gemak zijn.’
Ik knikte hevig naar hem, nam afscheid van hen beiden en wenste ze ‘toch veel geluk bij het slechte nieuws’.

We stonden alledrie in de cafetaria van K12, in het UZ. Het is nooit goed als je daar moet zijn, niet voor hen, niet voor ons.

Mijn lief is erg ziek, en als een mens in K12 koffie pakt, dan is dat geen goed teken. Wat wel goed is bij ons, is dat er een behandeling is, en dat we het woord curatief hoorden, en dat we de laatste maand in duizend stukjes vielen, opgeraapt en bijeengeveegd werden door de Besten*, en nu afwachten en een nieuw leven zijn begonnen. Met een ziek lief, en kindertjes die net als tevoren Pokémonkaarten verzamelen, ruzie maken en kattebelletjes schrijven voor hun vader.

Toen ik met mijn koffie naar de zevende verdieping terugging, moest ik glimlachen. Om dat oude koppel, en om het besef dat een mens altijd de schoonste gesprekken heeft in het diepst van zijn leven. Want dat is zo hé, als het leven je onverwachts tackelt, dan ligt alles bloot en zijn er ineens weer zoveel meer schone dingen ook. De 1300 liedjes die onze vriend Erik vorige week op mijn telefoon zette, de socca met spruitjes van Jonge Sla, de woorden die mijn lief me toevertrouwt op het allerverdrietigste moment van de laatste jaren, mijn kindertjes die rake dingen zeggen, de mails van mijn vrienden en vriendinnen, de woorden van Vic, de boeken, het eten (oh het lekker eten van de laatste weken), de geuren, de lente, de bloesems, oh oh oh.
Het is in dat diepst dat het het lastigst is, ook, dat weten we hier al, en die schoonheid houdt een beetje evenwicht.
Wankel, dat wel, en broos, zeker, maar het zijn al die schone dingen die het leefbaar maken.

Het leven he, het kan er wat van.

therapie

March 7th, 2017

‘misschien moet je eens naar de osteo, Marie?’, zei ze toen ik weeral zoveel pijn in mijn nek en rug had dat ik dacht dat ik zou creperen.

‘Jaja’, antwoordde ik, en ik dacht bij mezelf: het zal toch niet helpen.

Maanden later zat ik bij de huisarts. Bij mijn goede, goede huisarts, echt waar, ik wou dat ieder van jullie een huisarts had zoals die van mij, die haar gewicht in goud meer dan waard is.
‘Kine’, zei ze, ‘of osteo als je wilt, echt, het zal goed doen.’

Na één beurt was het beter. Z.o.v.e.e.l. beter. Hij zei, op een rustige toon, maar vastberaden: ‘je moet echt niet zoveel pijn hebben hoor, dat is voor niks nodig. Tot volgende week.’

Ik heb sedertdien wel nog pijn, maar draaglijk, en elke beurt bij hem is een soort verlichting van jewelste. Het gevoel als ik op mijn fiets naar huis rijd, is ‘ojoo’.

Wat ik toen allemaal niet wist, is dat hij naast kine en manuele therapeut en osteo ook een mens is van wie ik ondertussen echt gaan houden ben. Een vader zoals ik er één zou willen. Het lijkt of hij mijn lijf kent vanbinnen en vanbuiten en ik zeg elke keer ‘maar echt, ik wist niet dat pijn zo gemakkelijk kon verholpen worden en ook niet dat ik er zo deugd van zou hebben’. Dat halfuur om de 2 weken, dat is me goud waard. Werkelijk heel veel goud.

Toen ik woensdag op zijn tafel lag, en we het hadden over dingen dicht bij me die ernstig zijn, me zorgen baren en me verdrietig maken, zei hij:
‘ ik ga niet zeggen dat alles altijd goed komt, maar wel dat je hoop moet hebben. en ook dat je, als je de allesomvattende liefde kent, zoals jij, dat je dan veel geluk hebt in je leven. Omring je met de goede dingen en het zal vanzelf de goede kant uitgaan. ‘ We keuvelden nog, over verliefdheid, liefde en langdurige vriendschappen, en het deed zo’n deugd. Maar werkelijk, zo een ongelooflijke deugd.

Wat is dat toch fijn, dat een mens in tijden van zorgen omringd is door de besten. Ik moet een aparte post wijden aan alle mensen die ik de laatste weken heb gesproken, gebeld, geschreven, gezien en gevraagd: maar werkelijk: we zijn zo ontzettend dankbaar, hier thuis, dat we zoveel liefde kennen en krijgen en voelen en meemaken.

Het is een fort, hier in ons huis, en het is meestal wel bestand tegen de zwaarste stormen, maar het is mede door alle mensen dicht bij ons, dat het draaglijk blijft.

grootmoederrituelen

January 21st, 2017

Mijn grootmoeder maakt de beste mayonaise. Ze maakt er veel in een keer, met de mixer en weinig eigeel. Hij is stevig, extreem lekker van smaak en wit.
(De rest vindt dat mijn lief de beste mayonaise maakt, met veel eigeel, lopender en ook romiger van smaak. Ik vind hem ontzettend lekker, zeker op het hoedje van een tomaat, als er ook garnalen in de tomaat zitten, maar die van mijn meter past het best bij rauwkost en bij geroosterd sesamzaad)

Vroeger, toen ik klein was, bleven we soms eens slapen bij haar. Ik herinner mij de hele donkere kamer en de kleine beetjes zenuwen die ik had omwille van de klinken. In hun mooie huis sluiten de deuren namelijk met een ronde ijzeren klink, en een soort magnetisch systeem. Dat maakt veel lawaai, en om de anderen niet wakker te maken stopte zij mousse tussen de deuren. Ik was als de dood dat die mousse uit mijn handen zou vallen, en dat ik iedereen wakker zou maken.
Los daarvan: het leven van mijn grootmoeder zat en zit vol rituelen. Ik zou ze allemaal moeten verzamelen, ik weet het, ze gaan verloren in mijn hoofd hoe ouder ik word. Eén ervan heeft indertijd zoveel indruk gemaakt dat ik er nu nog elke week een paar keer aan terug denk. Ze leeft nog he, ik ga er veel te weinig en ik zou zo graag willen dat we dichter bij elkaar woonden.

Haar rauwkost-ritueel.

In haar frigo was er altijd rauwkost. Met die rauwkost maakte zij slaatjes die ze serveerde bij het avondeten: versgesneden brood met kaas die we met een kaasschaaf moesten snijden. Er waren grofgeraspte wortels in een bokaal. Er waren rode bietjes, en de sla lag gewassen en gewikkeld in een handdoek. Ik denk dat er ook tomaten waren, maar dat zou ik haar eens moeten vragen. Er was een pastelgele boterpot, met glazen deksel (of was het blauw?), er lag een blok kaas op tafel en het brood sneed zij in dikke sneden met een broodsnijmachine die omgekeerd in de kast zat (en zit). De rauwkost kwam altijd met wat mayonaise, en er stond ook een pot Gomasio op tafel, waarvan ik altijd veel te veel lepels strooide over mijn sla, en die dan mengde met de mayonaise. Oh lord.

Al jaren denk ik: ik moet dat ook doen. Ik moet zorgen dat er in de frigo altijd rauwkost is, zodat ik slaatjes kan maken en die – in mijn geval en dat van Jan en Anouk – kan meenemen naar mijn werk. Ik vind goei middageten één van de heerlijkste vooruitzichten ooit.
Het is ook fijn als extra: een snel slaatje bij hartige lasagne, wat sla voor tussen de boterhammen of een extra bij een kom soep als je plots honger hebt.
Het lukt me zeker niet altijd, maar ik ben door de tijd wel een planner geworden als het over mijn eten gaat. Dat is fijn, voor mij, zo ineens veel koken en klaarmaken en dan bijna 2 dagen na elkaar niet in de keuken vertoeven. Mijn kleinste dochter vindt dat ook, want toen we woensdag in een ontplofte keuken zelf paneermeeel aan het maken waren, zuchtte ze: ‘ik hou van zo veel dingen samen doen met jou in de rommel en met lekker eten, mama.’ Ze is niet de grootste complimentenmaker, mijn tjoolmaat, en ook niet de grootste babbelaar in huis, maar als ze dat dan zegt, kleintje toch wat heerlijk dat we haar bij ons hebben <3. Deze week heb ik bietjes gepoft, ongeveer uit het kookboek van ThursdayDinners (gewoon je bietjes in folie wikkelen in de oven en zo gaar laten worden - ik ben niet nauwkeurig in het interpreteren van recepten). Ik heb ze laten afkoelen en dan in dunne schijfjes gesneden en er last minute wat geroosterd sesamzaad op gestrooid, een eerbetoon aan mijn metertje. De helft werd door de kinderen al gepikt in de keuken, toen het eten nog niet klaar was, en voor ik het wist waren de bietjes aan tafel op. Geen werk, perfect om te garen als je de oven toch al gebruikt en lekker. Sla koop ik bij mijn lievelingsgroentenboer op zondag op de markt, en wikkel ik in een vochtige doek om op maandag of dinsdag te gebruiken voor in de brooddozen of voor 's avonds op tafel. Wortels rasp ik à la minute, omdat die bij mij nooit zo vers blijven als die van haar. Komkommer heb ik vaak in huis, maar ik eet dat niet graag in de winter. Witloof is ook nog een blijver. In een paar minuten snij ik dat grof in schuine reepjes en met wat yoghurt en graantjesmosterd: heerlijk. Ik ben er nog niet, maar iets in mij zegt: bijna, Marie, bijna. 🙂

Couscous Royale

January 17th, 2017

* een postje voor de menuplanners *

Mme Zsazsa maakt mij gelukkig met haar boeken en haar kalenders en haar grappigheid. Serieus, ik moet altijd lachen en ik ben door haar fijne kalenders een zeer goede planner geworden.
Het is niet dat het nooit meer voorkomt, maar meestal plan ik vakanties goed op voorhand en plan ik het eten voor een ganse week. Nu met haar fijne planner erbij, vroeger op een kladbladje.
Ik doe dat meestal op vrijdagavond, in de zetel, met een tas thee of een glas wijn, en als ik te moe ben dan doe ik dat op zaterdagochtend in mijn pyama met een tas koffie.
Ik doe dat zo ontzettend graag: zo eens goed nadenken wat ik nog heb, wat op moet, wat in het seizoen is, of ik mijn regels zal hebben of niet (want dan heb ik altijd keiveel zin in allemaal rare combinaties en in zoetigheid). Ik pols ook bij de rest van mijn menage, om hongerstakingen en opstand te voorkomen. Dat klein grut wil toch meestal hetzelfde: macaroni of WAP* of frieten. Om ze te sussen plan ik dat dus vaak in, maar ik kook dan al gauw wat broccoli voor erbij, of ik bak een bloemkool (en op het laatst strooi ik wat paneermeel over mijn bloemkool, en ik bak dat wat mee, dat is gelijk het korstje van de macaroni, altijd een succes)

Voorts vind ik omelet ook altijd een succes: op dinsdag werk ik langer en meer dan anders, maar wel thuis, wat wil zeggen dat ik overdag zo een beetje rommel in de koelkast en restjes gebruik om mijn eieren te pimpen. Of ik bak een restje champignons voor erbij, of ik stoof wat boerenkool met een sjalotje. Dan wat brood erbij en goeie boter, oh man ik verlang tot het dinsdag is. Ik moet ook nog dringend eens schrijven over de gewoontes van mijn oud grootmoedertje, met haar potjes rauwkost in de frigo en haar kiemen <3. Ik kook meestal in het weekend voor maandag en op woensdag kook ik meestal voor donderdag en dat is de redding in mijn Chaotisch Huishouden. Het is hier vaak niet gekuist, de strijk blijft liggen en het stof ook, maar mijn kindjes eten wel lekker en ik heb mij erbij neergelegd dat ik nooit een moeder zal zijn die strijk zal inplannen en wasmachines doet draaien terwijl ik evengoed koffie kan drinken in de zetel. Of Netflix kijken. Ik heb tonnen afgunst in mijn lijf voor die schone foto's van gestijlde huizen op Instagram, zo met gedroogde plantjes in de kleur van de kleren van de baby, en met hashtags van alle merken van de kleren die werden aangeschaft, maar ik word persoonlijk contenter van een goed stuk kaas waar ik met de fiets om moet. Keuzes, mensen, keuzes (en ik vind dat écht keischoon he, die overnagedachte foto's, écht he) :-). Dusss, voor diegene, die zich afvragen waar ik de tijd haal om veel en goed te koken: daar. Ik kuis amper en ik plooi de was met mijn handen. En ik heb al honderd keer moeten uitleggen dat dat de reden is. Couscous Royale, dat had ik beloofd. Dat recept schud ik uit mijn mouw, want ik at de lekkerste stoofschotels uiteraard op mijn gat bij mijn Afrikaanse vrienden of languit liggend in de zetel van mijn vriendin die ondertussen in Marokko woont en een Marokkaans lief had en ze konden zo lekker koken, niet normaal. Ik at ook lekker in La Kasbah in Brussel waar ik de heerlijkste rozijnen ooit at en zwijmelend in de ogen van mijn lief keek. Ah de liefde en het eten toch he. Ik zorg dat ik de volgende zaken zeker heb: lamsnek/lamsschouder/ras-el-hanout/ajuin/wortels/kikkererwten/couscous/tomatensaus De rest varieert: aubergine/pompoen/rozijnen/courgette/gegrilde paprika (grillen op voorhand in de oven)/kippenbillen/merguez die niet naar zeep smaken/tomatensaus (verse in de zomer of in de winter uit een blik), ik doe maar wat, waar ik zin in heb eigenlijk. * vlees aanbakken en nadien verder laten sudderen in een bouillon (ik heb meestal een litertje in de diepvries, groentenbouillon of kippenvariant, en ik kruid dat stevig met ras-el-hanout. Dan laat ik dat vlees sudderen tot het gaar is, ik denk anderhalf uur. Je moet dat voelen he, dat valt dan bijna van het been.) * terwijl het vlees gaart snij ik ajuinen. heel veel ajuinen, en in mooie partjes. ik stoof die traag dat ze zo zacht en bruin zijn, en ik voeg een beetje geraspte gember eraan toe. Dat is zo wonderbaarlijk, voor mij, gestoofde ajuinen, weinig dingen zijn zo lekker vind ik. * terwijl het vlees gaart en de ajuinen stoven grill of bak ik aubergines. ik bak ze in olie, en ik zorg dat ze goed gebakken zijn, want anders vind ik ze helemaal niet lekker. * terwijl het vlees gaart, de ajuinen stoven en de aubergines bakken neem ik nog een pan uit de kast en bak ik kikkererwten aan, uit blik. Ik spoel die goed, laat die uitlekken en bak die dan in wat olie. Soms roer ik daar wat tomatensaus door, of wat grofgehakte tomaten, samen met wat gegrilde paprika. Als ik peterselie in huis heb snipper ik heel veel peterselie daardoor, maar ook soms koriander als die op moet, of verse oregano. Dat hoort waarschijnlijk niet, maar 't is wel lekker. * terwijl het vlees gaart, de ajuinen stoven, de aubergines bakken en ik een soort kikkererwtenmengeling prepareer stoom ik ook nog wat wortels. Gewoon wat schillen (zelfs niet altijd nodig), op hun geheel, dat serveert schoon straks. (soms grill ik wat pompoen of rapen in de oven, of wat courgette, die ik dan in lange repen snijd, dat is zo schoon zeg. Ik bak ook soms kip voor erbij, of merguez, dat zie ik als ik bij de slager ga) * Ik maak couscous klaar door wat bouillon van mijn vlees toe te voegen aan het graan (op het gevoel en op de tast, ik ken weinig van maten). Ik dek dat wel af om te wellen (heet dat zo?), dat lukt beter. Ik maak uiteindelijk keiveel indruk door dat allemaal te serveren in een supermooie tajine die ik kreeg van een vriendin. Eerst de couscous, putteke in het midden voor het vlees en de saus en dan schoon errond alle hoopjes groenten, alsof je de zandbak aan het spelen bent. Iedereen schept dan wat hij graag eet en uiteraard zijn de aubergines voor mij, maar dat besant helemaal niet. Anderhalf uur, twee uur werk. Liefst op zondag, dan is er tijd om te tafelen en kun je wat langer blijven zitten om na te genieten. Ik zondig waarschijnlijk keihard tegen de regels van couscous, maar het is echt lekker en iedereen die het hier komt eten vindt dat ook. Volgende week: het succes van de Megaproeversafspraak. *WAP = Worst Appelmoes Patatten

filtertje

December 23rd, 2016

img_20161214_111534

Toen mijn lief mijn lief nog niet helemaal was, maar ik wel al zijn bed sliep, stond ik een keer op op een vroege morgen. we hadden veel te lang gebabbeld en sigaretten gerookt in ons bed (ik vind het allermoeilijkste aan jaren niet roken: de sigaretten in bed missen, zo af en toe. dat is iets wat ondertussen in mijn hoofd uitgegroeid is tot een heerlijkheid die volledig uit zijn voegen is gebarst dat het niet meer normaal is, ook al zal ik dat nooit ofte nimmer meer doen). Ik kwam wakker en hij lag er niet meer. Ik wist toen niet wat ik nu al jaren weet, dat mijn lief ofwel een gigantisch ochtendmens is, ofwel een nachtraaf. Geen dagmens, oh neen, geen dagmens. Ik taste met mijn hand en het bed was leeg, en ook een beetje koud. We sliepen toen nog in paarse palmboomlakens, de mooiste lakens die ik ooit heb gezien.

Ik stond op en hij vroeg of ik koffie wou.

Ik dronk bitter weinig koffie, maar ik zei ja want ik vond alles samen met hem toen zo ontzettend fijn dat ik zelfs koffie wou drinken.
Hij maakte één tas koffie, speciaal voor mij. Hij kookte water, plooide een filter, en goot op. Ik dronk koffie en ik smachtte naar hem.

Vandemorgen stond ik op en net als elke morgen (na al die jaren,kinderen, een verbouwingshuis en veel te veel file en werk) vroeg hij ‘wil je koffie keppe’.

Ik zei ja, want ik drink sedertdien nog altijd elke dag koffie, en ondertussen al jaren ook heel erg graag.

Tot voor twee weken maakten we altijd koffie met Filtertje. Filtertje gaat al mee van ver voor mijn komst, maar is ondertussen zo bejaard dat zijn oortje er af is gebroken. Koffiemaken werd de laatste weken een gevaarlijke opdracht, en we kregen van onze vriendin een nieuw klein plastieken filtertje, dat zij nog thuis had staan en niet meer nodig had.

Dag Filtertje, we owe you.