over poting

February 5th, 2016

Als onze kast nog wat oud brood verstopt, dan maak ik poting.

Het simpelste wonderbaarlijkste recupgerecht dat ik ken. Eitjes, melk, wat suiker en af en toe een overrijpe banaan of een verrimpelde appel. Soms met chocolade of met nootjes erin en een enkele keer met appelsienensap en rozijnen en zonder suiker. Bovenaan strooi ik altijd wat rietsuiker, vermengd met havervlokken en ik maak ook al eens crumble als bovenkantje.

Oh wat is iedereen hier thuis blij met een stukje poting. Het liefst eten ze die lauw, maar omdat ik die vaak maar ‘s avonds laat maak, lukt dat niet veel. Enkele weken geleden hadden we geen boterhammen meer en mochten ze poting eten als ontbijt, wat een heerljkheid was dat. Mijn lief houdt er ook van, want hij ontbijt niet en dan smaakt een stukje gebakken brood in de voormiddag zo goed dat hij zelfs ogen flikt als ik hem wat poting toestop voor hij vertrekt.

Sommige dingen liggen bijna voor het rapen en een mens zou er in de rapte van het leven aan voorbijrazen.

Poting toch. Jij heerlijke held van verloren brood.

café

January 13th, 2016

De Kerselaar

Zo aan de toog aanschuiven, een pintje bestellen en wat voor je uit zitten kijken. Er komt iemand anders binnen, die je kent, en je geraakt aan de klap. Met een schotelvod veegt de doorwinterde bazin de toog af en toe eens proper, en daarbij heft ze elk glas precies op. Er wordt teveel gedronken, de madam vloekt al eens en er worden stilzwijgend burenruzies bijgelegd. Er staat een beeldje van horen zien zwijgen en de beste cafémadammen handelen daar ook naar. Veel zien, veel zwijgen, het kan bijna niet anders. Het wc is meestal op de koer, en de deur heeft een hartje en het toilet geen sjas. De asbak staat aan de achterdeur en roken aan de voordeur is een schande. De tabaksreclame is zorgvuldig afgeplakt, want dat mag niet meer, en de radio kost vierentwintig duizend Belgische franken Sabam en billijke vergoeding.

Ze verdwijnen, de doorwinterde bazinnen, die hun hele leven achter de toog hebben geleefd.

Ik treur steeds een beetje, als ik naar hen luister, en een pink zou geven voor de levenswijsheden die ze aan hun toog hebben verzameld. Mijn allergrootste favoriete cafémadam Paula, die ondertussen gestorven is, prevelde me het toe, doodziek, in haar zetel in de living naast haar café: het is allemaal des mensen, wat je aan de toog ziet. Het is de kunst het voor jezelf te houden.

Zullen we het redden, vraag ik me nadien af, zonder échte cafés? Zal er geen ziel verloren gaan, geen plaats waar mensen gewoon bij elkaar kunnen zitten, babbelen en eenzaamheid en verdriet wat lichter zien worden, of een beetje zwaarder? Gewoon een beetje lachen en luisteren naar elkaar.

Ik weet het niet. Ik hoop het.

De Kerselaar 2

2016

January 3rd, 2016

Ik liep met mijn kleinste dochter rond in de stad, en ze had gevraagd of ze haar Spaans prinsessekleed mocht aantrekken. ‘Och, dacht ik, wij tooien ons dezer dagen helemaal op, met blinkers en strikken en schmink en juwelen, een Spaans prinsessenkleed is er niks tegen, doe maar aan.’
Het was een klein beetje grappig, met haar blauwe winterschoenen eronder, en roze K3kousen, maar ach, zei ze zelf sussend ‘niemand kijkt naar je kousen als je zo’n mooi kleed aanhebt’.

Er liepen twee mevrouwen voor ons, die steeds achter hen uit keken, en toen zo een beetje giechelend tegen elkaar begonnen te praten. Het was misschien ook geen zicht, mijn prinsessendochter met ongekamd haar en ik was ook maar eens vlug vlug de straat opgetrokken en vond het niet zo erg om mijn trainingsbroek aan te laten, het feest begon toch maar ‘s avonds.

Wij stapten sneller dan de kraaknette giechelende dames, en toen we hen passeerden zei de ene luid genoeg tegen de andere: ‘Sommige moeders weten niet wat ze hun kinderen aandoen door hen in verkleedkleren op straat te laten lopen’. Ik draaide mij om en kon nog net subtiel genoeg mijn middelvinger uitsteken, een reactie heb ik niet meer afgewacht.

‘s Avonds vierden we Oudjaar, dicht bij lievelingsmensen uit mijn leven, rond een warm vuur met muziek en eten en drank en cadeautjes. Mijn lief en ik knepen in elkaars hand toen het middernacht was en mijn dochters gaven zoenen en knuffels.

Ik wens je veel in 2016, maar vooral dat je het hoofd niet verliest als iemand op straat anders is gekleed dan jijzelf. Dat je niet roloogt als iemand op een andere manier eet, anders gelooft of drie cognacs drinkt op oudjaar. Dat je zelf niet zo’n kraaknette dame mag zijn, of heer, die in het leven bitter weinig diepte ervaart omdat ze constant moet kijken naar hoe anderen eruit zien.

En als er toch een tegen komt, dan wens ik je een middelvinger, in het echt of in je hoofd, zodat je irrelevante oppervlakkigheid gewoon weg kunt wensen.

Ik wens je voor de rest een goede gezondheid, een lief dat zo machtig is als dat van mij en veel plek in de zetel om te lezen en bij de mensen die je graag ziet te zitten.

(ik heb een cadeautje, maar het is nog niet af! het komt eraan, en ik probeer er veel te maken dat ik veel mensen er een kan geven. ik heb ook nog lijstjes, maar die horen meer bij dit jaar dan bij 2015, dus ze komen eraan!)

thuis

December 23rd, 2015

Ze hielp me met het opruimen van de tafel, die altijd vol ligt. We hebben maar één tafel en die moeten we delen en daarom ligt hij altijd vol.
Kruimels, tekengerief, glazen, opladers, portefeuilles, speelgoed, popjes, scharen en telefoons.

Help.
Eén van de dingen die ik wens voor het nieuwe jaar is dat mijn tafel altijd proper ligt, zonder gedoe. Zo’n nette lege tafel.
‘Kom mama’, zei ze, ‘we maken hem samen leeg.’

‘Mama,’ zei ze, en ze werd ineens een klein meisje en geen grote tienerdochter die aan mijn sleppen hangt als ik thuis ben, ‘ik snap niet dat je niet graag thuis kunt zijn, echt, ik ben zo graag thuis.’

We deden samen verder, ik zei dat ik blij was en zij was al vlug over Kerstavond bezig, en haar stage die eraan komt.

Ik dacht erover na, de voorbije dagen. Ik was ooit niet graag in mijn huis, toen ik net in Gent kwam wonen, en het is een gevoel dat onder je vel kruipt om daar zo lang te blijven liggen dat het te pas en te onpas goeiendag komt zeggen. Bizar dat zulke gevoelens soms in den treure blijven doen alsof ze nog steeds van belang zijn.

‘Eat this, fuckers van oude gevoelens’, dacht ik (en ik moet echt dringend eens leren om minder onbeleefde woorden te gebruiken, maar ik vind die zo mooi), toen ik de kaarsjes aanstak op mijn rommelige tafel, en mijn dochters vol goesting de living binnenkwamen. Mijn lief passeerde en hij wreef over mijn rug en flikte een oog en zijn flikogen maken me week tot in het oneindige.

2015 was niet het beste jaar als het over mijn gezondheid gaat, zo’n gesukkel zeg, en zoveel pijn, maar het leven is altijd een beetje geven en nemen en mijn rommelige tafel in mijn klein huis is de plek waar mijn hart op tafel ligt en waar ik het allerliefste ben.

over de liefde

December 20th, 2015

‘Can you swimming?’ vroeg ze aan haar nieuwe klasgenoot, die vanuit Afrika naar Spanje tot in haar klas is beland.

Hij leek op de euforie van een onbekend pralientje.

‘Er komt een nieuwe jongen in mijn klas, mama, hij spreekt Spaans en Engels en ik moet samen met hem van dienst zijn. Het zal lukken denk ik, maar wel moeilijk, als je dezelfde taal niet spreekt. Ik zal gebaren doen, en trekken aan zijn arm als hij mee moet komen. Oh, mama, joepie.’
Ze kan – bij uitzondering – razend gelukkig zijn, net zoals ze vlammend boos kan zijn, ons kind.

Van mijn vriendin kreeg ze een woordenboek Nederlands-Engels uit de Slegte en dat ligt nu in de klas, zodat ze woorden kunnen opzoeken die hij niet begrijpt.

‘Ik vind hem fijn, mama, ook al zegt hij yesnoidon’tknow als ik iets vraag, oh ik vind hem fijn.

Dat is liefde, dacht ik, en het schoonste dat er is op de wereld, liefde tot in het kwadraat. Het gemak aan haar liefde is dat die zonder vooroordelen is, compromisloos en intens overheersend. Die liefde huist in haar lijf, haar hart haar hoofd, en ze is voorbestemd voor alle dieren van de wereld, voor ons, voor sommige vriendinnen van mij en voor alle andere mensen die haar pad kruisen. Ze is acht en heeft de gave om mensen helemaal te laten zijn wie ze zijn, en in die mensen te speuren naar het mooiste dat er in zit, zonder dat ze het zelf beseft.

Moest ik kunnen, ik spon wat van haar pure liefde op een spinnenwiel. In kleine pakketjes, met een strikje errond. Ik zou ze onder kerstbomen leggen, in de huizen waar ze nodig is, en bij de mensen die ze vandoen hebben voor het moment.

Het is een onmogelijke wens, liefde van een mens spinnen voor een ander, absurd ook, want net zo schoon aan de liefde is dat ze overal anders is.

Maar toch, ik wens ze je. Ik wens je ze in de vorm van een mens of een dier dicht bij je, die je hart helegans warm kan maken enkel en alleen om wie hij of zij is.

Fijne feesten alvast, maar ik kom nog terug vandejaar, want ik heb een cadeautje gemaakt en ik wil nog een lijstje geven en zeggen dat ik 2016 graag zie komen.

een naam voor ons huis

December 9th, 2015

ik vind dat ik mijn huis te weinig eer aandoe.

ik poets het te weinig, ik vloek er te veel op, het krijgt te weinig eten, ik kleed het soms aan met de vreselijkste kitsch en het is mijn tante die mijn vensters komt kuisen zo nu en dan.

maar ik eer het wel, diep in mijn hart, heel heel erg. het is de plek die me behoedt van de boze grotemensenwereld, de plek waar mijn gebroed speelt, verkleedt, eet, slaapt en tegen me aan kruipt. de plek waar mijn lief mooie muziek oplegt voor ons en met me danst in de oh zo kleine plek waar we leven. het is de tafel waar mijn vrienden en vriendinnen kunnen zitten als het gezellig is of als het klote is, want het leven is heel schoon, maar ik zou het verdorie soms graag eens een blauw plek slaan ook, zo soms een keer.

mijn burcht verdient een naam, vind ik, een echte naam zoals oude villa’s in den Haan.

je mag mij helpen als je een naam voor mijn huis in je gedachten hebt.

x
marie

Prutsje

November 10th, 2015

‘Ik heb liever dat ze al die prutsjes thuislaten, niks dan miserie.’

De juf trok een beetje een zuur gezicht toen ze het zei op het oudercontact vorig jaar, maar we begrepen haar wel. Al die kindertjes met prutsjes in hun boekentassen, jassen, handen en banken, het was me wat. Soms verdween er iets, wat een ramp, en dan moest ik in het donker in de kille gangen van de school op zoek naar een klein plastieken Zoobles-diertje, dat opensprong als het dicht bij een magneetje kwam. Passeerden nog de revue: het zachte knuffeltje dat ze met haar zakcentjes kocht in Planckendael, een pluchen hondje van de rommelmarkt, een springbal, een klein portemonneetje met schelpen van de zee, een mooie steen, een HarryPotterstok uit het bos, een medaillon van de échte Harry Potter, dat zus uit Londen meebracht, oh wat heeft ze veel van die dingen waar ze behoorlijk aan is gehecht.

‘Mag ik nog vlug naar boven om iets?’, het was de dagelijkse vraag toen we -eindelijk- klaar stonden om te vertrekken, te laat, teveel gepakt, te druk.
Dan kwam ze glunderend terug met een kleinood in haar handen, fluisterde dat ze het echt in haar jaszakken zou houden en niet aan de juf zou laten zien en dat ze zo blij was dat het toch mocht.

Maar de juf had het dus wel door en prutsjes waren vanaf toen verboden.

Geen erg, ze knikte zeer erg bewust, zei dat ze het snapte maar wel jammer vond en kickte af van wat voor haar het heerlijkst van haar leven was: kleine dingetjes dicht bij je, in je handen, als je niet in je eigen huis bent.

‘Ik speel daarmee, in mijn hoofd’, antwoordde ze braaf toen ik haar weken later vroeg waarom ze dat zo miste, en waarom ze zo graag vanalles meezeulde, ook al wist ze dat het kwijt kon raken, of kapot. ‘Ik speel rovertje, of beschermer, of Hermelien van Harry Potter. Of draak, of vleermuis, of hondenverzorger. Soms spelen er kinderen met me mee, soms niet. Ik vind het eigenlijk allemaal goed hoor, en ik snap dat het niet mag maar het is wel jammer mamatje.’

Ze hield zich ongeveer braaf aan de regel van het prutsjesverbod, maar de verhalen in haar hoofd bleven komen. Soms staat ze op en strekt een pootje uit, en dan weet ik dat ze een hond is. Of ze sist Parseltongue en dan is ze op Zweinstein, met een toverstok in haar hand. Ze is lang een piraat geweest, en ook nog erg vaak een cowboy, maar nu is ze het liefst een vleermuis, zo’n gevaarlijke, die dicht aanleunt bij een vampier. Ze heeft een ieniemienievleermuisje, waar ze immens zorg voor draagt, en dat als een kindje aan haar vingers plakt. De vleermuiscape die ze van Ikea kreeg van mij, is haar tweede vel en ze draagt hem om te slapen, te spelen en donderdag mag ze hem aan voor school. Want de juf van dit jaar let niet zo op prutsjes en langzaamaan sleurt ze weer vanalles mee naar school, en moeten wij ‘s morgens weer aan de trap op haar staan wachten.

Ik ben blij voor haar dat het weer mag.

Al die kleinigheden helpen haar door de warrige, drukke en veranderende wereld waarin ze dagelijks zo hard haar best doet om te gedijen. Allemaal kleine houvastigheden die haar binnenste rustiger, blijer en voldaner maken. Amuletten tegen de dagen waarop mensen soms eens raar naar haar kijken en vragen of ze het niet beschamelijk vindt om verkleed rond te lopen in Ledeberg. Babypopjes en knuffelhondjes en toverboeken vol Pan-magie. Soms is het een magische ketting, die ze op de valreep nog meegritst van op tafel of een oud versleten boekje vol geheimschrift over Kastanjerapers.

Oh wat ben ik blij voor haar dat het eindelijk weer mag.

naamloos

(haar foto mocht erop met haar toestemming)

Superheld

November 10th, 2015

naamloos

De brulboei vertrekt binnenkort op kamp.
Ze is vijf en haar valies is bijna klaar.
Ik dacht dat ik ondertussen alles wist over moederen, en mijn hoofd zegt dat ik content moet zijn dat ik eens rust zal hebben zonder die kleine tjoller die overalaltijd mee wil met mij. mijn lijf zegt dat het deugd zal hebben om te zien dat ze dat kan, en dat ze niet zal wenen en dat ze wel alles aan de leidster kan vragen als ze het zelf niet kan. mijn hoofd zegt ook dat het rustig zal zijn zonder onze kleine monkey die werkelijk élke, maar dan ook élke grens met graagte overschrijdt.

mijn hart zegt: blijf thuis. zeg vlug dat je niet op kamp wil en dat je nog te klein bent om twee nachten doodop in een koud scoutslokaal in een ambetante slaapzak te liggen zonder dat ik je nog een zoen heb gegeven.

‘ik ben nu ook niet zo lang weg hoor, ik kom terug’, antwoordt ze rologend en zuchtend, terwijl ze haar superheldencape aantrekt. ‘je moet nu ook niet overdrijven hoor’.

stramien+verlof

November 5th, 2015

Oh wat duurde het dit jaar lang eer ik afgekickt was van de heerlijke zomer die wij hier hadden.

We waren veel weken veel bij elkaar, dat is van het hoogste goed hier.
We logeerden in de mooiste hut van de BresseBourgogne en we hadden er een gouden week. Een week waarin iedereen gewoon een beetje kon zijn wie hij was en de anderen ook. Wie zin had om uren te lezen op bed kon dat gewoon doen en wie zin had om te tjooln en te vissen ging gewoon tjooln en vissen. We wandelden in bossen en schrokken van jonge koeien waarvan we dachten dat het stieren waren. We kookten niet veel, maar we lazen en breiden en zagen watervalletjes en keken naar contente kindjes en we dachten ‘oh wat hebben wij wijze kindertjes’ en ‘oh wat is het fijn om bij mekaar te zijn’.

We waren veel thuis en bezochten onze vrienden bij wie we mochten logeren in de allermooiste tuin van het land en we leefden dicht bij elkaar en zeiden dat het leven soms lastig is maar ook soms heel mooi. Mijn lief en ik keken in onze blote billen naar het weerlicht en als we nog niet getrouwd waren, ik had hem toen ten huwelijk gevraagd. Op mijn blote knieën, terwijl het onweer in de rest van de Westhoek tekeer ging.

Toen kwam de herfst en mijn keel kneep dicht. Oh wat had ik die niet zien aankomen. Donkerte en regen en de zwaarte van oktober, verdorie zeg, ik was het vergeten, hoe heftig die tijd kan zijn. ‘Je hebt ook een zeer goede zomer gehad hé, Marie’, zei mijn nichtje dat altijd net zegt wat ik nodig heb om het een plaats te kunnen geven. De heftigheid minderde en ik knikte bij mezelf en wist dat ze gelijk had. ‘de zomer der zomeren’, in al zijn eenvoud, ik wilde hem nog niet helemaal kwijt.

Deze week kwam alles echt goed. We hadden wat verlof samen, ontsnapten zonder kindertjes naar mijn lievelingsstad en we klonken en zeiden dat we zo blij zijn met elkaar en met die drie dametjes dicht bij ons. Ik voelde geen heftigheid meer, maar warmte en blijheid en veel veel tijd en rust en alles wat ik nodig had om de winter te trotseren.

Dat een mens elk jaar een beetje hetzelfde stramien doormaakt, ik vergeet het elk jaar opnieuw een beetje.

Woesten

October 14th, 2015

‘Traag lezen’, je gaat rouwen als het uit is’, ze zei toen ze zag dat ik het boek Woesten had gekocht.

Ik treur nu al, en het is geeneens uit.
Het ligt klaar te wachten op de rand van de zetel, voor een laatste rondje.
Ik ga eerst de keuken opruimen, de kindjes in bed stoppen, mijn lief zoenen en mijn strijk in de kasten leggen.

Dan pas zal ik verder lezen.

De schoonste tante van de recente Nederlandstalige literatuur, tante Zoë.
De allerschoonste tante.

Woesten, Kris Vansteenberge, Uitgeverij Vrijdag, 2013, ISBN 978 94 6001 195 5