Evy, mon amour

July 27th, 2015

‘Het voelt een beetje als verliefd zijn, hé?’, zeiden mijn wijze vriendinnen toen ik hen vertelde over mijn verse vriendin.

Elle s’ appelle Evy.

Menig mens zou overdonderd zijn door haar felle manier van doen.
Ik ook. Twee minuten.

Daarna zat ze in mijn hart. Boenk vanbinnen erin.

Soms gaat dat zo in mijn leven, dat ik mensen instant graag zie. Zo graag dat het een beetje pijn doet vanbinnen, maar ook deugd, veel veel deugd.
Het gaat nooit volgens de boekjes, komt onverwachts en heeft niks te maken met de opgelegde wensen van de maatschappij waar ik in leef. Er valt niks te halen, er komt geen netwerking bij te pas en er is geen gemeenschappelijke basis, laat staan vrienden die we delen.

Evy is een mokerslag. De pijnlijke echtheid van hoe het leven ook is, weg van mijn rustig fort van tevredenheid. Evy is alles wat ik niet ben en mijn stoel dendert een beetje achteruit als ze kwaad wordt.
Maar als ik twee minuten later dicht bij haar zit en de warmte van haar arm voel, kom ik thuis van een verre verre reis. Zo alsof je met de voeten onder tafel schuift en van je grootmoeder warme patatjes geserveerd krijgt met verse mayonaise. Evi deelt blauwe plekken uit aan het leven, en ze incasseert ze met een elegantie waar ik met open mond naar sta te kijken. Als ze haar vuist balt, dan omklemt ze mijn hart en haar blauwe plekken maken dat we een gemene deler hebben, een fort van begrip.

Ik kneep in haar schouder toen we afscheid namen, liet mijn telefoonnummer achter in haar notitieboekje waar ze sierlijk, met een bloemetje, mijn naam onder schreef. Ze heeft geen telefoon, en ik denk dat internet haar ding niet is, dus het wordt moeilijk afspreken met elkaar.

Maar boy wat hou ik van haar.

Ik kan drie boeken tegelijkertijd lezen. Niet meer, en liever ook niet minder. Het aantal varieert door de jaren.

Elke keer als ik stop met lezen in een boek stop ik er een nieuwe bladwijzer tussen. Als ik klaar ben weet ik perfect in hoeveel beurten ik mijn boek heb uitgelezen. De bladwijzerverzameling gaat in een boekje apart, en hoewel dat compleet zinloos en dwaas is, ik herbeleef de tijd door de blaadjes, papiertje en rekeningen, treinticketten en tramkaartjes die ik in boeken bij mekaar verzamel.
(Mijn nicht, van wie ik bijna alle boeken leen en lees, stopt ook bladwijzers in haar boeken. Soms kan ik dan zien waar ze is gestopt, en heel vaak snap ik dat je stopt waar zij stopt. Soms vind ik geen bladwijzer als ik lees en dan snap ik ook waarom.)

Als ik een boek uitheb moet er minstens een nacht overgaan voor ik aan een nieuw begin.

Ik stop het liefst op pagina’s die eindigen op 8. Of op 4 als 8 nog te ver weg is.

Ik treur altijd een beetje als ik een fijn boek uit heb, een beetje zoals de treurnis die ik heb als ik mijn regels moet krijgen. De gedachte die dan het vaakst door mijn kop gaat is dat het niet beter of mooier kan. Echt vaak gebeurt het niet.

Ik leerde deze week een meisje kennen dat na één avond al zo diep in mijn hart zit dat de hele wereld mag rologen en dat ik het toch niet storend vind. Moest ik een schrijver zijn, ik schrijf een trilogie over haar. Ze kwam net op tijd, op het moment dat ik het nodig had om het leven te zien gelijk het ook elders is: onvervalst maar boy zo heftig. Ik kan niet alleen maar omringd zijn door mensen die rustig zijn en alles voor mekaar hebben, ik heb ook ander leven rond mij nodig, met vuistslagen en open harten. Hartjes voor mijn nieuwe vriendin. Ontzettend veel hartjes voor de mokerslagen die zij aan het leven geeft.
Het maakt mij wakker en gulzig en doet mij op een andere manier naar de wereld kijken. Het doet mij beseffen dat mijn kindertjes nog veel moeten zien en proeven en lezen en horen en altijd opnieuw met veel honger en liefde naar de wereld moeten kijken, met respect voor mensen op de wereld, ook voor de mensen die met een potje in hun hand de deur van het station voor me openhouden als ik in Brussel ben.

Oh wat is het leven toch soms zo schoon.
Als ik dat allemaal weer eens ten volle besef.

Bonita Avenue - Peter Buwalda – ISBN 978 90 234 5729 9
café Au Laboureur - rue de Flandre 108, 1000 Brussel

Alles komt altijd goed

July 10th, 2015

‘Oh neen’, dacht ik 2 juli verschrikt. ‘Help mij uit deze kinderhel.’

Het liefst was ik weggelopen, ver weg, met een valies vol boeken, wat muziek en mijn breiwerk.
Ergens naar een onbewoond eiland, met een temperatuur van 25 graden en een kok aan mij zijde die om de zoveel uur lekker eten serveert, zelf de afwas doet en mijn rug en schouders masseert als die stijf zijn van het lezen en het breien.
Een bed met hemeldoek, zonder muggen en zonder plakkerige kinderbilletjes die me ‘s morgens vervoegen.

Mijn huis was ontploft, mijn kinders aan het zagen, bleiten en zeuren en ik was veel te luid aan het roepen op hen.

‘Mama, jij bent serieus veranderd’, zei de oudste, pubers hebben nu eenmaal een genuanceerd beeld van hun moeder.’Zo boos en zo zagen en zo serieus zeg’, voegde ze eraan toe, alsof het eerste nog niet genoeg was.
Want naast een bende zagen kreeg ik ook een internaatsdochter terug thuis, met een berg was, een rommelkamer en een lief.

Toen kwam het boek van Kim en Eva.

We maakten zelf plasticine en alles werd beter.

Het gezeur nam af, de frustraties kneedden ze weg, ze giechelden toen we net kleurstof hadden toegevoegd aan het deeg en plots uren zonder water zaten. De kamer van Anouk raakte proper, mijn was is bijna weggewerkt en mijn lief heeft al af en toe wat minder file dan in juni. Ik vond wat ritme in de ritmeloze dagen, dropte de kindertjes af en toe bij hun favoriete onthaalmama ever (waar ze bleven slapen waardoor mijn lief en ik plots kinderloos werden op een zonnige avond) en ik kreeg opgewekte, blije, dankbare en toffe kinders terug. Simonne steekt wel te pas en te onpas haar hand op naar iedereen, waarna ze fluistert ‘je middenvinger opsteken kun je beter doen met al je vingers erbij, dan is er niemand die zaagt op jou maar je kunt wel fuck you zeggen (zucht, ze is vijf)’ maar in plaats van te foeteren dacht ik: ‘ach kind, als je die later maar onthoudt, je zult hem nog nodig hebben.

Ik ben ondertussen weer wat gewend aan de rommel van een vijftienjarige en ze stelde voor om te strijken terwijl ze naar films kijkt. Ze denkt waarschijnlijk ‘dan ben ik van haar gezaag af’, maar het is win-win, denk ik dan.

Gisteren schreeuwden de kleintjes wel nog even ‘ik wil een andere zus’ naar elkaar, maar daarna gingen ze de ganse dag zoet piraat spelen. Ze ruimden hun brol op (na een tirade dat ik geen meid ben, ik moet eerlijk zijn) en gingen gisteren slapen met piratenhoeden op, ooglappen en doodskopvlaggen. De piraten van de Vliegende Rattekop.

In het midden van deze nacht voelde ik plots plakkerige kinderbilletjes tegen die van mij, en ik dacht:
‘Er is geen plek waar ik liever wil zijn, en er zijn geen mensen bij wie ik liever ben dan bij mijn drie kinders en mijn lief.

Alles komt altijd goed.

pirates

Moederhart

June 11th, 2015

Ze is keihard zwaar gevallen met haar fiets, enkele weken geleden.
Ze wou tonen hoe hard ze kon crossen en ze koerste me zwierig voorbij.

In de draai ging het mis, klets de grond in, bloed overal en een krijsend kind.
Niks ernstigs, maar ze is altijd volledig buiten zichzelf als ze pijn heeft.
En wij hebben het dan altijd geweten. Terwijl de kleinste wat spuug op haar bloed wrijft, drie keer slikt en eens diep ademt, krijst Clarisse de wereld bij elkaar.

Ze wordt het best gesust met ruggewrijf. In enkele minuten is ze dan bedaard en ze draait haar lijfje naar me toen, hunkerend naar nog een beetje. Woorden maken haar tureluur dan, zeker als ik zeg dat het dan echt wel genoeg is geweest. Zonder woorden lukt het beter.

Vandaag gaan ze naar Planckendael, met de klas.

'Mag ik alstublieft zo'n ovenbroodje van de bakker, mama?' vroeg ze gisteren beleefd, want ovenbroodjes met kaas, wortel sla zonder tomaat en een klein beetje mayonaise zijn traditie als er iets ergs fijns met de klas op het programma staat.

Haar rugzakje gevuld met een grote fles water, een thermozakje en een flessenkoeler, zonnecrème en een pet met een flapje achteraan. Tegen een verbrande nek.

Deze ochtend fietste ze voor het eerst opnieuw en ze was een beetje opgewonden zenuwachtig. Misschien voor het fietsen, of misschien voor de centjes die ze in een oude portemonnee meekreeg, waarmee ze gegarandeerd een ijsje uit haar mond zal sparen om een knuffeltje in de shop te kunnen betalen. Misschien voor de dieren die ze zou zien of de lange busrit, zich afvragend wie haar busvriendinnetje zou zijn. Ze herhaalde nog een keer duidelijk de tijdstippen die zouden aangeven wanneer ze zich moest inwrijven, voor en na het middageten en misschien ook al een keer op de bus op weg.

Ik stond aan de poort toen ze vertrok en ze zwaaide met een schuchter handje nog een keer mijn richting uit.

Niks bijzonders, zou je denken, banale dagen in het ouderschap, maar om de een of andere reden ontplofte mijn hart duizend keer toen ik haar de bus op zag gaan. Zo hard ontploffen van iemand zo graag zien dat ik vlug wegwandelde en mezelf een beetje uitlachte, sissie die ik ben.

Maar wat verlang ik tot ze thuiskomt.

Sissie, ik zei het al.

IMG_20150523_163141

Gêne

June 4th, 2015

We stonden samen in een wc. Het mannenwc, maar dat was per ongeluk en ook al geleden van toen ik vijftien was en in het geniep sigaretten rookte.

Mijn vriendin was jaren geleden heel ziek, en haar lichaam draagt daar sporen van.
We fluisterden zelfs niet, we hadden het over littekens, pampers en toegetakelde lijven. Over teveel badjassen, revalidatie en correcties. Ze toonde haar lichaam aan mij en ik vond dat het schoonste vrouwenlichaam dat ik in eeuwen had gezien. Omdat littekens mensen echter maken, dapper ook, en omdat ik niet van perfectie houd. We knepen elkaar in de arm en als spitsbroeders zeiden we dat het leven soms lastig is, maar dat we fucking geluk hebben. Zij had veel meer geluk dan mij nodig, en ik stuur het nu nog elke dag in tonnen haar richting uit.

Onze mannen stonden toevallig beiden aan het urinoir toen wij uit onze schuilplaats kwamen en we keken naar elkaar. Dat geluk van ons, dat ligt voor een deel in die machtige mannen die we beiden hebben. Echte venten, die van in het begin het ganse pakket namen, all-in zoals ze bij Thomas Cook zouden afficheren. Met of zonder littekens, kloteziektes, pampers of teveel te lang avonden in kamerjassen omdat al de rest suckt en pijn doet.

Het leven tussen vrouwen kan zich al eens afspelen tussen de ‘oh’s’ en ‘ah’s’ van nieuwe handtassen, het échte leven speelt zich af in toiletten waar vrouwen zonder gêne samen kunnen zijn.

Vuistjes dus, voor alle weggekieperde taboes en overboordgegooide gènes. Vuistjes voor echte lijven, topwijven zoals mijn vriendin en venten of vrouwen die van hun vrouwen houden, helegans gelijk ze zijn.

Lijstje

May 19th, 2015

* Kinderboeken.
Ik ben al maanden bezig aan een lijstje. Het komt er binnenkort, beloofd.

* Altaarstuk.
Ik ben ook al heel lang bezig met de mails van de mensen over altaartjes. Daar kruipt zoveel werk in, want daar gaan heel wat emoties mee gepaard, en het zijn niet altijd de gevoelens waar een mens mee te koop loopt. Wie nog geen antwoord heeft gehad, eerstweeks, beloofd.

* Foto’s.
Ik krijg soms mail van jullie, en jullie vragen dan al eens foto’s. Allee, geen verplichting, ‘maar dat leest gemakkelijker weg’, argumenteerde iemand. Er was nog iemand die zei dat dat gezelliger is, met foto’s en ook een beetje echter. Ik twijfel daar niet aan, maar ik ben zo’n luie als het op media aankomt. Ik heb daar ook fel over nagedacht, over wat de rest van mijn menage daarvan vindt. ‘Is dat dan voor Facetime?’ vroeg de jongste, en ik verslikte mij bijna een ongeluk. Ik dacht tot gisteren dat dat een deel van Facebook was, maar niets is minder waar. De kleuter heeft een klasgenootje die even in Australië zit, en ze gaan facetimen. Zo cool zeg, mijn vijfjarige haalt me razend snel in. ‘Swipen, mama, dat is met je vingertje verschuiven op een scherm’. Maar foto’s dus, ook beloofd.

* Verbouwingen.
‘Hoe zit het met de verbouwingen?’. Die vraag staat ook al een paar keer met een rood vlaggetje in mijn mailbox, popelend om beantwoord te worden. Ewel, traag traag maar goed. Het is eigenlijk een schande dat ik niet wat meer stoef met al dat werk dat mijn lief hier verzet, zo op zijn eentje, zonder te zagen en te klagen. Altijd maar kamertjes aan het bijmaken voor al zijn vrouwen. Dat zijn er nu al 2 en een half, waardoor wij de komende jaren bij onze twee kleinsten slapen. Ik moet daar ook nog eens over schrijven, want dat samenslapen is zo erg de max dat ik nu al treur voor het moment dat we niet meer samen zullen slapen.

* Koken.
Koken, nog zoiets. Ik heb zo’n schriftje boordevol eten dat zo erg de moeite is dat ik het met jullie wil delen. Belangrijkste criteria blijven: op voorhand klaar te maken en scoren bij mijn lief. Dubbel plezier. Stevige soepen ook, want met mijn buikproblemen is soep de hemel op aarde: licht verteerbaar, op voorhand klaar te maken, te pimpen zodat iedereen het lust en ook wel dé manier om groentjes te verwerken die op moeten of die de kinderen zogezegd niet lusten.

* Herinneringen.
Ik kwam laatst wakker na een droom over mijn grootouders, waarin mijn petertje nog leefde en hoe echt het leek en hoe slecht ik was bij het wakkerworden, omdat dat nooit meer zal kunnen. Wat een chance van al die herinneringen: brieven, mails, foto’s en allemaal kleine dingen die dagelijks door mijn handen of door mijn hoofd passeren en waarbij ik denk ‘metje toch, wat mis ik je zoveel zoveel’. Rond onze tafel staan nu hun verandastoelen en het lijkt een beetje alsof ze mee met ons aan tafel schuiven.

huisstoelen

* Handwerk.
Zes maanden geleden beval mijn vriendin van haar dochtertje, en ik ben nog altijd bezig aan het geboortegeschenk. Straks heeft ze tandjes en ben ik nog altijd niet klaar. Het is zo’n gezellig geschenk geworden, en ik heb al een resem andere mensen nodig gehad om mij te helpen, maar het is zo schoon. Als ze het gekregen heeft dan deel ik het hier.

* Jubilee.
In het najaar bestaat Vertellementen al 8 jaar. 8 jaar maat, ik zat met een boreling aan mijn borst. Die ladie wil nu al alleen naar huis komen van school. Slik. Omdat ik het de vorige jaren nooit hebt gedaan wil ik het deze keer vieren. Ik moet nog een beetje nadenken over hoe en wat, en 8 jaar is een wat rare datum om te vieren, maar zoals mijn kritische dochter vaak opmerkt: ‘wie heeft gekozen dat 5, 10 en 15 belangrijker zijn dan 2, 7 en 9? Ze zet dan ook haar alarm om 7.13u, rebel van de brave soort.

* Vraag.
Welke lijstjes vinden jullie fijn?

Rocking girl

May 18th, 2015

Zaterdag in de vooravond vertrok ze met mijn fiets, met een mand vol kraamkost en een cadeautje.
Mijn broer en zijn vrouw zijn papa en mama geworden en zij ging voor het eerst haar neefje bewonderen.
Ze popelde. Ze fietste met haar kleinste zus ondertussen ook nog eens naar de Hema, om een cadeautje.
Ze had zelf boodschappen gedaan, daarna balletjes in tomatensaus, puree en een slaatje gemaakt, en ging dat afleveren.

Donderdag, vrijdag en zondag werkte ze. Van 11.30u tot 18.30u, 8 km met de fiets heen en ‘s avonds ook nog eens 8 kilometer terug.

De verhalen over haar job sijpelen binnen als ze ‘s avonds afgepeigerd thuiskomt.
‘Ik snap niet dat mensen zo onbeleefd kunnen zijn, mama’, briest ze, als ze het heeft over gasten in de cafetaria die zuchten en rologen als ze wat moeten wachten. Ze snapt niet dat mensen hun dienblad niet netjes wegzetten, en het leeggoed in de bak waar heel duidelijk ‘leeggoed hier’ staat opgeschreven. Ze staat stil bij het feit dat er mensen zijn bij wie afwassen hun werk is, en dat dat lastig is. In haar hoofd reorganiseert ze de keuken waar ze werkt, en met wat schuifwerk en wat silicone lost ze in haar hoofd keukenproblemen op. Ze vertelt glunderend over Freddy die er werkt, en giechelt als ze het over de frieten heeft. Ze rekent af, kuist op en zegt dat ze haar benen bijna niet meer voelt ‘s avonds.

Deze ochtend vertrok ze voor dag en dauw met haar loodzware valies naar school, een week weg op internaat. Nooit moet ik haar oproepen, nooit is ze een minuut te laat op weg naar de bus. Ze koopt zelf haar abonnement, regelt haar werk en ruimt zelf af en toe haar rommelkamer op.

Ik zag haar gisterenavond zitten, aan tafel en ik kon niet stoppen met kijken naar haar. Haar mooie haar, haar welvend lijf en haar stevige handen, die zoveel werk verzetten. Ze zegt ‘daddy’ tegen haar vader en knuffelt hem vaak zo hard dat ik vrees dat hij op een dag zal breken.

Ik ken geen enkel, maar dan ook geen enkel kind dat zo’n plantrekker is als die vijftienjarige van ons.

Heldin, waarlijks, heldin.

Ik heb mijn baby’s nooit erg veel gewassen. Al zeker niet in bad.

Toen ze vers geboren waren, dan was ik verschrikt dat die verrukkelijke babygeur weg zou zijn.
‘Weggespoeld door Zwitsal’, ik zag het doemscenario al voor mij.

Bij de eerste twee pakte de verpleegster mijn borelingen vakkundig uit mijn arm, en zei ‘Kom, we gaan je dat eens leren, hoe je baby’s moet wassen’.

Hun lijfjes werden ingezeept, hun -ocharme- haartjes gewassen. Hup, het water in, oogjes open, en dan opnieuw de koude wereld in, handdoekdroog gewreven en opnieuw in mijn armen gelegd. Ergens vond ik dat wel charmant, maar het leek mij een beetje overbodig. Dat teer, olie-achtig velleke, helemaal onder water en onderhevig aan geparfumeerde babyzepen.

Bij mijn derde kind was ik ouder en zekerder.

‘Van mij moet ze nog niet gewassen worden, hoor’, zei ik op dag 2 en ik haastte mij naar huis, veilig in mijn eigen cocon van mensen die ik graag zag en dingen waar ik wel veel over wist. Dat slapend mensje, dat ik nog maar een dag kende, was van mij en ik wou het deze keer echt zonder al die goedbedoelde raad en al die dingen-die-moeten-maar-waarvan-niemand-eigenlijk-nog-weet-waarom-buiten-voor-de-schoon-ogen-van-een-ander.

Ik had tijdens mijn zwangerschap veel gelezen over baby’s. Over hoe ze groeien, over hoe het er in de rest van de wereld aan toegaat en dat er overal kindjes groot worden. Dat het heus niet de Zwitsal is die ze grootbrengt, laat staan de Galenco. Ze moeten echt geen eigen vers geschilderde kamer hebben om welkom te zijn en doopsuikers en geboortekaartjes, allemaal wel, maar eigenlijk wou ik het liefst dat ik er op kon zetten wat ik wou, zonder weer die eeuwige visies van mensen die wel en niet tegen enveloppekes op kaartjes zijn. In mijn hoofd zou er staan ‘Onze dochter is geboren, we willen even rusten en zo weinig mogelijk mensen rondom ons. Daa-haag. We laten wel iets weten als we er zin in hebben, en als je dan toch komt, breng gerust wat eten mee.’

Bij mijn vierde kind was ik nog ouder en nog zekerder, maar dat cool geboortekaartje met mijn eigen goesting is er nooit gekomen. Wél dagenlang een heerlijke échte babygeur, met de kans voor haar velletje om de vernix langzaam te laten indringen in de huid, beschermd tegen het wilde leven dat haar wachtte. Uren op mijn schoot, aan mijn borst en tussen ons in bed. In mijn draagdoek, dicht bij mij en verslingerd wat huid, melk en donzen en kussens als we moe waren. Vermoeiende, intense tijden. Kleedjes recupereerde ik van de zussen, ik kocht amper nog wat, en kon zelfs dan elke dag iets nieuws aandoen als ik dat wou. Als ik dat niet wou, dan deed ze gezellig twee dagen hetzelfde aan, waste ik enkel haar poepje en haar nek en tjoolden we voor de rest van de dag samen zo door het leven.

Zij, zij had alles wat ze nodig had. Slaap, warmte, melk en een moeder die trillend verliefd in bed teveel slaap miste.
Haar lijf dicht bij mij, in het holst van de nacht, dat zijn de fundamenten van wie zij is en hoe verliefd ik op haar geworden ben. Héél dicht bij elkaar leer je elkaar het beste kennen. Dicht bij uw mama, beter kun je het toch niet hebben als je begod enkele dagen of weken op de wereld bent?

Mijn twee vriendinnen met hun babydochtertjes zitten nog in dat begin.

Ik kijk er soms met heimwee op terug, als ik hun goede moederzorgen zie. Hun bezorgdheden, dat moedergevoel dat groeit, hun leven dat veranderd is en de gewenning daaraan die zijn plaats zoekt. Hun vermoeidheid, oh die vreselijke moederlijke vermoeidheid die bij elke mama en bij elk kind anders is, omdat elke mens nu eenmaal anders in elkaar zit, en het is de situatie waar je zelf in zit die voor jou de enige nodige is. Die zou ik soms willen wegnemen, maar ja, ook dat maakt deel uit van dat magische proces.

‘Vuistje’, denk ik dan stil. Vol bewondering kijk ik hoe ze dat doen, met hun wondertjes, zoals alleen zij dat kunnen, omringd door goedbedoelde raad en tips over hoe het zou moeten. Ik vond dat bij mijn eerstelingen moordend, al die vergelijkingen en al die tips waar ik hoegenaamd niets aan had. ‘Oh maar je moet ze elke dag wassen hoor’, jaja.

Ik probeer dat niet meer te doen. Ik kijk naar hen, en ik vind écht, maar dan ook écht, dat zij dat perfect doen. Vanuit hun buik, met gans hun hart en vooral vol van liefde. Ik ben nu al vier keer bevallen, en mijn god, wat zou ik bij een nieuw kindje opnieuw veel van hen kunnen leren.

Zou dat nu eens geen fijn geschenk zijn, voor verse moedertjes? Een vuistje, een schaal lasagne en een blik die zegt dat ze verdorie goed bezig zijn. Ook zonder dat bad met Zwitsal. Kunnen we dat, het wijze geslacht, niet eens afspreken, zo onder elkaar? Dat we elkaar wat laten doen, en dat het allemaal wel goedkomt, ook als het wat anders is dan bij onszelf?

Mijn ‘vuistje’ hebben ze. Mijn bewondering ook.

Nu nog de lasagne.

Fort²

April 16th, 2015

Sarah schreef dit:

‘Ik vind uw blog ook een beetje een fort om in te schuilen. Maar wel geen met dikke muren maar juist een met veel raampjes naar de wereld. En zoals ge uw huis met uw kinderen deelt, zo deelt ge uw inzichten en gedachten en gevoelens met ons, en rusten we samen een beetje uit van het dagelijkse leven. Fijn jong, ik lees hier zo graag.’

Jullie allen zijn ook een beetje mijn fort, met al jullie lieve woorden en mailtjes en commentaren die mijn hart altijd een beetje warmer maken.

Thanks lezers, I owe you big time voor uw komst.

Fort

April 11th, 2015

Mijn huis is mijn burcht.

Al weken breng ik meer tijd door in huis dan anders.

Het is een oude liefde, die tussen dingen, mijn huis en mezelf. Oude foto’s, boeken, de lamp van mijn grootmoedertje, de foto van mijn metje en mezelf toen ik een half jaar was. Navelstrengstukjes van de kindjes op sterk water. Echo’s van mijn baby’s en de broek van mijn lief van toen we elkaar net kenden. Veel slapen en een klein beetje proberen te koken. Papier, kranten en ook een beetje veel pijn en last. Ach, een mens sterft niet van wat pijn en wat moeheid maar toch. Maar toch.

Ik deelde zonet mijn huis meer dan 2 dagen met alleen mijn jongste puppie. Ze dribbelde als een soort kattejong achter me aan, zelfs toen ik op het toilet zat.

In mijn hoofd zou ik mijn burcht even willen sluiten, ‘gesloten voor veel publiek’.

Dit oude huis met veel werk en veel mankementen is een plek waar alles meestal goed is.
Een fort van niet te uitgesproken meningen, met werkelijke, oprechte verdraagzaamheid voor elkaar en veel liefde die hier achter het papier en onder de kussens zit verborgen.
Een cadeautje tegen de buitenwereld, waar mensen vaak zoveel weten en vinden dat ik er soms erg moe van word.

‘Ik leef graag bij jou, mama, en ook graag in ons huis waar papa alles zelf mooi maakt voor ons’, zei ze in bed, deze morgen, toen ze haar arm uitstrekte en teken deed dat ik in het kommetje van haar arm mocht gaan liggen. Haar arm, vertelde ze later, deed ze net als papa, omdat hij er niet is, en ze hem wil nadoen.

‘Ik ben blij, en ik ook bij jou’, antwoordde ik veel later, waardoor ze al vergeten was wat ze zelf had gezegd en ik er haar even aan moest herinneren.

Wat is het een eer dat mijn huis niet alleen voor mij een fort is, ook.
Want thuiskomen en graag thuis zijn -zonder te moeten vluchten- is bij ons vijf één van de belangrijkste dingen van het leven.