verdragen

July 17th, 2016

er was een keer iemand die me zeer erg dierbaar is die zei, op een moment dat ik echt nodig had:
‘soms moet je gewoon verdragen’.

ik heb er al veel over nagedacht, en het is mijn mantra als ik het nodig heb.

ik heb hartenzeer. vriendschapshartenzeer.

alhoewel ik vannacht mijn lekker lief veel te lang kuste en hij in mijn billen kneep zoals ik dat graag heb, deed het zeer.

het is hier meestal gezellig, op vertellementen, maar in de grote wereld is het soms pijnlijker en verdrietiger en oneerlijker dan ik wil.

verdragen, zei ze, soms moet je gewoon verdragen.

vergeten

July 11th, 2016

het was zondag en ik was al weken aan het zeuren om naar oostende te gaan.

ik kan maanden zonder de zee, maar plots moet ik er heen, voor de lucht en de mensen en omdat ik heel erg van oostende hou.
gisteren hadden we werkelijk niks te doen dus werd het zeetijd, ondanks de combinatie juli+zon+veelmensenaandezee.
het moest.

we hebben altijd heel veel hetzelfde als we naar oostende gaan: naar de schone vissersportretten zwaaien, het veer nemen, de zee begroeten, garnalen eten en rodenbach drinken en zeggen dat, als we oud zijn, we wel in oostende zouden willen wonen.
het is ook altijd veel tijd om te zitten en niets anders kunnen doen, heilzaam voor mijn hoofd.

ik las kranten, wel twee. ik las in maanden weer eens in de Morgen en genoot van het Magazine en de heerlijke interviews.
een mens zou het vergeten, tussen al het gemoet en het gewerk en het gekinder, dat er ook dagen bestaan waarin je ongegeneerd twee uur aan een stuk gewoon kunt zitten en lezen en af en toe eens denken ‘oh ja, dit was ik vergeten’.

gisteren was zo’n dag. met wijze woorden van wijze mensen in de krant en als toetje een heerlijk interview over de Franse dorpen tijdens het EK, op Radio 1.

ik peis dat mijn zomer officieel is begonnen.
een zomer met boeken, mensen, zon, goei eten, een tent, mijn gebroed, mijn lief en ons verrukkelijk hutje in de BresseBourgogne – het fijnste plekje waar ik ooit op reis ging.
bijnabijnabijna.

13662334_1109455969129558_1519531686138565878_o

mijn indianenkind

June 26th, 2016

mijn middelste dochter glunderde toen ze hoorde dat ik een badge heb voor het werk, en dat die badge de deur kan openen door gewoon mijn handtas tegen de scanner te houden.

‘wow’, zei ze zuchtend én blij, want ze dacht ‘dat dat echt niet kon in het echte leven’.

haar glimlach deed zoveel deugd.

ze is moe. moe van het altijd maar door moeten doen en een moeder te hebben die veel te vaak zegt dat ze moet voortdoen, niet zo snel mag wenen en een beetje dapperder moet zijn.
ze is moe van allemaal gesprekken door elkaar van mensen die ze kent en niet kent en die woorden en zinnen gebruiken die ze op twee manieren kan interpreteren en die ze gegarandeerd verkeerd inschat.
ze is moe van school, rekenen, huiswerk, fietsen en rokken en broeken te moeten aandoen die bijna tot aan haar knieën komen, want ze draagt het liefst ofwel lange broeken, ofwel minishortjes. die minishortjes wil ze nu niet meer kopen in de winkel, want op school mogen die niet en voor 2 maanden per jaar koopt ze geen broeken hoor.
ze is moe omdat ze niet kan slapen ‘s avonds, gevoelig voor geluid en voor moeheid die niet altijd naar slaap leidt maar naar denken denken denken.
ze is moe omdat haar sloeberzus van 6 zo gemakkelijk over grenzen loopt, met haar voortand uit en haar schmoetzig -glunderend van kattekwaad -smoeltje. dat kleintje, met haar grote mond, haar durf en haar plantrekkerij. die vlegel, die zomaar met haar vuile voeten tegen de muren aanleunt, iets dat niet mag en iets dat mijn middelkind nooit zou doen. net als stiekem Smarties eten vanuit de binnenzak van je jeansjas. in de ochtend.

‘we zijn er bijna, mama’, besloot ze, tijdens één van mijn dierbare ochtendwandelingen met haar, waarin de rush een beetje gaat liggen omdat tijd en haast plots geen rol meer spelen.

ze zegt we, want ze houdt soms net niet en soms te veel rekening met andere mensen, zeker met die die dicht bij haar staan.

het leven is veel meer strijd voor haar dan voor mijn ander gebroed, of toch een stuk intenser en vermoeiender.

maar straks is het vakantie.

dan mag ze haar hart ophalen bij Cica, gaan zingen, lang slapen, uren lezen en tv kijken. granen en yoghurt eten op bed en strips halen naar de bibliotheek. dan mag ze met haar grote vriendin naar de tentoonstelling van Harry Potter en kijken we samen de hele reeks uit. mag ze in mijn armen hangen en daar blijven hangen, ook na bedtijd. ze zal met de kaarten spelen, bij de buren gaan bellen, verlangen naar onze reis naar de watervallen en hopen dat zij en ik minstens een ganse dag samen zullen lezen in onze hut op bed.

dan zal ze uren vertellen over haar dromen, veel meer lachen dan de andere tien maanden van het jaar, en af en toe eens de zaken op zijn beloop kunnen laten zonder dat ze er zelf erg in heeft. ze zal rustiger worden, minder gauw verdrietig en voldaner dan ooit.

dat is een systeem dat zich herhaalt, al minstens drie jaar lang.

misschien is ‘we’ wel op zijn plaats, want ik sta aan haar zijlijn en ik verlang, al was het maar voor haar alleen, bijna evenveel tot al die fijne dingen beginnen.

bijna bijna bijna.

niets niets³

June 11th, 2016

juni is altijd de maand met teveel dingen om te doen, teveel werk, te weinig verlof, kinderen die moe zijn, ouders zonder geduld en reikhalzend kijken naar de zomer die deze keer gelijk maar niet komt.

lastig, maat, vind ik juni en tegelijkertijd zinderend van verlangen naar tijd om thuis te zijn, bij mijn absolute lievelingsmensen.

ik zou in mijn verlof niets willen doen: de dagen gewoon pakken zoals ze zijn en verder niets, buiten wat absolute stilte.

oh wat zou ik sterven moest ik mijn verlof propvollen. crossen van hier naar ginder en lijstjes met dingen waarvan ik denk dat ik die moet gedaan hebben.

mijn lijstje is leeg, wit en leeg en rustig.

het is één van mijn basisbehoeftes: niets te doen hebben, en ik kus mijn pollen dat ik een wederhelft heb die dat begrijpt, ondersteunt en zelf ook een beetje zo in elkaar zit. halleluja, wat een match. het is niet onmiddellijk het eerste wat je op tafel gooit als je zit te kussen met vlinders in je buik, dus ik heb geluk, pokkeveel geluk. er zijn duizend dingen aan mijn lief die van mij een chansaard maken, donderdduizend dingen zelfs. maar zijn rustige zelf is mijn heling.

stel dat ik een lief zou hebben dat heelder dagen actief wilt zijn en van het een naar het ander gaat, ik zou het niet kunnen, vrees ik. ik zou hem zoenen en zeggen dat het ok is, dat het fijn was, maar dat ik niets wil doen.

op een zware zaterdagochtend (met dampende zwemles in een te warm zwembad) kom ik tot het besef dat het zo erg goed is. die rust, dat begrip, die knipogen die van zo ver komen dat ik hem helemaal begrijp. terwijl hij plaastert knijp ik in zijn billen en kus ik zijn nek die stoffig smaakt. ik kook voor hem vanuit heel mijn hart en hij maakt ons huisje altijd maar mooier en schoner dan ik ooit had durven dromen.

nu nog verlof, een wit blad en een beetje watervallen om naar op zoek te gaan.

almost there, almost.

Enkele weken geleden hadden we een feestje voor onze kleinste.
Iedere dochter krijgt een feest, en ik moest mezelf in de arm knijpen, dat mijn kleinste nakomeling ook al zes is en meer.

We logeerden in Wijtschate, op een boerderij bij een echte boer.
Clarisse droomt van boeren en van dieren, en omdat ik liever met een boekje en een koffie in een zetel zit, dacht ik: ideaal, ik op mijn gat en zij tjooln op het erf terwijl mijn lief een keer rondtoert op zijn gemak.
Win-win-win.
Vuile kleren in de auto, en een uur later stonden wij in een godverlaten boerendreef in het immer mooie Heuvelland.
‘Heuvelland is mijn favoriete land’, brulde ons feestvarken, dat pas zondag ging vieren en op vrijdag al volledig in de stemming was.

Ik las natuurlijk niet, ik babbelde met de boerin en met mijn vriendinnen die daar dicht bij wonen en dus voor een keer gewoon een bezoekje konden brengen aan mij, op de boerderij.

Oh, het is niet dat ik het vergeten was, dat ik een zware voorliefde heb voor boeren, het is gewoon dat ik ze zo weinig zie, waardoor die liefde en die bewondering wat op de achtergrond geraakt.

Tot ik een hond op een erf zie lopen.
Tot ik een oude boerin hoor zeggen dat ze nog een vrouw zoeken voor de boer.
Tot ik de boer in zijn overall zie gaan, met een vaste stap, eeuwig op weg naar beesten en grond en land en traktors.

Wat een bijzonder bestaan, het boerenleven. Een geïsoleerd leven, overgeleverd aan de natuur, de aarde, het land en jezelf. Geknelt tussen torenhoge leningen en veel te zware subsidiëringsprojecten uit het verleden. Met grijze Mercedessen en kwaadheid tegen de Groenen. Met prijzen om van te bleiten, waardoor ze altijd meer en meer geklemd zitten tussen hoe het echt zou moeten zijn en hoe het het is. Met gigantische druk van de voedselindustrie en een zware lobby van pesticiden. Dan nog de mensen, die de boeren een beetje vergeten waren, want ze halen groenten en vlees uit de supermarkt, het liefst aan dumpprijzen, met nog weinig voeling met de koeien, de varkens, de groensels, de melk en de boter die ze kopen.
€ 0,79/ voor een liter melk, een mens kan toch niet sukkelen.

Ik zag hem staan, onze boer, toen ik ‘s avonds de gordijnen dichttrok.
Boeren kunnen de lucht lezen.
Boeren kunnen weken geïsoleerd leven, weg van de wereld, tussen de keukentafel en de stal, vloekend of hopend op de regen.
Boeren brengen ons wat het meest nodig is om te kunnen overleven: voedsel.
Voedsel dat wij soms een beetje stiefmoederlijk behandelen, alsof het enkel in de niche van ons leven bestaat, terwijl het eigenlijk om onze fundamenten gaat. We kunnen foeteren over pesticiden en insecticiden. Bij elk nieuw onderzoek dat aantoont dat we veel te veel bucht binnenkrijgen en dat dat kankers veroorzaakt, zeggen we dat een mens tegenwoordig niks meer kan eten, en dat het niet is omdat je groenten eet dat je gezonder bent. De voedselindustrie knelt de boeren vast, en wij zijn boos op de boeren en gaan lekker verder gezellig naar Delhaize of de Colruyt.
Natuurlijk denkt niet iedereen is en het is ontzettend kort door de bocht, maar het is wel, in grote lijnen, hoe de relatie er tussen boeren, industrie en burgers uitziet.

De grootste expertise ligt bij de boeren, en we zouden met zijn allen in een kring rondom hen moeten gaan staan, met de belofte dat we samen zullen werken. Dat zij uit die knelgreep kunnen ontsnappen, en dat wij met respect voor hun producten een eerlijke prijs zullen geven. Zij zouden dan misschien wat op hun plooi kunnen komen, en bezig zijn met wat boeren bezig moeten zijn: met zorgen voor de beesten en de groensels die we nodig hebben. Met dialoog met gemeentes, en zoektochten naar betere gewassen zonder al die vuiligheid die gesproeid wordt. Met hulp en debat, zodat hun leven draaglijk wordt, en wij begrip hebben in plaats van als dooddoener te zeggen dat ‘de boeren in de jaren zestig toch wel veel geld hebben verdiend hoor, en dat ze toen wel niet klaagden’. Boeren die willen luisteren naar ‘de groenen’, zodat ze samen kunnen werken, in plaats van kwaad te zijn op elkaar, want ze verschillen minder van elkaar dan ze zelf denken. Boerinnen die niet weglopen van de boerenstiel en koppels die af en toe eens kunnen ontsnappen aan hun boerenleven, om het allemaal niet te geïsoleerd te houden.

Krachtboer is een festival, zondag, in Dranouter, dat dit debat opent.
Het is een blik op de hoopvolheid van de landbouw, met landbouwers die durven nadenken en wars van alles hun eigen koers varen.
Het is een begin.
Elk signaal dat de boeren speekselmedailles geeft en deuren opent voor debat, is een begin.

over de vluchtelingen

April 27th, 2016

Ik was vorige week mijn huissleutel vergeten, dacht ik.
Ik stond zeker al tien minuten te trappelen aan mijn voordeur, toen ik ontdekte dat mijn sleutel toch boven in mijn rugzak zat.
Wat een gelukzalig gevoel toen ik toch binnen kon. Ik keek een keer rond en zag plots niet meer hoeveel werk ons huis nog vraagt, maar vooral hoe graag ik hier ben. Ik keek naar onze plantjes, en de tweedehands zetel, de boeken en de grote tafel waaraan iedereen welkom is. Het is niet veel, maar genoeg om ontzettend blij te zijn met wat ik heb.

Mijn lief stond hier in onze kleine living en zei: ‘Ik ben blij om thuis te komen, echt, ik ben graag thuis.’

Een van onze dochters kust soms de voordeur als ze thuiskomt, en een andere dochter vertrouwde me toe: ‘ik lig graag in mijn bedje, met mijn knuffels en mijn deken en mijn lampje.’

Hier, op die paar vierkante meters waar wij met vijf leven, liggen de fundamenten van onze opvoeding, van wie we zijn, van hoe we naar de wereld kijken. Hier wordt gepraat, nagedacht, muziek geluisterd, samen gegeten, gediscussieerd, gedanst, gedronken, gekust, gekept en getroost.

Maar werkelijk, hoe moet het zijn om alles wat je hebt achter te laten, soms zelfs een deel van je gezin. Hoe moet het voelen om enkel je gebroed mee te nemen, op een eeuwige vlucht, niet wetend waar je terechtkomt en hoe het daar zal zijn?
We praten erover, met onze achterban, hier aan tafel. Niet altijd en niet in horrortermen, maar wel vanuit het besef dat wij zoveel luxe hebben, en zo weinig zorgen. Geen koude, geen honger en geen ziekte. Hoe sterk je ook wordt als je je eigen plek hebt, een fort om tot jezelf te komen.

Caritas International.be is op zoek naar huizen voor vluchtelingen. Vluchtelingen die erkend worden als vluchteling moeten binnen de 2 maand de opvangstructuren (die als tijdelijke structuur dienen) verlaten.

Zonder een huis en een adres ben je niks in ons land. Niks en niemand. Nabil en Fadia vluchtten uit Homs in 2012, en hebben nu een huis in Beauraing, een kleine stad in Namen. Je kunt via de link hun verhaal lezen.

Lang leve mensen die hun huizen willen verhuren aan vluchtelingen. Een huis huren is namelijk niet evident: vorig jaar hielp ik iemand die tijdelijk op zoek was naar een huis, voor haar en voor haar twee kinderen: je wilt niet weten welke criteria eigenaars toepassen voor ze een huis verhuren. Je wilt het echt niet weten: de vrouw waar ik het over heb spreekt Nederlands, werkt en kan loonfiches voorleggen, en toch werd zij niet gekozen als huurder. Of het verhaal van een kennis, die een woning zocht voor een Franstalige artiest, maar als antwoord kreeg dat ze liever Nederlandstalige huurders had.

Wat dan als je de taal niet machtig bent, geen inkomen hebt, uit oorlog komt en niemand rond je heen hebt die kan helpen?
Ik hoorde deze week op de radio hoe hulporganisaties pleiten voor een structurele aanpak van sociale huisvesting. Niet alleen voor vluchtelingen, maar voor alle mensen die om één of andere reden geen plek krijgen op de reguliere huizenmarkt.
Hoe kunnen wij vluchtelingen erkennen als vluchteling, en ze nadien gewoon laten dolen in ons land, zonder structurele houvast?

Caritas is op zoek naar huiseigenaren die wél een huis willen verhuren aan mensen die het zo hard nodig hebben. Mensen die misschien leegstand betalen omdat er toch niemand in hun huurhuis woont. Mensen die een huis hebben dat leegstaat en niet onmiddellijk van plan zijn het voor iemand anders te gebruiken. Mensen die wél aan eerlijke prijzen willen verhuren en geen torenhoge waarborgen vragen. Mensen die waarborg die eventueel via het OCMW wordt geregeld, niet erg vinden.
Ze leggen dit heel duidelijk uit op hun website. Caritas International.be helpt: zij zoeken naar een match tussen de woning en de gezinnen, en blijft ook later een contact- en informatiepunt.

Ik deel met zoveel plezier hun dringende vraag naar huizen, vanuit het diepst van mijn hart.

Omdat ik zelf getjoold heb vroeger, omdat ik een moeder van drie kinderen ben, omdat mensen uit oorlog komen en onderweg al zoveel meemaakten dat ze nood hebben aan rust, aan een thuis, aan een plek om te bekomen. Aan een adres zodat de kindjes naar school kunnen en zij onze taal kunnen leren, zodat ze barrières kunnen overwinnen en opnieuw thuis kunnen komen.

Als één iemand van jullie zich geroepen voelt, twijfel dan niet deze keer.
Op hun website vind je alle informatie, die zeer helder wordt geformuleerd.

Als we via deze weg ook maar één woning vinden, dan is een deel van hun missie geslaagd.
Maar ze hebben heel veel huizen nodig, heel veel plekken voor mensen om thuis te kunnen komen.

Ganzerik

March 9th, 2016

Het is een buurt die me vreemd is, de Rooigem en al wat erachter ligt. Ik kom er enkel om mijn dochters te leren zwemmen.

Op een zaterdagmiddag had ik om 12u afgesproken in de Ganzerik, en mijn dochter en ik wandelden van het zwembad met onze ogen toe naar daar. We waren te vroeg want de lieve meneer die alles in orde aan het brengen was binnen, zei dat het nog 12 minuten duurde voor ze opengingen. Ideaal voor een kleine wandeling in de buurt en het besef dat alles dicht bij elkaar ligt, in mijn lievelingsstad, en dat ik op zaterdag meer met mijn kinders naar de Bourgoyen moet.

Om 12 uur riep hij ons binnen ‘kom maar hoor’ en we waren de eerste klanten, dus we konden volop tafeltje kiezen en kijken naar hoe mooi het er is.
Binnen de minuut wist ik wat er op de kaart stond (weinig keuze, heerlijk heerlijk) en kreeg mijn dochter spontaan twee kleur- en tekenboeken. Tekenboeken en mijn kleinste dochter zijn een geweldige combinatie, de max om op die manier mijn zaterdagmiddagen door te brengen.
Mijn zus kwam binnen, we bestelden quiche en toast champignon. Simonne kreeg roze limonade: zo lekker zeg, wat zurig prikkelend. Een verademing in vergelijking met de flauwe vlierbloesemdrankjes die voor veel geld worden verkocht. We werden verwend met vers brood, reuzel (ah, dagen zonder vlees, we hebben gezondigd) en een heel attente meneer die zoveel oprechtheid uitstraalde dat mijn hart ervan piekte. Mor lekker zeg, zowel de toast als de quiche.

Het eten was heerlijk en ontzettend betaalbaar (ik dacht dat ik het misbegrepen had, € 10,00 per bord), en naast ons zat een geweldig oud koppel met wie we na het eten een lange gezellige babbel hadden. Ze woonden aan de overkant, en konden niet zwijgen over hoe heerlijk het was met een cafe als dit aan de overkant van de straat. ‘Madammeke, we herleven’.

Elke buurt zou zo’n plek moeten hebben. Zo’n café, restaurant voor iedereen, zeker voor de mensen uit de buurt, en oh, zeker ook voor kinderen. ‘Zo zalig, mama,’ zei mijn dochter toen we naar de bus stapten, nadien, ‘zo’n heerlijk café.’ Ik kon haar volgen, want ze was welkom geweest en as je ergens echt welkom bent, dan voel je dat, ook als je 6 bent.

Het is gemakkelijk om een concept te bedenken, schone lampen te kopen en een logo te laten ontwerpen waar iedereen nieuwsgierig naar is. Goede bieren, speciale koffies, ik ken veel plekken die een arsenaal in huis hebben. Maar soms is het moeilijk om in dat concept een ziel te steken, die echt is en oprecht en niet alleen uitvijzers aantrekt. Marmer is schoon he, maar veel warmte komt er niet uit.

Gent heeft er een warme plek bij. Mét pannekoeken, en open op zondag.

Ganzerik
Druifstraat 29
9000 Gent
(open van woensdag t.e.m. vrijdag van 17 u. tot 1 u, op zaterdag en zondag van 11 u. tot 1 u)

Evidenties

February 27th, 2016

Met nieuwjaar moest ze brieven schrijven. Nieuwjaarsbrieven.
Het aantal mocht ze zelf kiezen, maar ze gaat gauw in overdrive: voor jou en papa! voor oma! voor moedertje! voor tante! en hup ze is vertrokken.
Eén is ook goed hoor, zeg ik steeds, omdat ik weet dat bestemmelingen kiezen leuker is dan kramp in je vingers en inkt op je hand.
Ze doet het vol overgave, en in een meesterlijk net handschrift, nu al het derde jaar op een rij.

‘We mogen kiezen tussen 2 brieven’, zegt ze op een dag in de Kerstvakantie serieus, ‘maar eigenlijk vind ik dat gek, want in die brieven staan altijd dingen die ik niet meen, zoals ‘ik wil je zoenen’, en jullie weten dat ik niet van zoenen hou. Of wensen die ik geef die niet bij jullie passen omdat ik jullie ken en de juf niet. Raar dat ik niet zelf mag kiezen wat ik schrijf.’

Ze doet uiteindelijk altijd braaf wat van haar verwacht wordt, maar in haar hoofd klopt het niet helemaal.

Volgende week vertrekt ze op sportklas. Ze zullen een brief schrijven. Ze piekert een beetje, ‘want ja, als ik vragen stel en ik stuur die brief op, dan hebben jullie toch geen tijd om te antwoorden, dus hoe moet ik dat dan doen?’ Het zijn vragen die vaak verdampen in de drukte van het leven, de dingen de kinderen bezig houden. Ik heb tijd, omdat wij stappen naar school, en dat is hét moment waarop ze zulke dingen vraagt. We spreken af dat ze niet hoeft te schrijven, als ze dat niet wil, of dat ze gewoon maar dingen moet vertellen en niks moet vragen. Ze is gesust en zegt dat ze het zal proberen.

Zij gaat ervanuit dat, als mensen vragen stellen, er een antwoord volgt. Niet meer, niet minder, maar wel altijd.
Zij snapt niet dat je brieven schrijft waarin dingen staan die je niet meent, of niet eens wenst.

Ik kan duizend dingen opschrijven die zij niet snapt. Geen grote drama’s hoor, hier, maar wel af en toe hartverscheurend verdriet omdat ze dingen helemaal niet begrijpt, meestal dingen die ook helemaal niet te begrijpen zijn, maar die wij allemaal doen, gewoon omdat het al lang zo in elkaar zit op de wereld.

Ik heb nog zo’n exemplaar hier, diegene die naast me ligt als ik wakker word en op dit eigenste moment hierboven aan het verbouwen is. Hij die in crisissituaties altijd de slimste en de meest wijze is, en al mijn vragen kan beantwoorden, maar tegelijkertijd dagen kan zoeken naar het juiste profiel voor de hoek van de gordijnenbak. Ik ken zijn rimpels vanbuiten, de rimpels die ik zie als het teveel ineens is, of helemaal niet volgens de logica van hun beider hoofden. Voor mij is het meestal charmant, voor hen vaak heel erg onbegrijpelijk.

Maar wat leren ze mij veel.

veerkracht

February 22nd, 2016

‘Stel je voor dat we alles zouden hebben wat we willen, maar echt alles.’

Vaak leidt één zin tot heel veel gedachten, hier, en komen mijn ladies dagen later nog eens terug op iets wat we vroeger dachten, of zeiden.

‘Stel je dat eens voor zeg.’

We kwamen niet ver, want er waren weinig dingen die we wilden en niet hadden. We zochten verder. We zagen wel dingen die we voor andere mensen wensten, en af en toe iets kleins voor onszelf. Een kleine tuin, een wat groter huis, een zus zonder allergie en dus een hond. Maar die tuin hoeft dan plots weer niet persé, en dat huis ook niet (ik maak hier wel een nestje, keppe, zegt mijn lief dan) en de honden hebben de buurman en de buurvrouw en die nemen de ladies mee op wandeltochten.

‘Wij hebben eigenlijk alles wat we willen he, mama.’

Wat minder oorlog, en dieren die graag worden gezien, dat wensten we de wereld toe, en ook mensen die stoppen met kippen te behandelen alsof ze stom eten zijn en niks anders. We wensten alle kippen een leven zoals dat van de kippen van mijn nonkel, die honderd kippen heeft en geen enkel hok (of zoiets). Flanellendekens, zei de koukleun, en toen herpakte ze zich want ze had net flanellen dekens gekregen van mijn nicht.

‘Stel je voor dat we iets kwijt zouden zijn, dat we heel graag zien’, was de andere zin.

‘Een mens of een ding’, vroegen ze zich af, want dat was natuurlijk een verschil.
‘Bij een mens zouden we verdriet hebben, bij een ding ook, maar ander minder erg verdriet.’

‘Wat als je een koffer zou moeten vullen, zo groot als de tafel?’

Ze kwamen tot niet veel, en legden zich plat op tafel op te zien of ze er op pasten, zo samen, om mijn koffer te vullen.
Fiew. Ze pasten samen in mijn koffer, en met wat gepuzzel kon hun vader en grote zus er ook nog bij. Eerst vroegen ze nog wat boeken, maar écht belangrijk leken die niet meer, want verhalen in hoofden nemen geen plaats in en zijn ook heel goed. Eten gingen ze onderweg vinden en drinken aan de bronnen van rivieren.

Geen verdriet voor een auto (wat zou je willen), geen afhankelijkheid van een scherm (toch niet als je maar heel weinig mag hebben, dan hadden ze liever een koek), aan kleren dachten ze pas later (toen het in het echt ook kouder werd) en alle andere spullen kwamen ook niet aan de orde.

Wat een ongelooflijke veerkracht heeft een kind toch, dacht ik nadien, om zomaar het leven in gedachten te kunnen herleiden tot noodzaak, zonder tralala. Zelfs de kracht om niet afhankelijk te zijn van een auto, waarschijnlijk een van de sterkste krachten die een mens kan hebben. begrijp me niet verkeerd en voor de anoniemen hier weer nood hebben om kritisch te zijn: mijn ladies en ik zitten soms eens in een auto, maar oh boy wij gaan nooit denken dat een auto écht belangrijk is. nooit nooit nooit.

‘Bananen’ brulden ze, blij dat ze iets werkelijks hadden gevonden dat nog net in de holtes van hun oksels paste, toen ze op tafel lagen.
‘Dan hebben we tenminste eten als we honger hebben.’

Het was wrang, het besef dat pas later kwam, dat deze denkoefening, luxe van de bovenste plank, werkelijkheid is voor mensen zoals zij en ik.

dagen zonder vlees

February 14th, 2016

Ik denk niet zoveel na over de zin of de onzin van een actie als Dagen zonder vlees. Er staan mensen genoeg in rijen aan te schuiven om linken te delen, pro en contra’s te spuien en wellesnietes-spelletjes te spelen. Laat ze maar doen.

Het is wel zo dat mijn dochters kritisch zijn, en dat een van hen zelfs tv kijken aan de kant deze week, ‘om nog even gewoon te kunnen babbelen’. Echt gewoon was het niet, want onze tiener had vragen over ‘hoe stom je kunt zijn om IS te geloven’, en voor ik het wist waren we weg voor een half uur. Over hoe moeilijk het soms is, in het leven, en over hoe mensen niet altijd de keuzes hebben die wij voorgeschoteld krijgen op een plateau. Over hoe kinderen langs alle kanten worden gebrainwasht, en hoe zat het ook al weer met de wapens in Amerika. Over genadeloosheid van terreur en zinloosheid van geweld. De kracht van geld en macht en de kramp van hypocrisie. Ach, ze luisteren en fulmineerden en dachten na en na een tijd beseften we dat de wereld vreselijk gruwelijk is, en dat we af en toe eens mogen stilstaan bij alle evidenties die ons overspoelen.

‘Maar mama, zei mijn denker een dag later, hoe zit het eigenlijk met al dat vlees dat wij eten, en al die dieren die sterven daarvoor?’

Het is dat al die vragen vanuit het diepste van hun hoofd komen, en ik kan en ik wil daar niet omheen gaan. Ik weet ook dat mijn waarheden vaak die van hen worden, en dat is toch een balans die ik soms moeilijk vind, als ouder, die spiegel die je je kinderen voorhoudt. Ik hoor dan hoe de oudste dochter van leeftijdsgenoten giftige verhalen over vluchtelingen hoort, en hoe sommige jonge mensen korte bochten nemen in hun gedachten. De bril waar ik door kijk is misschien niet de enige, met alle respect, maar een kind krijgt toch het meest de bril van zijn ouders opgezet, niet?

Daarom doen twee dochters en ik echt veel mee met Dagen zonder vlees. De rest van mijn menage doet ook mee, maar zachter, en minder frequent dan de hummel, de puber en ik.

Ik zou willen dat ik dat dan half kan doen, en wat kan teren op veggieburgers met gekookte patatten en groensels, maar ik kan dat niet. Ik vervloek mezelf een beetje, want de tijd die ik nodig heb om wat orde te brengen in mijn huishouden verdampt helegans als ik droom over echt lekker vleesloos eten. En in plaats van in een opgeruimd huis een koffietje te drinken de zondagachternoen, sta ik vullingen te maken voor uien, kook ik bouillon waarin ik de uienrokken kan garen en later nog pompoensoep mee in elkaar kan flansen. Ik stoof ajuinen omdat ajuinen altijd lekker zijn en ik droom van weekavonden met geroosterde groenten, preikoekjes van Ottolenghi (wat een werk maar wat een heerlijkheid ook) en rijst met erwten en veel kruiden erdoor. We hadden al paneer met spinazie (helemaal zelf gemaakt, helemaal) en curry en Indische rijst en we doen misschien ook nog van falafel (oh! dan wil ik zelf groenten pickelen en fermenteren en paprika’s marineren en och daar gaat mijn huishouden) met hummus (die ik dan ook op de stuutjes kan smeren met wat groenten en een gekookt eitje erbij) en van de hummus kom ik bij de linzen en dan zie ik linzenpaté voor me, die ik ooit eens at en sedertdien niet meer wil eten op een ander omdat dat de lekkerste was en ik het recept kwijt ben.

Oh wat is de wereld spannend zonder vlees. Oh oh oh. Misschien wat rommeliger en met wat hemden met kreuken erin, maar oh wat zijn de vleesloze dagen spannend in mijn hoofd en in mijn keuken.

Ik hoop dat ik dit jaar mijn lief kan overtuigen om een ganse werkweek eens vleesloos te leven en als dat lukt en hij is niet gestorven dan gaan we dansen in de living.

Als jullie nog dingen weten die ik echt eens moet uitproberen, geef ze graag in de commentaren.
Mijn huishouden zal misschien eens vloeken, maar ik ben er content mee.