Kracht II

October 15th, 2014

Een van onze dochters heeft een zeer zware hondenliefde in haar lijfje.

Ze houdt van élke hond, of die nu venijnig, klein, oud, lelijk, mooi, lief, vals, kwijlend of aanhankelijk is.

Van elke hond.

Honden die mij schrik aanjagen (Rottweilers die kwijlend jankend piepen als we voorbij zijn huis passeren, valse bijters die toeslaan als je het niet verwacht) verdedigt zij. ‘Je moet hen gewoon gerust laten, mama. Zij kunnen daar zelf weinig aan doen, sommige honden hebben een slechte baas of een rotkarakter, maar dat wil niet zeggen dat je die hond niet graag kunt zien.’

Wij hebben geen plaats en geen tijd voor een hond.

Ze betreurt dat, en weent af en toe een beetje, ‘omdat ze zo erg graag een hond wil hebben voor altijd.’

‘Als we nu eens aan de buurvrouw met de honden, van twee huizen verder, vragen of ze af en toe eens mee mag met haar dagelijkse wandeling, wat denk je?’ vroeg mijn slim lief een half jaar geleden.

Ik kwam haar tegen, vroeg wat ze ervan vond, en tot onze grote vreugde zei ze ja.

Sindsdien belt ze regelmatig aan, met haar twee kleine hondjes, en in het lijstje van dingen-waar-ze-altijd-euforisch-op-reageert en zaken-die-nooit-vervelen staan deze uitstapjes met stip op één. Met veel stip. Net als bezoekjes aan haar huis, waar alles mooier, fijner en gezelliger is dan hier, want er is ook nog een grote hond, Mégane, waarover zij honderduit vertellen als ze thuiskomen. Over hoe ze een beetje jaloers is van de cavia, en hoe grappig zij dat vinden.

Ondertussen zijn de hondjes met de dametjes vertrouwd, en zijn ook Karlijn en ik aan elkaar gewend.
Heerlijke babbels aan onze tafel, onverwachte gesprekken aan de voordeur, afspraken om samen eens te gaan zwemmen.

Met sommige mensen gaat het van de eerste keer naar de fond van het leven, en tussen ons is dat elke keer zo.

Oh wat ben ik blij dat zij er is.

Kracht I

October 8th, 2014

In mijn straat woont een gezin: vader, moeder, dochter in de twintig. Hun huis lijkt altijd gesloten. Er is weinig beweging, en ik denk dat ik tot voor kort nog nooit de deur zag open staan.

Bij de verkiezingen leerden de dochter en ik elkaar kennen. We moesten beiden ‘zitten’, en toen zij haar adres zei, bleek dat we buren waren. We wandelden samen naar huis, ons gesprek was kort maar oh zo hartelijk.

‘Hoe gek’, bedacht ik,’dat er zo’n vriendelijke vrouw woont, krak aan de overkant van de straat, en dat ik haar nog nooit eerder zag.

Sinds de verkiezingen komen we elkaar soms eens tegen. We stoppen en we praten en het lijkt een beetje alsof we elkaar goed kennen. Het gaat weinig over koetjes en kalfjes, maar de korte gesprekken zijn altijd boeiend.

Een paar weken terug kocht mijn lief couscous, en het bleek iets fijners te zijn, een soort meel dat me geschikter leek om te bakken. Ik belde aan bij de overbuurvrouw, de andere (van wie de zoon af en toe eens Frans en rekenen kwam oefenen wat jaren geleden) en ze stuurde me door naar het huis van mijn verse kennis.
‘Die moeder weet alles van couscous, vraag haar maar’.

Ik belde aan bij het huis van de dochter die ik dus een beetje kende van de verkiezingen.

De oudere zus, die op bezoek was bij haar moeder, was een werkelijke spraakwaterval toen ze de deur opendeed. Ik legde uit van de verkiezingen, dat ik haar zus toen leerde kennen, en ze werd met de minuut hartelijker. De moeder kwam vanuit de keuken, en ik kreeg een pak couscous in ruil voor het meel dat ik in mijn handen had. En passant kreeg ik een recept: eerst bouillon maken, veel tijd nemen, en met je handen rollen, zeker met je handen rollen. Tussen de instructies door, die de oudste dochter in het Nederlands vertaalde van de vriendelijke moeder, kreeg ik te horen waar ze woonde, werkte en hoeveel kinderen ze had.

Sindsdien zwaait de oudste zus naar mij, praat ik langer met de jongste zus en vroeg de moeder wat ik vond van de couscous.

Zondag en maandag aten wij ervan. Hij was fijn, zoals ik hem graag had, en van de lekkerste soort die ik ooit at. Tijdens het eten dacht ik aan de buurvrouwen: de jongste zus, de moeder en de oudste zus.

Verbondenheid zit niet in opgelegde verdraagzaamheid maar in oprechte interesse.

(Deze week elke dag een stukje over hoe ik hier in Ledeberg zonder bril heb leren kijken, en hoeveel godsgeschenken ik daardoor in de plaats kreeg. In mijn eigen buurt, in mijn eigen straat, bij mijn kindertjes die bijna geboren zijn zonder bril op hun hoofd)

Onverwacht

October 8th, 2014

Ik zou de eerste thuis zijn ‘s avonds.

Boodschappen doen en alvast koken zodat we vroeg konden eten en zo verder, je kent dat wel.

Sleutel vergeten.

Gelukkig, oh gelukkig had ik een boek in mijn handtas.

25 minuten heb ik gelezen, op mijn gat op de zulle.

Een mens zou zijn sleutel meer moeten vergeten.

de Factoren

October 4th, 2014

Mensen worden ziek.

Soms erg, soms banaal, soms van voorbijgaande aard en soms voor altijd.

Ik ben zelf een beetje ziek aan mijn buik en het is chronisch, maar het is onder controle, godzijdank na al dat gesukkel.
Toen ik op de tafel bij de specialist lag, en hij zo een beetje tokkelde op mijn buik, had hij het over factoren.

‘Factoren?’, vroeg ik, half in zwijm want het deed nog steeds een beetje pijn, dat tokkelen, en bovendien heb ik een schone specialist. Een mens mag chance hebben als hij ziek is vind ik. Het feit dat hij, bij mijn darmonderzoek en passant de naam van de neef van mijn moeder vermeldde als vriend, was minder. Een mens ligt niet voor zijn plezier met zijn gat omhoog bij de vriend van iemand uit de familie. Maar ook die schaamte overwint een mens.

‘Ja, factoren’, zei hij met zijn rustige, aardige stem, die mij altijd geruststelt als ik wat paniekerig ben.
‘Factoren die je niet kunt kiezen, en factoren waar je wel de baas over bent. Jouw kinderen zijn er, en die kun je niet kiezen. Net zoals je huis, de verbouwingen en andere zaken waar een mens moeilijk onderuit kan. Werk, vrije tijd en uw sociaal leven, daar ben je wel de baas over.’

Het was een beetje kort door de bocht, hé, dat je over werk de baas bent, maar ik snapte wat hij bedoelde. Het gaat minder over keuzes dan over prioriteiten, dacht ik. Mensen bij wie ik het liefste ben.

Mijn vrije tijd, daar ben ik de meeste baas over.
Dacht ik een jaar geleden echt wel.
Tot ik op een avond doodmoe op bed viel en zei dat ik geen zin meer had om weg te gaan, verplichte nummertjes te spelen en afspraken te maken voor de goede vrede.

‘Je kunt niet alles willen’, zei mijn lief, die alles altijd veel meer onder controle heeft dan ikzelf, en hij viel sebiet in slaap. Ik niet, ik lag wakker en alhoewel ik geen serieuze piekeraar ben denk ik, piekerde ik de ganse nacht.

Ik denk dat ik sindsdien wél een beetje de baas ben over mijn vrije tijd, of toch, mijn vrije tijd geeft mij althans die indruk.
Vrije weekends, lang ontbijten en kranten lezen, avonden vol rust en tielijk in bed. Geen of toch weinig feestjes en meer dan eens zeggen ‘ik heb geen zin, ik ga niet mee’.

Ik kreeg er fenomenaal veel tijd, rust en anders voor terug. Gaan zwemmen, veel lezen en vooral: heel erg veel niks doen. Tijd om alles op het gemak te doen en ow hell, ‘s morgens tijd om eerst op mijn gemak wakker te worden voor mijn kroost naar beneden komt. Mijn onrustig trippelend hoofd, dat weinig rust kent, houdt het meest van mij als ik zo leef. Het doet zijn hoed af voor mij, zegt het, en ik hou ervan als mijn hoofd zulke dingen tegen mij zegt.

Ik denk daar vaak aan, aan de wijsheden van mijn integere professor, die naast dokter ook vader is. Hij neemt zijn telefoon dan op als ik aan zijn bureau zit, lacht met de vragen van zijn dochter en zegt ‘dat was mijn dochter die mij dringend nodig had’ en dan lacht hij zoals alleen een vader kan lachen als zijn dochter belt.

Jij hebt factoren, denk ik dan, jij ook.

De Kiem

October 2nd, 2014

Er is niks dat ze boeiender vinden dan praten over de wereld.

Een beetje over bergen, water, honger, oorlog, Afrikaanse pracht en luchtvervuiling. Alles door elkaar, niet te dreigend en vooral zorgen dat het boeiend blijft. Fietsend of stappend analyseren ze de wereld. Vanavond zuchtte Clarisse, toen we de sliert automobilisten zagen in de verte: ‘fietsen dat is vrijheid’.

Nadenken over hoe het anders kan vinden ze het fijnst.

Ze denken hardop na over hoe we minder plastiek in onze vuilnisbak krijgen en waarom we beter groenten kopen op de markt dan in de supermarkt. Hoe we in de restwarmte van de oven onze puree nog lekker kunnen opwarmen. Samen met mij kijken ze naar filmpjes op Mij pak je niet in en hun verwondering bij al dat slims is wonderbaarlijk. Met hun vingertjes in de lucht hertekenen ze de stad, duwen ze auto’s weg en leggen lange lange parken aan, dwars doorheen Gent. Ze bedenken slimme manieren op een zwembad proper te houden en sakkeren op papier en plastiek op straat, dat ze dapper zelf in vuilnisbakken duwen. Ze organiseren dokterspraktijken dicht bij de bibliotheek, zodat je een boekje kunt lezen terwijl je wacht. De kleinste verzint een koffiekan op het bureau van de dokter, en een vaas voor alle bloemen die artsen verdienen. Ze stelt haar grote zus aan als bakker en als kok, dicht bij de kerk, de school en het rusthuis, zodat iedereen op tijd lekker eten krijgt. In hun hoofdjes picknicken ze elke middag op het Sint-Pietersplein en ze vragen zich verwonderd af waarom juf geen les kan geven op de bus, terwijl ze ergens gezellig naartoe gaan. De speelplaats verbouwen ze in het weekend tot gigantische tuin (zoveel lege plaats, élk weekend, mama) en van hun turnzaal maken ze een gratis cinema voor alle kinderen die van filmen houden. Ze kiezen Ronja Roversdochter als première en toveren popcorn uit hun mouw, recht vanop het maïsveld. Ze kamperen in het Zuidpark, laten alle asielhonden vrij en vinden dat de beiaard altijd grappige liedjes spelen moet.

Als ze dan uitgeteld liggen te ronken tussen een bende knuffels, nadat ze -weeral- ark van Noach speelden op bed, dan denk ik: ‘de kiem van verandering en het toonbeeld van hoop ligt daar’.

En dan hoop ik altijd stiekem een beetje dat het onderwijs de kracht heeft om dat verder te ondersteunen, om dat toe te juichen en om schouderklopjes te geven van jewelste.

Lijst met lekkers zonder vlees

October 1st, 2014

Ik eet niet zoveel vlees, en ook niet meer zo graag als vroeger.

Favoriete vegetarische kost die hier op tafel komt, in een lijstje.

* eitjes met vanalles. het allerliefst met geroosterde pastinaak, puree en veel verse kruiden. zoals deze middag, scoren bij de kindertjes ook, zeker als je een blik bonen in tomatensaus als extra op tafel zet.
* kruimeldeeg met vanalles. traag gebakken ui, kaas en geroosterde bloemkool. of met gebakken prei en geitenkaas. ik ben de enige in huis die graag quiche eet, dus ik deel dat met mijn nichtje (die ook als enige thuis graag quiche eet) en vervolgens sleur ik een paar dagen na elkaar wat quiche mee als middageten naar het werk: wat sla, wat nootjes, wat komkommer en paprika, samen met een stukje quiche. Aan de kant, vuile belegde broodjes!
* pasta met vanalles. vorige week orzo met geroosterde tomaten, venkel en courgette. Een recept van mevrouw Jonge Sla, uit het Moestuinboek van Mme Zsazsa. Volgens de bibliotheekmadame van Ledeberg Mme Zaza, vandaar dat het boek in de onlinecatalogus niet te vinden is, maar ik het wel zag liggen. Ik eet de pasta zo, zonder meer, maar met wat mozzarella is die ook erg lekker, zeker als je die wat laat smelten, njam.
Ook graag met verse gemixte tomatensaus, pijnboompitten en mozzarella. Ik doe stiekem altijd wat room in die saus terwijl ik denk: ‘ach, een mens moet wat vet eten ook’.
* rijst. Rijst met cashewnoten, smeuïge ajuin en veel kruiden die ik toevallig staan heb. Ik bak daar wat tofu bij, maar daar moet je natuurlijk aan zijn.
* soep, soep, soep. Mantra: minstens 3 potten in mijn diepvries, samen met wat kaas, gebakken oud brood en van die ranzige soepballetjes uit de supermarkt. Minestrone met pesto als volledige maaltijd, ideaal om restjes weg te werken, pasta bij te gooien en te doen alsof je keilang bezig was met koken. Als je grote porties maakt, vries je die in en dat zijn godsgeschenkjes voor winteravonden waarop je het liefst gewoon in je pyama kruipt met een tas soep op je koude billen.
* slaatjes met vijgen, zeker nu. ik pak een potje, vul dat met sla en verse vijgen. op de middag meng ik dat met wat nootjes en dressing en hup, weeral geen broodje gekocht.
* risotto. oh risotto. wat witte wijn (en dan heb ik een excuus om wijn te drinken, het is immers altijd na 4 uur als ik risotto klaarmaak), boter, kaas en zelfgemaakte bouillon (al wat lekker ruikt, goed smaakt en toch maar in de frigo of ernaast ligt te liggen: peterseliesteeltjes, ajuin, wortel, selder, wat prei,…), samen met veel kruiden en nog wat vers geraspte parmesan. Met gebakken paddestoelen, geroosterde pompoen of rode bieten. in een diep bord, met een glas witte wijn ernaast. hemel op aarde, dat.

er ligt zoveel kracht verborgen in groensels, een mens zou er bijna emotioneel van worden, verdorie.

Ruilen

September 24th, 2014

Ze staan op woensdagmiddag allebei aan de poort op school.

Terwijl ik even gemachtigd opzichter speel, zwaaien zij naar mij.
De ene gul, bijna overdreven, alsof haar arm er van blijheid bijna afvalt.
De andere summier, kort, met blinkende ogen en een vette knipoog in mijn richting en een ingenieus gebarenspel waarmee ze wil zeggen dat ze haar fiets al heeft klaargezet om straks te vertrekken.

Elke keer zwaai ik terug, steek ik een duim uit naar de fietsklaarzetter en gooi ik zoenen naar de kleinste.

Dan ga ik hen halen en vertrekken we samen naar huis, waar ze spelen, zeuren, vrienden zijn, honderduit babbelen en belangrijke zaken bespreken.

Je mag me veel afpakken. Een nieuwe winterjas heb ik niet nodig, en ik draag deze winter met plezier mijn winterschoenen van vorig jaar. Ik verlang niet naar verre reizen en ik voel me goed in mijn eeuwig-verbouwingshuis, met mijn piepkleine oude badkamer en gepleisterde muren die dringend geschilderd moeten worden. Ik vind het zelfs, hoe ouder ik word, fijner aan mijn eigen eettafel dan in de tralala van een restaurant. Dat mag je me dus allemaal afpakken, ik zal het niet eens doorhebben.

Maar die gouden blikken van mijn dochters, dat zalig contentement elke keer als ik de schoolpoort nader, wetende dat ik op woensdag alleen maar bij hen moet zijn, dat hou ik liever bij.

Als je mijn voordeur opendoet, wandel je naar rechts, tot op het eind van de straat.
Dan ga je opnieuw naar rechts en voor je het weet sta je aan de mooiste, rustigste, gezelligste bibliotheek van ons land.

Ik denk dat zelfs de grootste niet-lezer daar wordt verwarmd door goesting om te lezen, en de tafel met kranten en tijdschriften lonkt altijd als ik er voorbij passeer.
Voor de kindertjes is er een aparte afdeling, waar ze in één twee drie hun weg vinden, en waar mijn kleuter tonnen boeken haalt die ze allemaal wil lezen. Er is een gezellige plant, een hoekje om te zitten en wat ruimte om echt te spelen.

De dames die er werken kennen de kinderen uit de buurt en dat lijkt altijd een beetje op thuiskomen dan.

Op maandag is de bibliotheek open van 16u tot 19u, ideaal om na het avondeten verse boeken te gaan zoeken. Het is de perfecte afsluiter van de eerste werkdag, snoepen voor onze hoofden en het lijkt wel op een uitstap, als we met onze boekentas tot daar gaan.

Machtig vind ik ze, onze bibliotheek, zo dichtbij dat zelfs fietsen tot daar onnozel zou zijn. Ze is ruim, helder, rustig en vol boeken die wij zomaar allemaal mee naar huis mogen nemen.

Wat een weelde, wat een weelde.

Ons dametje had feest zaterdag. Ze was zeven, wou geen eerste communie en omdat ze momenteel schotsenscheve tanden heeft en haar lange haartjes wisselde voor een korte cowboycoupe, gaven we feest.

In volgorde van ontvangst maakte ze geschenken, enveloppes en doosjes open. Netjes op haar tempo, negerend dat er soms mensen stonden te wachten met een cadeau in hun handen. Dankuwel, hoorde ik haar af en toe zeggen, en ze verdronk in centjes, boeken, verkleedkleren en allerlei moois, meer dan zij in haar hele leven bij elkaar zag.

Van meneertje, een vriend van mijn mama, kreeg ze een brief. Een brief die ze langzaam, aandachtig, spellend las, met af en toe een blik naar mij en een gedachte in haar hoofd.

Ze zei ‘joepie, ik ben zo blij, we mogen naar de zee naar Roland als we willen en Simonne mag mee en ik denk oma ook en we gaan zeker niet naar tv kijken maar leuke dingen doen denk ik’ en legde de brief aan de kant.

Wat zijn sommige mensen toch bijzonder, dacht ik, dat hun aanwezigheid verlichtend werkt, hun onthechtheid zeer groot is en hun leven herleid tot de essentie van het bestaan. Niks tralala, leven to the point en vooral: voldaan zijn met wat er is, komt en geweest is. Geen complexiteit, geen voorwaarden, excuses of gezalf nodig, geen analyses die tot niets leiden en geen handleidingen die ik niet kan lezen of bochten waar ik hoegenaamd nog niet had bij stilgestaan.

‘Kind toch’, dacht ik jaloers, ‘wat zou ik graag zeven zijn en die uitnodiging krijgen. Wat zou ik bovendien graag in jouw hoofd logeren voor eventjes, waar alles eenduidig, strak en logisch is. Ik zou daar best wat willen blijven, in dat kopje van jou, zo met een dekentje en een tas koffie om me warm te houden en een boek om de tijd te doden. Terwijl ik daar dan toch zou zijn, zou ik je leren hoe het later moet. Hoe het later beter werkt, als je in de grotemensenwereld zult duiken, en rekening zult moeten houden met regels, karakters en voorwaarden. Hoe je het niet zult begrijpen, dat klotegedoe soms en hoe je zult fronsen en vragen hoe het komt dat alles altijd zo complex wordt gemaakt. Ik zal jou dat uitleggen dan, en ook zou ik je zeggen dat je je middelvinger klaarhoudt, voor als het nodig is, en dat ik daar aan de kant zal staan en eens zal knipogen als je hem bovenhaalt.’

Ik had haar dat alles willen zeggen, toen ze zaterdag in haar cowboykleedje rondliep, met een pannekoek met snoepjes op, maar ik wist dat alles altijd vanzelf komt, dat zij zelf wijzer is dan ik dat ben, dat haar middelvinger als een evidentie in haar hoofd zit zonder dat ze het zelf doorheeft en dat ze meer dan genoeg heeft aan zee-uitstappen in mooie brieven. Het is daar dat ze de knepen van het leven leert, de schone kant, de weidsheid van het denken en de kracht van oprechtheid.

Geen sterker wapen in het leven dan het geluk zulke mooie mensen in je leven te mogen verwelkomen.

Mijn lelijke keuken

September 22nd, 2014

Ik fluister het een beetje. En hopelijk kan mijn keuken niet lezen.

Ik heb de lelijkste keuken van de provincie.

Toen we ons huis kochten dacht ik ‘van zodra we weer een beetje hebben gespaard verander ik de keuken: een beetje verf, nieuwe kastdeuren, een ander gasfornuis en zeker een nieuwe oven’.

We zijn vijf jaar verder en er is al heel wat werk verzet in ons huis maar mijn keuken is nog altijd even lelijk als toen ik hem leerde kennen.
Ik mompel wel nog eens dat er dringend iets moet veranderen en dat ik eens een kleur zal kiezen voor de deuren en dat we eens een studie moeten doen over ovens, maar verder dan dat kom ik niet meer.

Stiekem ben ik zo hard van mijn keukentje beginnen houden dat elke verandering verraad zou zijn.

Vorige week zaterdag maakte ik geroosterde tomaten. Veel meer dan van ingewikkelde recepten, complexe bereidingen en duizend ingrediënten hou ik van geroosterde tomaten. Mijn oven, die een echte diesel is, haalt glorie uit zulke zaken. Tomaten die tijd krijgen om zo lekker te smaken dat zelfs degene die niet echt graag tomaten eet en passant wat pikt uit de pot die staat af te koelen.

Een deeltje ging mee naar mijn werk, in een doosje met wat pasta en wat kruiden. Heerlijk middagmaal.
Een ander deel ging de diepvries in, voor als ik heimwee heb naar geroosterde tomaten en de tijd niet vind om het te doen.
Nog een ander deel ging in de pompoensoep, die daardoor een het-is-het-einde-van-de-zomer-en-de-herfst-komt-eraan gevoel kreeg.
Het beste deel ging in de mond van al wie passeerde in de keuken.

Wat twee kilo tomaten met een mens kunnen doen.

Update: Om tomaten te roosteren heb ik gelezen in De Moestuin van Mme Zsazsa, pagina 199, In de keuken van Dorien.
Eerst de oven voorverwarmen op 200°C. Ik heb de tomaten gehalveerd en met de gesneden kant naar boven in een ovenschaal gelegd. Daarna heb ik die gekruid met wat ik in huis had: tijm, rozemarijn, look, ui, peper en zout. Vuistregel: hoe kleiner de tomaten, hoe minder lang in de oven. Die van mij zaten er 70 minuten in. Je krijgt rimpeltomaten, met stroperig sap dat héérlijk smaakt. Geprakt met een vork vind ik ze heerlijk, grof gemixt kun je er veel kanten mee op: pizza, toast, bij vis,…of verwerkt in soep of saus. Trouwens, als Dorien schrijft over eten heb ik al-tijd zin om te koken, al-tijd.