(over)leven

April 13th, 2017

de titel klinkt ernstiger dan bedoeld.

toen we gisteren de verzekeraar een mail moesten sturen, vroeg ik grappend aan mijn lief of ik als begroeting mocht schrijven ‘groeten van uw kankerpatiëntje’. in zijn naam dan.

we hebben allebei geproest. mijn lief heeft immers een relativeringsvermogen van jewelste, één van de gronden van al mijn liefde voor hem.

soms kruip ik door mijn eigen ziel, schreeuwend en roepend en ontzettend kwaad, om alle dingen die ik voel en niet wil voelen.
soms sus ik mezelf, sssssstttt, terwijl ik gauw hap naar adem en mijn dag voortzet. Uitgelopen schmink is in tijden van pollen gemakkelijk te verklaren. Goeie collega’s ook. Gouden collega’s.

ik kijk naar hem, terwijl hij slaapt, en ik wil hem bijna elke keer wakker kussen. ‘keppe, ik wil je voelen,’ zou ik dan prevelen. maar hij is moe en hij moet slapen, want hij moet genezen, en naast het fantastisch team in de kliniek is er rust en lekker eten nodig. dat en zoenen, veel zoenen, die zijn er ook nodig, in tijden van serieuze ziekte.

In het leven bijten Marietje. Recht in de nekke.
Het waren woorden die ik nodig had. Net als de stoel die mijn lief dicht tegen de zijne trok, toen hij een teken gaf dat ik daar moest gaan zitten.

Het leven geeft je in tijden van ernst ook vaak de gouden liefde die je nodig hebt. Alsof het leven wist dat het zou komen. En het een beetje helpt bufferen, dan. Zoals een maat die niet veel zegt, maar wel een duwtje geeft als het niet meer lukt. Of zoals de heerlijkste Whatsappgroep met mijn 2 beste vriendinnen, toeverlaat voor alle tijden.

Het doet heel veel zeer, het leven nu, veel meer zeer dan ik ooit had gevreesd. ik zou moeten kunnen, ik schopte het een blauw scheenbeen.
Maar dat zou alleen maar zeer doen, en het doet nu al zoveel zeer.

recht in de nekke. in het leven bijten.

merci aan mijn vrienden, echt. ik wil in een holletje kruipen, bij momenten, maar nooit zonder hen.
vooral nooit zonder hem. de machtigste mens uit mijn leven.

in het leven bijten, zeggen ze. ze hebben gelijk. ze hebben zoveel gelijk.

koffie

March 27th, 2017

‘Ik weet niet of je eerst moet drukken op de koffie die je wilt, of eerst je tas onder het kraantje moet zetten.’
Haar hand beefde een beetje, en toen ik naar haar gezicht keek, zag ik zoveel mooie rimpels dat het deugd deed.
Ze was waarschijnlijk ver in de zeventig, en haar man, wat aangeslagen ook, stond naast haar.

‘Mijn excuses dat ik wat verward ben, madamtje’, prevelde ze, ‘maar we kregen net geen goed nieuws.’

‘Geen, echt geen goed nieuws’, prevelde ze nog keer.

Ik hielp met de koffie, zei dat wij ook geen goed nieuws kregen eerder deze maand, en ze kneep in mijn hand.

‘Het is iets, hé, het leven’, vervolgde ze, ‘voor je het weet kan het keren.’
‘Je zou het op voorhand moeten weten’, voegde ze er ook aan toe, ‘een mens zou wat weten.’

‘Ik weet niet of je het hoegenaamd wel op voorhand wilt weten’, kwam haar man tussenbeide, ‘want je zou geen moment meer op je gemak zijn.’
Ik knikte hevig naar hem, nam afscheid van hen beiden en wenste ze ‘toch veel geluk bij het slechte nieuws’.

We stonden alledrie in de cafetaria van K12, in het UZ. Het is nooit goed als je daar moet zijn, niet voor hen, niet voor ons.

Mijn lief is erg ziek, en als een mens in K12 koffie pakt, dan is dat geen goed teken. Wat wel goed is bij ons, is dat er een behandeling is, en dat we het woord curatief hoorden, en dat we de laatste maand in duizend stukjes vielen, opgeraapt en bijeengeveegd werden door de Besten*, en nu afwachten en een nieuw leven zijn begonnen. Met een ziek lief, en kindertjes die net als tevoren Pokémonkaarten verzamelen, ruzie maken en kattebelletjes schrijven voor hun vader.

Toen ik met mijn koffie naar de zevende verdieping terugging, moest ik glimlachen. Om dat oude koppel, en om het besef dat een mens altijd de schoonste gesprekken heeft in het diepst van zijn leven. Want dat is zo hé, als het leven je onverwachts tackelt, dan ligt alles bloot en zijn er ineens weer zoveel meer schone dingen ook. De 1300 liedjes die onze vriend Erik vorige week op mijn telefoon zette, de socca met spruitjes van Jonge Sla, de woorden die mijn lief me toevertrouwt op het allerverdrietigste moment van de laatste jaren, mijn kindertjes die rake dingen zeggen, de mails van mijn vrienden en vriendinnen, de woorden van Vic, de boeken, het eten (oh het lekker eten van de laatste weken), de geuren, de lente, de bloesems, oh oh oh.
Het is in dat diepst dat het het lastigst is, ook, dat weten we hier al, en die schoonheid houdt een beetje evenwicht.
Wankel, dat wel, en broos, zeker, maar het zijn al die schone dingen die het leefbaar maken.

Het leven he, het kan er wat van.

therapie

March 7th, 2017

‘misschien moet je eens naar de osteo, Marie?’, zei ze toen ik weeral zoveel pijn in mijn nek en rug had dat ik dacht dat ik zou creperen.

‘Jaja’, antwoordde ik, en ik dacht bij mezelf: het zal toch niet helpen.

Maanden later zat ik bij de huisarts. Bij mijn goede, goede huisarts, echt waar, ik wou dat ieder van jullie een huisarts had zoals die van mij, die haar gewicht in goud meer dan waard is.
‘Kine’, zei ze, ‘of osteo als je wilt, echt, het zal goed doen.’

Na één beurt was het beter. Z.o.v.e.e.l. beter. Hij zei, op een rustige toon, maar vastberaden: ‘je moet echt niet zoveel pijn hebben hoor, dat is voor niks nodig. Tot volgende week.’

Ik heb sedertdien wel nog pijn, maar draaglijk, en elke beurt bij hem is een soort verlichting van jewelste. Het gevoel als ik op mijn fiets naar huis rijd, is ‘ojoo’.

Wat ik toen allemaal niet wist, is dat hij naast kine en manuele therapeut en osteo ook een mens is van wie ik ondertussen echt gaan houden ben. Een vader zoals ik er één zou willen. Het lijkt of hij mijn lijf kent vanbinnen en vanbuiten en ik zeg elke keer ‘maar echt, ik wist niet dat pijn zo gemakkelijk kon verholpen worden en ook niet dat ik er zo deugd van zou hebben’. Dat halfuur om de 2 weken, dat is me goud waard. Werkelijk heel veel goud.

Toen ik woensdag op zijn tafel lag, en we het hadden over dingen dicht bij me die ernstig zijn, me zorgen baren en me verdrietig maken, zei hij:
‘ ik ga niet zeggen dat alles altijd goed komt, maar wel dat je hoop moet hebben. en ook dat je, als je de allesomvattende liefde kent, zoals jij, dat je dan veel geluk hebt in je leven. Omring je met de goede dingen en het zal vanzelf de goede kant uitgaan. ‘ We keuvelden nog, over verliefdheid, liefde en langdurige vriendschappen, en het deed zo’n deugd. Maar werkelijk, zo een ongelooflijke deugd.

Wat is dat toch fijn, dat een mens in tijden van zorgen omringd is door de besten. Ik moet een aparte post wijden aan alle mensen die ik de laatste weken heb gesproken, gebeld, geschreven, gezien en gevraagd: maar werkelijk: we zijn zo ontzettend dankbaar, hier thuis, dat we zoveel liefde kennen en krijgen en voelen en meemaken.

Het is een fort, hier in ons huis, en het is meestal wel bestand tegen de zwaarste stormen, maar het is mede door alle mensen dicht bij ons, dat het draaglijk blijft.

grootmoederrituelen

January 21st, 2017

Mijn grootmoeder maakt de beste mayonaise. Ze maakt er veel in een keer, met de mixer en weinig eigeel. Hij is stevig, extreem lekker van smaak en wit.
(De rest vindt dat mijn lief de beste mayonaise maakt, met veel eigeel, lopender en ook romiger van smaak. Ik vind hem ontzettend lekker, zeker op het hoedje van een tomaat, als er ook garnalen in de tomaat zitten, maar die van mijn meter past het best bij rauwkost en bij geroosterd sesamzaad)

Vroeger, toen ik klein was, bleven we soms eens slapen bij haar. Ik herinner mij de hele donkere kamer en de kleine beetjes zenuwen die ik had omwille van de klinken. In hun mooie huis sluiten de deuren namelijk met een ronde ijzeren klink, en een soort magnetisch systeem. Dat maakt veel lawaai, en om de anderen niet wakker te maken stopte zij mousse tussen de deuren. Ik was als de dood dat die mousse uit mijn handen zou vallen, en dat ik iedereen wakker zou maken.
Los daarvan: het leven van mijn grootmoeder zat en zit vol rituelen. Ik zou ze allemaal moeten verzamelen, ik weet het, ze gaan verloren in mijn hoofd hoe ouder ik word. Eén ervan heeft indertijd zoveel indruk gemaakt dat ik er nu nog elke week een paar keer aan terug denk. Ze leeft nog he, ik ga er veel te weinig en ik zou zo graag willen dat we dichter bij elkaar woonden.

Haar rauwkost-ritueel.

In haar frigo was er altijd rauwkost. Met die rauwkost maakte zij slaatjes die ze serveerde bij het avondeten: versgesneden brood met kaas die we met een kaasschaaf moesten snijden. Er waren grofgeraspte wortels in een bokaal. Er waren rode bietjes, en de sla lag gewassen en gewikkeld in een handdoek. Ik denk dat er ook tomaten waren, maar dat zou ik haar eens moeten vragen. Er was een pastelgele boterpot, met glazen deksel (of was het blauw?), er lag een blok kaas op tafel en het brood sneed zij in dikke sneden met een broodsnijmachine die omgekeerd in de kast zat (en zit). De rauwkost kwam altijd met wat mayonaise, en er stond ook een pot Gomasio op tafel, waarvan ik altijd veel te veel lepels strooide over mijn sla, en die dan mengde met de mayonaise. Oh lord.

Al jaren denk ik: ik moet dat ook doen. Ik moet zorgen dat er in de frigo altijd rauwkost is, zodat ik slaatjes kan maken en die – in mijn geval en dat van Jan en Anouk – kan meenemen naar mijn werk. Ik vind goei middageten één van de heerlijkste vooruitzichten ooit.
Het is ook fijn als extra: een snel slaatje bij hartige lasagne, wat sla voor tussen de boterhammen of een extra bij een kom soep als je plots honger hebt.
Het lukt me zeker niet altijd, maar ik ben door de tijd wel een planner geworden als het over mijn eten gaat. Dat is fijn, voor mij, zo ineens veel koken en klaarmaken en dan bijna 2 dagen na elkaar niet in de keuken vertoeven. Mijn kleinste dochter vindt dat ook, want toen we woensdag in een ontplofte keuken zelf paneermeeel aan het maken waren, zuchtte ze: ‘ik hou van zo veel dingen samen doen met jou in de rommel en met lekker eten, mama.’ Ze is niet de grootste complimentenmaker, mijn tjoolmaat, en ook niet de grootste babbelaar in huis, maar als ze dat dan zegt, kleintje toch wat heerlijk dat we haar bij ons hebben <3. Deze week heb ik bietjes gepoft, ongeveer uit het kookboek van ThursdayDinners (gewoon je bietjes in folie wikkelen in de oven en zo gaar laten worden - ik ben niet nauwkeurig in het interpreteren van recepten). Ik heb ze laten afkoelen en dan in dunne schijfjes gesneden en er last minute wat geroosterd sesamzaad op gestrooid, een eerbetoon aan mijn metertje. De helft werd door de kinderen al gepikt in de keuken, toen het eten nog niet klaar was, en voor ik het wist waren de bietjes aan tafel op. Geen werk, perfect om te garen als je de oven toch al gebruikt en lekker. Sla koop ik bij mijn lievelingsgroentenboer op zondag op de markt, en wikkel ik in een vochtige doek om op maandag of dinsdag te gebruiken voor in de brooddozen of voor 's avonds op tafel. Wortels rasp ik à la minute, omdat die bij mij nooit zo vers blijven als die van haar. Komkommer heb ik vaak in huis, maar ik eet dat niet graag in de winter. Witloof is ook nog een blijver. In een paar minuten snij ik dat grof in schuine reepjes en met wat yoghurt en graantjesmosterd: heerlijk. Ik ben er nog niet, maar iets in mij zegt: bijna, Marie, bijna. 🙂

Couscous Royale

January 17th, 2017

* een postje voor de menuplanners *

Mme Zsazsa maakt mij gelukkig met haar boeken en haar kalenders en haar grappigheid. Serieus, ik moet altijd lachen en ik ben door haar fijne kalenders een zeer goede planner geworden.
Het is niet dat het nooit meer voorkomt, maar meestal plan ik vakanties goed op voorhand en plan ik het eten voor een ganse week. Nu met haar fijne planner erbij, vroeger op een kladbladje.
Ik doe dat meestal op vrijdagavond, in de zetel, met een tas thee of een glas wijn, en als ik te moe ben dan doe ik dat op zaterdagochtend in mijn pyama met een tas koffie.
Ik doe dat zo ontzettend graag: zo eens goed nadenken wat ik nog heb, wat op moet, wat in het seizoen is, of ik mijn regels zal hebben of niet (want dan heb ik altijd keiveel zin in allemaal rare combinaties en in zoetigheid). Ik pols ook bij de rest van mijn menage, om hongerstakingen en opstand te voorkomen. Dat klein grut wil toch meestal hetzelfde: macaroni of WAP* of frieten. Om ze te sussen plan ik dat dus vaak in, maar ik kook dan al gauw wat broccoli voor erbij, of ik bak een bloemkool (en op het laatst strooi ik wat paneermeel over mijn bloemkool, en ik bak dat wat mee, dat is gelijk het korstje van de macaroni, altijd een succes)

Voorts vind ik omelet ook altijd een succes: op dinsdag werk ik langer en meer dan anders, maar wel thuis, wat wil zeggen dat ik overdag zo een beetje rommel in de koelkast en restjes gebruik om mijn eieren te pimpen. Of ik bak een restje champignons voor erbij, of ik stoof wat boerenkool met een sjalotje. Dan wat brood erbij en goeie boter, oh man ik verlang tot het dinsdag is. Ik moet ook nog dringend eens schrijven over de gewoontes van mijn oud grootmoedertje, met haar potjes rauwkost in de frigo en haar kiemen <3. Ik kook meestal in het weekend voor maandag en op woensdag kook ik meestal voor donderdag en dat is de redding in mijn Chaotisch Huishouden. Het is hier vaak niet gekuist, de strijk blijft liggen en het stof ook, maar mijn kindjes eten wel lekker en ik heb mij erbij neergelegd dat ik nooit een moeder zal zijn die strijk zal inplannen en wasmachines doet draaien terwijl ik evengoed koffie kan drinken in de zetel. Of Netflix kijken. Ik heb tonnen afgunst in mijn lijf voor die schone foto's van gestijlde huizen op Instagram, zo met gedroogde plantjes in de kleur van de kleren van de baby, en met hashtags van alle merken van de kleren die werden aangeschaft, maar ik word persoonlijk contenter van een goed stuk kaas waar ik met de fiets om moet. Keuzes, mensen, keuzes (en ik vind dat écht keischoon he, die overnagedachte foto's, écht he) :-). Dusss, voor diegene, die zich afvragen waar ik de tijd haal om veel en goed te koken: daar. Ik kuis amper en ik plooi de was met mijn handen. En ik heb al honderd keer moeten uitleggen dat dat de reden is. Couscous Royale, dat had ik beloofd. Dat recept schud ik uit mijn mouw, want ik at de lekkerste stoofschotels uiteraard op mijn gat bij mijn Afrikaanse vrienden of languit liggend in de zetel van mijn vriendin die ondertussen in Marokko woont en een Marokkaans lief had en ze konden zo lekker koken, niet normaal. Ik at ook lekker in La Kasbah in Brussel waar ik de heerlijkste rozijnen ooit at en zwijmelend in de ogen van mijn lief keek. Ah de liefde en het eten toch he. Ik zorg dat ik de volgende zaken zeker heb: lamsnek/lamsschouder/ras-el-hanout/ajuin/wortels/kikkererwten/couscous/tomatensaus De rest varieert: aubergine/pompoen/rozijnen/courgette/gegrilde paprika (grillen op voorhand in de oven)/kippenbillen/merguez die niet naar zeep smaken/tomatensaus (verse in de zomer of in de winter uit een blik), ik doe maar wat, waar ik zin in heb eigenlijk. * vlees aanbakken en nadien verder laten sudderen in een bouillon (ik heb meestal een litertje in de diepvries, groentenbouillon of kippenvariant, en ik kruid dat stevig met ras-el-hanout. Dan laat ik dat vlees sudderen tot het gaar is, ik denk anderhalf uur. Je moet dat voelen he, dat valt dan bijna van het been.) * terwijl het vlees gaart snij ik ajuinen. heel veel ajuinen, en in mooie partjes. ik stoof die traag dat ze zo zacht en bruin zijn, en ik voeg een beetje geraspte gember eraan toe. Dat is zo wonderbaarlijk, voor mij, gestoofde ajuinen, weinig dingen zijn zo lekker vind ik. * terwijl het vlees gaart en de ajuinen stoven grill of bak ik aubergines. ik bak ze in olie, en ik zorg dat ze goed gebakken zijn, want anders vind ik ze helemaal niet lekker. * terwijl het vlees gaart, de ajuinen stoven en de aubergines bakken neem ik nog een pan uit de kast en bak ik kikkererwten aan, uit blik. Ik spoel die goed, laat die uitlekken en bak die dan in wat olie. Soms roer ik daar wat tomatensaus door, of wat grofgehakte tomaten, samen met wat gegrilde paprika. Als ik peterselie in huis heb snipper ik heel veel peterselie daardoor, maar ook soms koriander als die op moet, of verse oregano. Dat hoort waarschijnlijk niet, maar 't is wel lekker. * terwijl het vlees gaart, de ajuinen stoven, de aubergines bakken en ik een soort kikkererwtenmengeling prepareer stoom ik ook nog wat wortels. Gewoon wat schillen (zelfs niet altijd nodig), op hun geheel, dat serveert schoon straks. (soms grill ik wat pompoen of rapen in de oven, of wat courgette, die ik dan in lange repen snijd, dat is zo schoon zeg. Ik bak ook soms kip voor erbij, of merguez, dat zie ik als ik bij de slager ga) * Ik maak couscous klaar door wat bouillon van mijn vlees toe te voegen aan het graan (op het gevoel en op de tast, ik ken weinig van maten). Ik dek dat wel af om te wellen (heet dat zo?), dat lukt beter. Ik maak uiteindelijk keiveel indruk door dat allemaal te serveren in een supermooie tajine die ik kreeg van een vriendin. Eerst de couscous, putteke in het midden voor het vlees en de saus en dan schoon errond alle hoopjes groenten, alsof je de zandbak aan het spelen bent. Iedereen schept dan wat hij graag eet en uiteraard zijn de aubergines voor mij, maar dat besant helemaal niet. Anderhalf uur, twee uur werk. Liefst op zondag, dan is er tijd om te tafelen en kun je wat langer blijven zitten om na te genieten. Ik zondig waarschijnlijk keihard tegen de regels van couscous, maar het is echt lekker en iedereen die het hier komt eten vindt dat ook. Volgende week: het succes van de Megaproeversafspraak. *WAP = Worst Appelmoes Patatten

filtertje

December 23rd, 2016

img_20161214_111534

Toen mijn lief mijn lief nog niet helemaal was, maar ik wel al zijn bed sliep, stond ik een keer op op een vroege morgen. we hadden veel te lang gebabbeld en sigaretten gerookt in ons bed (ik vind het allermoeilijkste aan jaren niet roken: de sigaretten in bed missen, zo af en toe. dat is iets wat ondertussen in mijn hoofd uitgegroeid is tot een heerlijkheid die volledig uit zijn voegen is gebarst dat het niet meer normaal is, ook al zal ik dat nooit ofte nimmer meer doen). Ik kwam wakker en hij lag er niet meer. Ik wist toen niet wat ik nu al jaren weet, dat mijn lief ofwel een gigantisch ochtendmens is, ofwel een nachtraaf. Geen dagmens, oh neen, geen dagmens. Ik taste met mijn hand en het bed was leeg, en ook een beetje koud. We sliepen toen nog in paarse palmboomlakens, de mooiste lakens die ik ooit heb gezien.

Ik stond op en hij vroeg of ik koffie wou.

Ik dronk bitter weinig koffie, maar ik zei ja want ik vond alles samen met hem toen zo ontzettend fijn dat ik zelfs koffie wou drinken.
Hij maakte één tas koffie, speciaal voor mij. Hij kookte water, plooide een filter, en goot op. Ik dronk koffie en ik smachtte naar hem.

Vandemorgen stond ik op en net als elke morgen (na al die jaren,kinderen, een verbouwingshuis en veel te veel file en werk) vroeg hij ‘wil je koffie keppe’.

Ik zei ja, want ik drink sedertdien nog altijd elke dag koffie, en ondertussen al jaren ook heel erg graag.

Tot voor twee weken maakten we altijd koffie met Filtertje. Filtertje gaat al mee van ver voor mijn komst, maar is ondertussen zo bejaard dat zijn oortje er af is gebroken. Koffiemaken werd de laatste weken een gevaarlijke opdracht, en we kregen van onze vriendin een nieuw klein plastieken filtertje, dat zij nog thuis had staan en niet meer nodig had.

Dag Filtertje, we owe you.

Magie

December 16th, 2016

De ene dag is ze een kat.
Dan is ze helemaal in het zwart gekleed, doet ze haar kattenmuts aan en sluipt ze door huis met zwarte handschoenen aan.

De andere dag is ze een welpje, verdwaald in de jungle en op zoek naar iets om te eten.

Soms is ze een ballerina, doet ze draken na, kleedt ze zich in vogels of gooit ze haar ganse kleerkast ondersteboven voor de glitterrok die past bij haar gemoed.

Ze is vaak een onbestaand wezen dat krolt, krijst en met haar kopje dicht bij mij komt staan om aaitjes te krijgen. Ze kan plots veranderen in een baby, met haar ogen dicht naar Trixie Whitley luisteren en uren als een hond door het leven gaan.

Ik maakte voor haar een soort HarryPotter-jas met diepe zakken die vol schatten zitten, en zelf verzint ze Pokémonfiguren.
Ze heeft af en toe klauwen, had een cowboyperiode en heeft ook een voorliefde voor vampiers en Indianen. Af en toe doet ze haar vleermuiscape aan om naar school te gaan, en dan fluister ik in haar oor dat ze zich niks moet aantrekken van mensen die zeggen dat een cape geen jas is.

Ze schikt zich heel hard naar de wereld, maar vergeet nooit wie ze zelf is. Wat een rijkdom in haar kopje.

Toen was het Halloween. Simonne mocht verkleed naar school. Zij niet, want vanaf het vierde werd er niet meer verkleed.
Oh wat heeft ze geweend. Ze was een beetje verloren, die ochtend, en wij zeiden ‘doe dan stiekem vleermuisklauwen aan, of zoiets’ maar ze was ontroostbaar. Heel veel dagen in een jaar doet ze heel erg flink wat van haar wordt verwacht, zich mogen verkleden is echter het summum.
‘verkleed je toch’, besloot ik, ‘en trek je er verder niks van aan’, maar zo werkt haar kopje niet. Ik heb veel meer middelvinger in mijn hoofd dan zij ooit zal hebben, toch als het over zoiets gaat, dus ze schudde haar hoofd en prevelde ‘mama het mag niet, ik vind het zo jammer maar het mag niet’. ‘je kunt ook protesteren’, vervolgde ik, ‘en een petitie maken zodat jullie volgend jaar wél verkleed kunnen zijn’, probeerde ik nog, en ze giechelde ‘mama toch’.

Het was een akkefietje. Dacht ik.
Het is een akkefietje als ik denk aan alle kinderen die in de angst van oorlog wakker moeten worden, en niet zoals wij ‘s avonds met verstomming naar de schone maan kunnen kijken zonder benauwd te moeten zijn. Een werkelijk kapot te relativeren voorval.

Maar het akkefietje kwam alsmaar terug in mijn hoofd. De drang van het onderwijs om lijnen uit te schrijven, zonder zelf vaak na te denken over de zin van dingen. Ik wéét dat onderwijs dat genetisch in zich heeft, en ik ben daarnaast ongelooflijk tevreden met die fantastische juf van mijn dochter, maar dat onderwijs als systeem: begod, daar is toch nog wat werk aan bij momenten.

Gelukkig is niet iedereen verleerd dat magie werkt. Godzijdank zijn er artiesten.
De wereld heeft er zoveel baat bij, bij al die schoonheid.

Zita Swoon, The Ballad of Erol Klof
(gaan kijken!)
het wonderlijke breiwerk van Céline, Ze breit een zwarte cape voor onze dochter – joepie
mooie vijf minuten

tùskom

November 26th, 2016

Naar het schijnt zijn de Denen zeer gelukkig.
Ik heb geen idee hoe ze dat hebben gemeten, en ook niet hoe serieus dat onderzoek was, maar bon: ze zijn dus het gelukkigst.
En bij fenomenen van geluk wordt er daarna altijd met een vergrootglas gekeken, want iedereen wil gelukkig zijn. Dan ontstaat er een theorie, of er komt een goeroe op het toneel, en binnen de kortste keren verschijnen er boeken.

Hygge. Pronounced hoo-ga.

Wij kennen dat in ons gezin.
Het heeft geen naam, en toen ik er gisteren over aan het nadenken was, dan dacht ik dat het het meest aanleunt bij wat mijn lief noemt ‘tùskom’. Hij zegt ook soms ‘kunnen landen’. Thuiskomen dus. Het omhelst veel meer, maar tùskom is het begin.

Het verliest een stuk magie als ik het neerschrijf, maar het is – eerder onbewust – de reden waarom het hier goed gaat, bij ons, denk ik. En misschien, heel misschien, is het wel waardevoller dan ik dacht (niet dat ik het ooit onderschatte, ik stond er meer dan duizenden dagen gewoon niet vaak bij stil).

Het zijn de kaarsen die vanaf de herfst aan tafel altijd branden, de kindjes die ‘s morgens in hun pyama in de zetel boterhammen mogen eten, de Verbinding die we af en toe eens doen (zelden buiten ons gezin, zelden), de altaartjes in ons huis, die herinneringen dragen, de tafel waaraan we heel vaak samen zitten om te eten, en de blijdschap van Anouk als ze ziet dat we er allemaal zijn, en samen eten, de tjoolkleren die ik in het weekend draag, de dumplings die we samen maken op woensdag, als het eigenlijk al bedtijd is, crumble uit de oven, ik die de koffietas voor mijn lief soms klaarzet ‘s avonds, en hij die ‘s morgens altijd koffie voor me maakt, Sigur Ros en geen ander geluid terwijl ik in de zetel zit, lezen en een beetje lachen tussendoor, ons klein oud plekje waar iedereen zo graag is en mijn lief en ik nog het liefst. Frans boek lezen met onze tiener en ons ander dochtertje dat weent en vijf minuten kan bekomen op mijn schoot, de bloemen die op tafel staan. Het zou nog wel duizend dingen kunnen zijn, het ene na het andere schieten mij te binnen.

Het gaat heel heel vaak niet over design en mooie kleren en geld (al weet ik dat wij niks te kort hebben hoor, ik bedoel, het gaat niet over rijk zijn denk ik, of over meer geld willen), werk (ook al werk ik ontzettend graag en heb ik de beste collega’s van de ganse wereld): het gaat nog vaker gewoon over hier, over ons vijf.
Dus als ik alle rest uit mijn leven zou weggommen, dan zou ik nog steeds op deze essentie komen, die van het tùskom.

Ik denk dat mijn lief en ik dat geërfd hebben, door de genen van de mensen van wie wij voortkomen, ik in het bijzonder van mijn grootvader langs mijn mama’s kant en van mijn beide grootmoeders. Genetische manipulatie in tijden dat schaarste evident was, en overvloed ongezien.

Onze kinderen verschillen, maar ze hebben het alledrie op een andere manier in zich. Ik zie het bij momenten vaker en anders bij de ene dan bij de andere, maar ik zie het altijd weer een beetje en het maakt me rustig en blij dat ze het in zich hebben.

Ik geloof niet dat je er boeken over hoeft te schrijven, als het ware handleidingen van hoe het moet. Want dan zit je daar plots, in je perfect verlichte huis, te wachten op iets dat niet komt. Met een stuk warme cake in je handen.

Heel voorzichtig denk ik soms dat er een grotere plek zou moeten zijn in het leven en in het onderwijs voor de waarde van het tùskom. Gewoon een beetje de essentie beleven. Steiner en Montessori zullen er het best bij aanleunen, vermoed ik, maar het is echt zo zo zo belangrijk dat het doorgegeven wordt. Het zou de kring kunnen zijn, in de klas, maar dan een kring waarin iedereen zijn veilig plekje kan hebben (niet een kring die in de leerplandoelstellingen staat), de klaspantoffels die klaar staan als het winter is. Het fruit dat samen wordt gesneden en dan ook samen wordt opgegeten: dat zou pas tùskom zijn.

Het is een moeilijke tijd: we hebben alles wat we willen, minstens elk twee schermen per dag en een hoop tv er bovenop, we hebben onlineshopping als constante bevrediger, we kunnen overal naartoe en er is altijd wel iets belangrijker en fijner en spannender dan tùskom. Allemaal zeurende stoorzenders, voor je het weet ben je het verleerd

Maar er is nog veel tùskom rond mij.
Ik hoor het op de koer, als mijn buurvrouw tegen haar zoontje zegt: ‘kom, we gaan gezellig samen boekjes lezen straks’, terwijl zij en ik beiden de was ophangen op onze eigen koer. Ik zie het als het kleine moksje van mijn vrienden met haar handje op de zetel slaat, waarmee ze teken geeft dat ik naast haar moet zitten en niet snelsnel moet beginnen opruimen. Ik zie het bij mijn schoonmoeder, die van tùskom tùsbluvn heeft gemaakt (ze is 80, en ze is het allerliefst in haar eigen huis), bij mijn collega, die op vrijdagavond altijd frietjes eet samen met zijn vrouw en dochters. Oh ik zie het echt zo veel.

Het is de grootvader van mijn lief, die al jaren gestorven is, maar die ‘s avonds aan de stoof Franse boeken las, met een sigaret in zijn mond.

Het was als gisteren, toen mijn lief rare muziek oplegde, en ik vroeg of het iets anders kon zijn. Hij zette de plaat af, en ik zei: anders moet jij boven (in onze nieuwe living) wat muziek gaan luisteren, en hij schudde zijn hoofd en zei: ‘Ik wil bij jullie zijn.’

Tùskom. Ik zei het al.

denken

November 9th, 2016

mijn middelste dochter en ik gingen een nachtje naar Brussel, enkele weken geleden.

zij mocht kiezen wat ze wou eten, en ook wat ze wou doen.

ze koos het stripmuseum. we namen en passant het MarcSleenmuseum mee, en genoten om ter hardst. Zij kreeg carte blanche om élke letter die ze tegenkwam te lezen, en ik tjoolde mee met haar, verwonderd over haar immense geletterdheid en haar serieuze gedachten.

We aten op restaurant en toen we ‘s avonds te voet naar ons hotel wandelden, in de Koningsstraat, verdwaalden we een beetje. We passeerden de Finance Tower, ze was onder de indruk, en ik weet niet of het komt door de verlaten duisternis of door het feit dat zij Brussel associeert met aanslagen, maar ze begon plots over oorlog.

Het leek alsof ze al haar gedachten had opgespaard, in een doosje in haar hoofd, en nu, na lange tijd, dat doosje eindelijk eens open kon maken. Niet dat ze niet babbelt hoor, en ook niet dat ze niet denkt, maar haar redeneringen gaan soms verloren in de drukte van een gezin, het gedoe als je van hier naar daar vliegt en er altijd wel iets belangrijker is, of luider of drukker.

Ze begon een ganse monoloog, die zo belangrijk was voor haar, dat we ons hotel passeerden en nog wat verder wandelden, want ik had het gevoel dat dat moment voor haar zo belangrijk was, dat het niet mocht worden verstoord, al zeker niet door een lift, een bed of een donsdeken.

Ze vertelde over hoe hard ze had nagedacht, toen ze voor het eerst over de aanslagen hoorde, en hoe ze alle verdriet van iedereen had vergeleken met elkaar (‘ook al weet ik dat je verdriet onmogelijk kunt vergelijken, mama’). Over de rol van het Westen, de toevoer van wapens, het feit dat ISstrijders ooit mensen waren die boterhammen aten en weenden als ze pijn hadden. Ze snapte de kwetsbaarheid van mensen, en de gretigheid van écht kwaad, om in te spelen op wie zwak is. Ze praatte maar, en ze praatte maar, en ze legde me wereldpolitiek uit, genuanceerd, met voorbeelden, linken en een gigantische portie relativiteit. Ze had het over Trump, die muren wilde bouwen, en hoe hard zij kwaad was geweest met mensen die muren willen bouwen tussen landen. Ze vermeldde dat iederéén die sterft in oorlog slachtoffer is, en dat ze één keer in haar leven graag zou willen praten met iemand die eerst denkt dat hij bommen moet maken en doen ontploffen, om dan later iets anders te denken. Ze gelooft dat mensen echt kunnen veranderen, ‘van in hun binnenste’, noemt zij het, als je voldoende met elkaar praat en ook een beetje luistert naar iemand anders. Ze had het over de luxe die wij hebben, om geen honger te hebben, geen bangheid voor de volgende dag, geen pijn zonder naar de dokter te gaan. Ze denkt dat hersenen van mensen écht kunnen veranderen als ze honger hebben of boos zijn, en ze gaat ervan uit dat, als je die boosheid kunt wegnemen, dat je dan ook hersenen weer beter kunt maken. ‘Ik ga nooit blij zijn met gevechten, mama, want we kunnen zo blijven de schuld op iemand anders steken, zonder ook naar onszelf te kijken. Ik noem dat geen overwinning hoor, zoiets, maar oververlies.’

Ze bleef maar redeneren, en ik sprong hier en daar bij, want een hoofdje van 9 kan soms wat ondersteuning gebruiken, maar meestal was ik stil. Ik werd pas écht stil toen ze zei dat ze had geteld hoeveel Moslims er in haar klas zitten, want bleek dat de helft van haar vrienden Moslim is. ‘Dat zijn mijn vrienden, mama, echt, denk je dat mijn vrienden zulke dingen goedkeuren, en mama, denk je dat ik mijn vrienden niet graag zie en het leuk vind als mensen zeggen dat Moslims stom zijn?’ Ik ga nooit van iemand zeggen dat hij stom is omdat hij gelooft, ook al geloof ik zelf niet echt in een God.

‘Ben je bang voor aanslagen?’, vroeg ik. ‘Neen,’ antwoordde ze onmiddellijk,’ ik ben niet bang voor zoiets. Ik hoop dat het niet meer gebeurt, maar ik ben niet bang. Ik ben niet zo snel bang voor mensen, zelfs als ze slechte gedachten hebben, want dan kun je altijd bang zijn en dan vergeet je dat het ook veel keer niet nodig is en dat het mooi is op de wereld.’

Er flitste vanalles door mijn hoofd, en ik kwam bij mijn grootmoeder terecht, die zes dochters had, en drie zonen, en die nooit de kans heeft gekregen om met één van haar kinderen alleen op stap te gaan, op hotel te slapen en twee keer op restaurant te gaan, allemaal in één weekend, terwijl de rest thuisbleef (nuance: de rest was ofwel op scoutsweekend ofwel gaan vissen in het noorden van Frankrijk). Nooit eens tijd om uren alleen met één van je kinderen te zijn, te horen hoe ze denken, doen en wat hun wensen en dromen zijn. Zou je je kinderen dan kennen, vroeg ik mij af, zou je dat niet missen, die unieke momenten? Ik dacht aan alle ouders op de wereld bij wie deze luxe geen mogelijkheid is, wegens geen geld, oorlog, spanningen, ziekte en ik dacht dat ik geluk had, met mijn dochter met haar immer humane blik op de wereld, die ze steeds verder ontwikkelt, daar in dat kopje van haar.

Ze was toch een beetje bang zei ze onderweg naar school, voor de muren van Trump, deze ochtend, en ik met haar.

1 november

November 3rd, 2016

Er staan wel honderd stukjes klaar, in mijn drafts en in mijn hoofd.
Ik denk minstens één keer per dag: oh ja, daar schrijf ik over!, en dan belanden de gedachten ergens in een gezellige living in mijn hoofd, en besluiten ze daar te blijven zitten.

Net als dinsdag.

De kindertjes waren bij mijn mama en mijn tante, en wij waren he.le.maal. alleen thuis.
Tegen ten drieën belandden we beiden in de zetel, hij voor de koers en ik met een boek en een sarzetje. Hij viel in slaap en ik kon ongegeneerd melige series kijken. We dronken koffie samen (de bakker was gesloten, we hadden beiden zin in taart), ik keek eindelijk nog wat verder Wanderlust. We luisterden muziek, hij keek ook wat mee, we lieten decadent eten leveren aan huis en aten – tegen onze eigen regels in – in onze nieuwe zetel. We soezelden, ik las nog wat en Jan viel in slaap dicht bij mij. Ik lees het liefst in de zetel, in stilte en met het lijf van mijn lief erbij. Ik ging naar beneden om wijn en water en begod, het was nog altijd even netjes als we het hadden achtergelaten enkele uren ervoor.

We zuchtten een beetje: zo kan het leven er ook uitzien, dus.

Dinsdag was zo’n dag dat het leven anders is, uitgestrekt, met stilte, met mijn lief die zegt mokketje en vraagt of hij naast me mag kruipen, en ik die kan lezen en tv kijken zonder ook maar één keer echt recht te moeten staan.

Stel je voor, droomden we, dat het leven zo zou zijn, dat onze weekends vol zulke dagen zouden zijn. Met gigantisch veel niks en ontzettend veel tijd.

Ojoo. Ik ben er nog van aan het bekomen.

De ladies zijn ondertussen al in volle glorie gearriveerd, en de decibels en de rommel zijn toegenomen. Ik kreeg daarnet telefoon van 2 van hen, ze zijn boven aan het spelen, om een bestelling te plaatsen voor een nieuwe armband, uit hun zaak De Vliegende Schaar. De derde dochter is het huis ontglipt, en speelt bij de buren en ik denk:

deze week is het beste van alle werelden.
ik zou het een niet tegen het ander kunnen en willen ruilen: dit is werkelijk hoe het het best kan is.

TIPS
* Wanderlust – Canvas – reeks nog te bekijken op hun site
* Mohamed Choukri – Gezichten – ISBN 9789491921155
* niet rechtstreeks te linken aan wat ik hier schreef, maar wel waar ik zin in had toen ik dinsdag in de zetel doolde:
Frambozenmeringue van Arcadi uit Brussel (dé allerbeste taart die ik ooit at)